Verlos Grieken van molensteen – dat is ook een westers belang

Een bedrijf dat failliet dreigt te gaan, omdat het uitzichtloos diep in de schuld zit, kan aan zijn ondergang trachten te ontkomen door een regeling te treffen met zijn schuldeisers. In die situatie bevindt zich Griekenland. De nieuwe realiteit is daar dat dankzij democratische verkiezingen een partij aan de macht is gekomen, Syriza, die heeft beloofd de positie die Griekenland in dit proces heeft, en die niet een geheel machteloze is, maximaal uit te buiten. Met als gerechtvaardigd doel de Griekse bevolking een beter leven te bieden dan zij heeft sinds het land, voor een groot deel door eigen toedoen, in een financieel-economische crisis werd gestort.

Het zijn niet louter financiële belangen die wederzijds – met de overige eurolanden als de andere partij – op het spel staan. Er is een niet te veronachtzamen geopolitieke kant. Die betreft de rol die Griekenland speelt als behorend tot het Westen: lid van de Europese Unie, NAVO-bondgenoot, strategisch gelegen op de kaart van Europa. Er was dus reden tot zorg toen de Griekse regering zich deze week tegen voortzetting van de sancties van de EU tegen Rusland leek te keren. Te meer daar de banden van Griekenland met Rusland vanouds warmer zijn dan die van de meeste westerse naties. Donderdag spraken de Europese ministers van Buitenlandse Zaken af de sancties tegen Rusland – wegens de Russische houding jegens Oekraïne – iets te verlengen en uit te breiden. En dat toch met instemming van de Griekse minister Kotzias, een voormalige communist. Dat maakt het eerdere alarm niet loos; het signaal dat de Grieken afgaven, en dat niet verrassend was gezien eerdere uitlatingen van de Syriza-top, is er niet minder duidelijk om. Griekenland hoort bij het Westen, maar vanzelfsprekend hoeft dat niet te blijven.

D at is allemaal nog geen reden om onvoorwaardelijk te zwichten voor de Griekse wensen bij de heronderhandelingen over de schulden. Maar er zijn wel argumenten aan te voeren waarom de Grieken van de molensteen moeten worden bevrijd die anders nog voor decennia om hun nek blijft hangen. Hoe lastig dat ook is voor Europese politici – Nederlandse niet uitgezonderd – die hun kiezers zo stellig beloofden dat Griekenland zijn schulden, waarmee het vooral banken in rijkere landen afbetaalde, tot de laatste eurocent zou aflossen. In de wetenschap dat het daar hoogstwaarschijnlijk nooit van zou komen, hadden die politici dan maar wat minder stellig moeten zijn.

Helaas zijn de eerste binnenlandse maatregelen die premier Tsipras en zijn regering aankondigden, niet hoopgevend. Dat de Griekse regering er alles aan wil doen om de schrikbarende armoede onder de bevolking te bestrijden, valt alleszins te billijken. Maar het terugdraaien van afgesproken privatiseringen die tot substantiële opbrengsten voor de staatskas zouden leiden, is een slecht teken. Hetzelfde geldt voor de herintrede van ontslagen ambtenaren. Bureaucratie, corruptie, nepotisme – het waren kenmerken van de Griekse overheid, die mede tot de crisis (denk aan het vervalsen van statistieken) hebben geleid. In die fout moet Griekenland absoluut niet weer vervallen. Meer ambtenaren, oké, maar dan vooral ambtenaren die hun salaris in veelvoud terugverdienen doordat zij ervoor zorgen dat achterstallige en toekomstige belastinggelden ordentelijk worden geïnd.

Schuldsanering voor Griekenland – via renteverlaging, een langere looptijd, gedeeltelijke kwijtschelding – dient dus onlosmakelijk te worden verbonden aan de voorwaarde dat de Griekse staat relevante hervormingen onverdroten doorvoert.