Veredelaars willen heel graag méér voedingsstoffen in groente

In zijn column (NRC, 17 januari) heeft Martijn Katan het over „een moordzuchtige concurrentiestrijd om nieuwe plantenrassen te ontwikkelen”. Er is inderdaad een stevige, maar gezonde, concurrentie om boeren en tuinders jaar in jaar uit van betere rassen te voorzien. Niets verkeerd aan, maar door continu te selecteren op hogere opbrengsten en betere resistenties tegen ziekten en plagen, kunnen andere eigenschappen, waar niet bewust op wordt geselecteerd, in de verdrukking komen. Het is dus zeer wel mogelijk, dat niet alleen bij tarwe, maar ook bij groentegewassen, moderne rassen een lager gehalte aan mineralen en voedingsstoffen bevatten.

Sprekend voor de groenteveredeling in Nederland, weet ik dat verschillende veredelaars maar wat graag willen selecteren op hogere gehaltes aan mineralen en andere voedingsstoffen. Maar het ontbreekt hen aan kennis vanuit de voedingswetenschappen om bewust te kunnen selecteren op de mineralen en voedingsstoffen, die er echt toe doen. Bovendien spreken voedingswetenschappers elkaar graag tegen. Volgens mij is er meer potentie door groenterassen te veredelen met de gewenste gehaltes dan via „moderne biotechnologie” tarwe en rijstrassen te veredelen met „de vereiste hoeveelheden ijzer, zink en vitamine A”. Al deze voedingsstoffen zitten in een breed palet van groentegewassen, dat in Afrika en Azië nog veel gevarieerder is dan in Europa en Amerika. Behalve door veredeling kunnen overigens ook door specifieke teeltconcepten gehaltes worden verhoogd. En laten we ook niet vergeten dat kiemplanten, cresses, over het algemeen een zeer hoog gehalte aan inhoudsstoffen bevatten.

Als ik de column van Katan lees als een uitgestoken hand, dan weet ik zeker, dat vele publieke en private groenteveredelaars die uitgestoken hand graag aannemen!

    • Orlando de Ponti