Eeuwenoude muur vermoedelijk verwoest door IS

Militanten van Islamitische Staat (IS) zouden grote delen van de 2.700 jaar oude stadsmuur van Nineveh hebben opgeblazen. Dat melden Koerdische bronnen in de door IS bezette stad Mosul, in Noord-Irak.

Nineveh, aan de oostelijke oever van de Tigris, was in het eerste millennium voor Christus de hoofdstad van het Nieuw-Assyrische Rijk. De ruïnes liggen nu in de wijk Tahrir van Mosul.

IS dreigde de muur al begin januari op te blazen als het Iraakse leger of de Koerdische peshmerga de aanval op Mosul zouden inzetten. Dat laatste is nog niet gebeurd, maar de stad wordt in hoog tempo versterkt.

Een woordvoerder van de Democratische Partij van Koerdistan (KDP), Saed Mimousine, zei deze week tegen de site IraqNews.com dat „militanten van IS dinsdag grote stukken van de archeologische muur van Nineveh in de wijk al-Tahrir hebben opgeblazen met explosieven.” Hij repte van een „flagrante schending van de Conventie voor de Bescherming van Cultuurgoederen bij Gewapende Conflicten.” Dat verdrag dateert van 1954.

De resten van Nineveh behoren tot de belangrijkste archeologische vindplaatsen van Irak. De bouw van de imposante stadsmuur wordt toegeschreven aan koning Sennacherib, die regeerde over het Nieuw-Assyrische Rijk van 705 tot 681 voor Christus. Nineveh was toen met 150.000 inwoners de grootste stad ter wereld. Van de oude stad resten alleen ruïnes, maar die worden – of werden tot voor kort – omgeven door een twaalf kilometer lange muur met bakstenen bolwerken.

Grote delen van de muur zijn onder het bewind van de Irakese dictator Saddam Hussein ingrijpend gerestaureerd.

Toen IS Mosul vorig jaar innam, ging het al snel over tot de verwoesting van graven en grafmonumenten die belangrijk zijn voor zowel christenen als moslims. Deze graven druisen volgens IS in tegen de islam omdat ze de aanbidding van anderen dan Allah aanmoedigen.

    • Dirk Vlasblom