Niet alle striptekenaars zijn Charlie

Tijdens het stripfestival in het Franse Angoulême is Charlie Hebdo alomtegenwoordig. Dat leidt soms tot ongemakkelijke taferelen.

Svetlana Davydova met haar man en zeven kinderen. De foto is afkomstig van de Facebookpagina Free Svetlana Davydova.

Iedereen is Charlie, dus zeker de Franse striphoofdstad Angoulême. Drie weken na het bloedbad heeft het Festival International de la Bande Dessinée een deel van zijn programma omgegooid om de slachtoffers en hun werk te gedenken. Maar dat leidt soms tot ongemakkelijke taferelen en her en der wat onbegrip.

Immense banieren hangen aan het stadhuis: ‘Gestorven voor de vrijheid’, staat er boven de namen van de slachtoffers van de terreuracties in Parijs. Daarnaast een verzameling stripfiguren met de slogan ‘Laat de tekenkunst samenkomen, zodat de tekenkunst ons nader tot elkaar brengt.’ Veertig klassieke voorpagina’s van Charlie Hebdo en voorloper Hara-Kiri hangen op gemeentelijke aanplakborden die normaal bedoeld zijn voor verkiezingsposters.

Dat het intrinsiek subversieve Charlie Hebdo in minder dan een maand bijkans mainstream is geworden en ondanks alle eerdere smaadvervolgingen nu van links en rechts een republikeins goedkeuringsstempel krijgt, is van een ironie die de makers niet is ontgaan. Zij bezinnen zich ver van Angoulême op de toekomst en vaardigden gisteren undergroundtekenaar en uitgever Jean-Christophe Menu af.

„Wie Charlie is, heeft schijt aan alles”, zegt Menu donderdag tegenover ongelukkig lachende hoogwaardigheidsbekleders tijdens de uitreiking van een ‘Grand prix spécial’ voor het blad. „Charlie, dat is niet voor antiklerikalen de klokken luiden van de Notre- Dame. Charlie, dat is niet helden maken van satirici die kakten op de macht”, zegt hij. „Je suis Charlie is geen slogan. Charlie, dat is tegen de burgemeester van Angoulême zeggen dat hij een klootzak is.” Die burgemeester, in de zaal aanwezig, baarde opzien met het plan kooien over stadsmeubilair te plaatsen teneinde daklozen tegen te houden. Menu: „Ik geef het maar even door.”

‘Charlie’ is onontkoombaar

De organisatie van het prestigieuze stripfestival zwichtte ondanks een online petitie niet voor druk om de reguliere Grand Prix bij wijze van uitzondering aan Charlie Hebdo toe te kennen. Er waren tenslotte meer dan dertig genomineerden, onder wie de Japanner Katsuhiro Otomo. De schepper van Akira won, als eerste mangatekenaar ooit, en staat volgend jaar in het middelpunt. In het verleden viel Charlie-tekenaars Willem en de op 7 januari vermoorde Wolinski die eer al eens te beurt. Vorig jaar won Bill Watterson, de maker van Calvin & Hobbes.

Ook in de vele expositietenten is ‘Charlie’ onontkoombaar. Overal ligt het boek La BD est Charlie, met bijna 200 hommages van bekende tekenaars, waarvan de opbrengst naar de nabestaanden gaat. De publicatie van dat boek leidde tot enige ophef toen de tekening van de 87-jarige Uderzo niet bleek afgedrukt. Daarop torpedeert een woedende Astérix zijn tegenstander, van wie alleen de Arabisch ogende puntsloffen achterblijven. „Zonder onderscheid des persoons hebben we een selectie moeten maken”, aldus de samenstellers.

Heel interessant, maar cool?

In het Musée de la Bande Dessinée, geheel gewijd aan wat Fransen serieus de ‘negende kunstvorm’ noemen, dringt zich een generatiekloof op. Hier is de laatste weken in hoog tempo een zaal ontruimd om een overzichtstentoonstelling van Charlie Hebdo te kunnen maken.

Geëmotioneerde ouderen schuifelen langs de vitrines met oude uitgaven en foto’s en video’s van Wolinksi, Cabu, Charb en de anderen. „Het doet zoveel pijn dit te zien”, zegt bibliothecaresse Michèle Leucérand. Om haar heen vullen schoolkinderen op excursie zo snel mogelijk hun verplichte vragenlijsten in, om daarna op de Japanse mangas of Amerikaanse comics af te stormen. „Heel interessant, Charlie Hebdo”, zegt de 15-jarige Kévin beleefd. „Maar cool?”

De tentoonstelling, legt conservator en striphistoricus Jean-Pierre Mercier uit, is bedoeld „om na alle emotie te reflecteren” en om Charlie Hebdo „in een oude Franse traditie te plaatsen”. Onder het ancien régime, zegt hij, was de karikatuur een belangrijke manier om op de rand van het toelaatbare kritiek uit te oefenen op autoriteiten. „Deze mannen zijn ongelooflijk belangrijk geweest voor onze vrijheid. Maar laten we niet vergeten dat we ook de vrijheid hebben om ze niet te lezen.”

    • Peter Vermaas