‘Nederland heeft de beste zorg van Europa‘

Dat schreef de Volkskrant woensdag.

illustratie

De aanleiding

‘De gezondheidszorg in Nederland steekt met kop en schouders uit boven de zorg in omringende Europese landen.’ Dat schreef de Volkskrant woensdag in een artikel over een rapport van de Zweedse denktank Health Consumer Powerhouse (HCP), dat de zorg in Europa vergelijkt. Nederland stond voor de vijfde keer op rij bovenaan de lijst. Heeft Nederland inderdaad de beste gezondheidszorg van Europa? Dat gaan we checken.

Waar is het op gebaseerd?

HPC vergeleek de zorg in 36 landen plus Schotland. De in Zweden gevestigde privéonderneming maakte gebruik van openbare statistieken, patiëntenenquêtes en ‘onafhankelijk onderzoek’. Beoordeeld werden 48 indicatoren in zes subgroepen, zoals patiëntenrechten, toegankelijkheid van zorg en preventie. Indicatoren zijn bijvoorbeeld de kans op overleven na kanker, alcoholpreventie, kindersterfte of de beschikbaarheid van nieuwe medicijnen. In totaal konden 1.000 punten worden behaald, Nederland vestigde met 898 punten een record.

En, klopt het?

Wat opvalt, is dat de Zweden een behoorlijke slag om de arm houden. Het onderzoek heeft ‘niet de kwaliteit van een wetenschappelijke dissertatie’, zo schrijven de onderzoekers in hun rapport. Wat moeten we daarvan vinden?

Peter Groenewegen, directeur van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg Nivel, noemt die verontschuldiging ‘een beetje flauw’. Hij juicht het toe als mensen proberen een beeld te schetsen van de kwaliteit van de gezondheidszorg, „maar dan moet het wel enigszins wetenschappelijk onderbouwd zijn”. Dat gevoel heeft Groenewegen in dit geval niet. Hij vindt het onderzoek ‘niet heel bijzonder goed’ en noemt sommige indicatoren ‘een beetje vreemd’. Zo wordt Nederland positief beoordeeld op langdurige zorg, onder meer omdat er veel geld naartoe gaat. „Terwijl we juist ons best doen om daaraan mínder geld uit te geven.”

Bovendien hangt de uitkomst van het onderzoek af van de vraag welke indicatoren je onderzoekt, zegt Johan Mackenbach, hoogleraar maatschappelijke gezondheidszorg aan het Erasmus MC. Hij noemt het algemene beeld van de hoge Nederlandse scores op veel aspecten van de zorg „heel herkenbaar” en stelt dat deze index onder beleidsmakers ‘wel enig gezag’ heeft.

Volgens Michael van de Berg van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu wordt het onderzoek van HCP in vakkringen niet serieus genomen. „Tal van indicatoren, van de overlevingskans bij kanker tot het aantal abortussen, worden opgeteld tot één cijfer. Er is geen wetenschapper die zoiets ooit zou doen.” Een internationale ranglijst vindt hij dan ook niet zinvol. „Zorgsystemen zijn nou eenmaal geen oliebollen.” Net als Mackenbach benadrukt ook hij dat de keuze van de indicatoren de uitkomst van het onderzoek bepaalt. Ter illustratie stuurt hij een link door naar een andere ranking, waar andere indicatoren worden gebruikt. Daar belandt Nederland op de vijftiende plek , onder Albanië en Tsjechië.

Ook andere instanties, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie WHO en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), doen vergelijkend onderzoek naar zorg. Maar zij kijken per indicator hoe de verschillende landen het doen. Een ranglijst maken ze meestal niet.

„Dat is realistischer’’, zegt Van den Berg. Zelf is hij bij het RIVM projectleider van De Zorgbalans, dat de prestaties van het Nederlandse zorgstelsel in kaart brengt aan de hand van 140 indicatoren, ruim drie keer meer dan HCP gebruikt. Daaruit blijkt, net als uit de onderzoeken van de bovengenoemde organisaties, dat het Nederlandse zorgsysteem internationaal gezien van hoge kwaliteit is. „Maar op bepaalde punten kunnen we ook leren van andere landen”, aldus Van den Berg.

Conclusie

Het Nederlandse zorgsysteem doet het internationaal gezien goed, maar het rapport waar de stelling op is gebaseerd, wordt niet door alle deskundigen serieus genomen. Gezaghebbende instanties als de WHO of OESO maken doorgaans geen rankings, we beoordelen de stelling daarom als niet te checken.

    • Steffi Weber