‘Mijn muziek is de lijm tussen mensen’

Na een onderbreking van bijna een jaar, hervat filmcomponist Ennio Morricone zondag in de Amsterdamse Ziggo Dome zijn Europese tournee. „Het is fijn de respons van het publiek in de rug te voelen.”

Filmstills uit ‘Once upon a Time in the West’

Breekbaar maar onverzettelijk. Zo mag je de 86-jarige Italiaanse componist van wereldberoemde filmmuziek Ennio Morricone wel noemen. Hij zou ruim een jaar geleden al naar Nederland komen, om als dirigent voor een groot symfonieorkest en koor met zo’n 200 musici en technici zijn filmmuziek te spelen in de Ziggo Dome in Amsterdam. Maar zijn rugproblemen braken hem toen op. Hij moest geopereerd worden, en zijn wereldtournee ‘The 50 Years of Music’ onderbreken. Ruim een half jaar was hij uit de running, maar nu is hij terug. Hij hervat zijn wereldtournee morgen, in de Ziggo Dome. Wie voor dat concert, dat oorspronkelijk in april 2014 gehouden zou worden kaartjes had, kan daarmee als nog naar binnen.

Dat de maestro rugproblemen had bleek begin vorig jaar al in Berlijn. Daar gaf hij in O2 World Arena een zinderend concert. Daarvoor kon de pers met hem praten over zijn wereldtournee, in het bijzijn van zijn assistent en een tolk – want Engels heeft Morricone nooit willen leren, ondanks zijn decennialange werk voor Hollywood.

Om het ijs te breken gaan de eerste vragen over zijn gezondheid. Valt de tournee hem niet extra zwaar? De dan nog 85-jarige schudt resoluut het hoofd. Lange dagen in de studio vormen een grotere belasting, zegt hij. „Voor filmmuziek ben ik zo negen uur achtereen aan het opnemen onder hoge tijdsdruk. Een concert duurt welbeschouwd ruim twee uur. Het uitdenken van dat concert duurde alleen al langer.”

Maar halverwege het interview barst de bom. En dat terwijl het door hem zo gehate woord ‘spaghettiwestern’ – het genre waaraan Morricone zijn wereldroem te danken heeft – niet eens gevallen is. Hij wil weten van zijn assistent ‘hoeveel er nog komen’, doelend op de journalisten die op hem wachten. Minstens vier. De stuurse blik van de maestro verandert in een boosaardige grimas. Met vlammende ogen gebaart hij wild met zijn armen. „Die media met al hun vragen. Is dat nu afgelopen? Het is genóeg! Horen jullie mij? Genoeg! Het is werkelijk genoeg.”

„U heeft niets te maken met deze uitbarsting”, zegt de tolk. Met zachte dwang wordt de journalist naar buiten gewerkt. Op de gang is te horen hoe de woede van de temperamentvolle Morricone tot een kookpunt stijgt. Iedereen in zijn omgeving moet het ontgelden. De interviews zijn afgelopen. Net als, naar later blijkt, de wereldtournee.

Inmiddels is Morricone geopereerd, en zo verzekert hij in een videoboodschap aan zijn fans, weer fit genoeg om zijn muziek ten gehore te brengen.

Spookachtige stemmen

De soundtracks van componist en dirigent Morricone zijn klassiekers van de filmmuziek. Gekenmerkt door spookachtige, hoge stemmen, dreigende fluiten, priemende gitaren, suggestieve strijkers, dramatische pauken en extatische koorpartijen zijn ze overdonderend in hun barokke bombast. Morricone is briljant in het effectief aandikken van emotie of het onderstrepen van sinistere dreiging.

Neem de harmonica die tergend schril en melancholiek kermt in Once Upon a Time in the West (1986). Of de paukenslagen en een piccolofluit als het gehuil van een hyena die in The Good, The Bad & The Ugly (1966) de inleiding vormen op een wereld van tuimelende tumbleweeds, premiejagende vrijbuiters en klapperende saloondeurtjes. Of de woordenloze, hoge zang van Edda Dell’Orso in het wereldberoemde L’Estasi dell’oro (1966) die een wanhopige zoektocht naar goud begeleidt in de aanloop naar de climax: de dramatische shootout van drie helden, dreigend en schietklaar tegenover elkaar in de cirkel des doods.

Al op zijn zesde bleek de kleine Ennio Morricone uit Rome de gave te hebben om liedjes te bedenken. Toen hij tien jaar was begon hij met zijn opleiding aan het Santa Cecilia conservatorium waar hij trompet, compositie en orkestratie studeerde. Zijn eerste filmscore maakte hij voor Luciano Salce’s Il federale (The Fascist op z’n Amerikaans) in 1961. Al vroeg voorzag hij de films van zijn voormalige klasgenoot, filmregisseur Sergio Leone, van muziek. Zijn met ongebruikelijk instrumentarium en geluiden (bellen, rare fluiten, neusharp, kreetjes) gemaakte soundtrack voor The Good, The Bad & The Ugly werd in 1966 zijn internationale doorbraak. Ze zouden in totaal bij zeven speelfilms samenwerken.

Hoe begint Morricone aan zijn filmcomposities? Hoe schept hij de sfeer en melodie? In hoeverre is het script zijn uitgangspunt? „Het begint natuurlijk altijd met een blanco vel”, zegt hij. „Je denkt er lang over en je gaat er met anderen over praten. Eén procent is het idee, de rest ontstaat daarna. Soms zie je de beelden en ontstaat er nog geen idee. Soms gebeurt er een wonder en komt er meteen iets. Maar dat is uitzonderlijk. Het verschilt per film.”

Zo was het bijvoorbeeld de nadrukkelijke wens van Leone dat Morricone zijn composities al klaar had vóór de opnamen van de film begonnen. De ‘pre-recorded scores’ werden bij de filmopnamen met luidsprekers afgespeeld ter motivatie van de acteurs.

De Italiaanse westerns (sommigen zouden zeggen: spaghettiwesterns) kregen karakter en kleur door Morricones muziek. En meer bekendheid: van de soundtrack van Once Upon a Time in the West werden er 10 miljoen verkocht. Morricone werd een veelgevraagd filmcomponist, die met name in de jaren zestig en zeventig aan de lopende band scores leverde, veelal voor de grote Italiaanse filmregisseurs, van westerns tot bloedstollende psychologische thrillers. Hij schreef ook voor artiesten als Paul Anka.

Morricone is beroemd vanwege zijn opmerkelijk gebruik van geluiden en klanken in zijn filmmuziek. Is er een muzikaal receptuur voor het aanzetten van een filmthema? „Dat woord recept, daar houd ik niet van”, zegt de maestro: „Recept, formule, bah. Zo werkt het niet! Muziek is een abstracte kunstvorm. Het is de abstractie van de gevoelens van acteurs. Bij verdrietige scènes kunnen zij terugdenken aan hun positieve kindertijd. Dat kan een effect zijn om dat contrast aan te zetten.”

De boodschap snappen

De Italiaan componeerde niet alleen voor films. Wat maakt componeren voor films anders dan voor radio of concerten? „Het is complex”, zegt Morricone. „In de rol van filmcomponist moet je verschillende gezichtspunten samenbrengen. Je moet allereerst de aanwijzingen van de regisseur volgen. Je dient te begrijpen waar de film over gaat. En als derde moet je de bedoeling, de boodschap ervan goed snappen. Een goed componist realiseert zich dit allemaal.

„Het gaat om het vertrouwen tussen jou en de regisseur. Tien componisten zouden compleet andere muziek schrijven na hun gesprek met de regisseur. Als ik iemand niet aardig vind, begin ik er al niet aan. Ik volg puur mijn gevoel.”

Het technische muzikale aspect vormt voor hem de basis van zijn compositie. „Maar de emotie, het gevoel erbij, is minstens zo belangrijk. Het onderstreept alle muziek.”

Timing, het opbouwen van spanning, is daarbij essentieel, vindt hij. „Een film moet kunnen ademen, net als muziek. Timing is essentieel voor beide kunsten.”

In het filmverhaal moet zijn muziek volgens hem de chemie tussen de personages benadrukken. „Als ik de film zie waar ik voor componeer”, vertelt hij, „is die nog helemaal niet af. En er ontbreekt duidelijk nog iets: mijn muziek! De lijm tussen de mensen.”

Morricones oeuvre bestrijkt intussen zeven decennia, hij schreef voor zo’n 500 films muziek. Vanaf 1978 trok hij de aandacht van Hollywood, soundtracks van Brian de Palma’s The Untouchables en Tarantino’s Kill Bill staan ook op zijn naam. Het met vier Oscars bekroonde The Mission kreeg ook een nominatie in de categorie beste originele muziek, (1986), maar de componist kreeg pas in 2007 een Academy Award – eentje voor zijn hele oeuvre.

Zijn populariteit bij hedendaagse filmmakers (Tarantino gebruikte zijn muziek ook in Django Unchained uit 2012) rechtvaardigt de vraag wat hij van de kwaliteit van huidige filmscores vindt. Luisteren mensen er nog zoveel naar als ze vroeger gewoon waren? De maestro: „De afgelopen decennia heeft de techniek zich behoorlijk ontwikkeld. Daardoor kon muziek op vele, betere manieren beluisterd worden. Nu er minder cd’s worden verkocht, dien je je aan te passen. Veel componisten houden één concept in stand. Wie vasthoudt aan oude concepten sluit nieuwe mogelijkheden buiten. In muziek voor films moet je verschillende stijlen gebruiken, van etnisch tot moderne muziek.”

Op het podium

En nu staat hij weer als dirigent op het podium om zijn muziek te laten klinken. Zoals bij zijn concert een jaar geleden in Berlijn, vlak voor het onderbreken van zijn wereldtournee. Dat was een indrukwekkende, plechtige gebeurtenis met het 86-koppige Modern Art Orchestra uit Boedapest en het eveneens Hongaarse Kodály Choir (75 zangers).

Een korte film blikte terug op het leven van de vermaarde componist, daarna toonden videoschermen enkel titels en niet zoals je zou verwachten fragmenten uit de diverse films.

Deze statische uitvoering, die ook morgen in de Ziggo Dome gevolgd wordt, is een bewuste keuze van Morricone: het moet alleen om de muziek draaien. Behalve de Leone-klassiekers, metL’Estasi dell’oro door sopraan Susanna Rigacci als weemoedig hoogtepunt voor de pauze, was er ook zeldzamer werk te horen zoals ‘Croce d’Amore’ uit Metti, Una Sera A Cena (1969) of het industrieel zwiepende La Classe Operaia va in Paradiso (1971).

Hoe vindt hij het, om op het podium te staan, in plaats van in een afgesloten muziekstudio? „Het is fijn de respons van het publiek in de rug te voelen. In het begin ben ik zelf heel nerveus.”

En wat verlangt hij van een orkest bij een publieksconcert? „Het belangrijkste voor een ideale samenwerking is dat ze goed zijn, gemotiveerd, geconcentreerd en geschoold. Dat zijn de basics. We hebben nu een gigantisch orkest. Dat kan megalomaan lijken, maar ik probeer altijd eerst voor een middelgroot orkest te schrijven en dan blijk ik toch meer nodig te hebben. Voor de 25 stukken uit verschillende films die we brengen zijn veel verschillende instrumenten nodig.”

In Berlijn ging een zucht van herkenning door de zaal toen de bitterzoete violen klonken van tophit ‘Chi Mai’ uit Le Professionel. Verheven en meeslepend was de koorfinale met ‘On Earth As It Is In Heaven’ (The Mission).

Morricones vorige Nederlandse concert was in 1988, toen met het Metropole Orkest. Het concert morgen met 200 man in Amsterdam is zijn definitieve arrivederci aan de Nederlandse fans.

    • Amanda Kuyper