Opinie

    • Marike Stellinga

Wie controleert onze toezichthouders?

Er is iets ongemeen spannends aan de zaak Delta Lloyd versus De Nederlandsche Bank. Deze week stonden ze voor de rechter. Delta Lloyd won. Voorlopig. Want het juridische gevecht is niet beslecht.

Aan de oppervlakte zou je kunnen denken dat een terecht strenge toezichthouder (DNB) een bijzondere speler in de financiële sector (verzekeraar Delta Lloyd, altijd al een tikje wild) een lesje leert. De Nederlandsche Bank vindt dat Delta Lloyd in 2012 handelde op de financiële markten op basis van vertrouwelijke (via DNB verkregen) informatie. De verzekeraar liep vooruit op een beslissing van DNB, verkocht een klap derivaten, en behaalde zo financieel voordeel. Dat mag niet. Dus legde DNB de verzekeraar 22,8 miljoen euro boete op en eiste het vertrek van de financieel topman. Woepa. Hoezo tandenloze toezichthouder? Dit is de nieuwe DNB en die deelt klappen uit.

Maar wat de zaak direct spectaculair maakte, is de man die kort voor Kerst bereid was publiekelijk tegen DNB in opstand te komen: Jean Frijns. Voorzitter van de raad van commissarissen van Delta Lloyd en gerespecteerd icoon in de polder. Voorzitter van diverse commissies-Frijns (over beloningsbeleid aan de top van het bedrijfsleven, over de toekomst van ons pensioenstelsel, over het functioneren van het Centraal Planbureau). Schrijver van het kritische rapport over de teloorgang en nationalisatie van de SNS Bank.

Dit is een kenner van de financiële sector én het toezicht erop. Frijns begeleidde in 2010 nota bene zelf de cultuurverandering bij DNB, op verzoek van DNB. Want DNB moest eens wat pittiger toezicht houden op die financiële sector.

Frijns is president-commissaris van Delta Lloyd, en Frijns zegt namens het bedrijf: genoeg. DNB je gaat te ver. Noem me een nerd, maar ik word hier opgewonden van.

Wat moeten we hier nu van vinden? Laten we hopen dat vele verzekeraars en banken het lef van Delta Lloyd volgen. Dat de toezichthouder voor de rechter staat, is uitstekend. Gezond zelfs. Een toezichthouder is niet alwetend. Een toezichthouder moet zelf ook getoetst worden.

Toch zullen verzekeraars en banken zelden die gang naar de rechter maken. De publieke schade is te groot. Liever een bestuurder stilletjes laten vertrekken met een mooi persbericht, dan publiekelijk het oordeel van DNB aanvechten dat je ongeschikt ben voor je functie.

En daarmee zijn we bij een intrigerende kwestie beland: een toezichthouder als DNB heeft veel informele macht. Dat is niet erg, dat wilden we na de crisis. DNB was veel te slap, concludeerden we achteraf. Te lankmoedig en formalistisch. DNB had juist te weinig gebruik gemaakt van zijn informele macht. Daardoor konden rotte appels in ons financiële systeem ontstaan als DSB, SNS en Icesave.

Maar daar houdt het verhaal niet op. Want uit de crisis hebben we ook geleerd dat toezichthouders niet onfeilbaar zijn. Het gevaar is dat ze in het hanteren van die informele macht doorschieten. Controle door de rechter is

dus nodig.

Maar laten we ook hopen dat DNB niet bang wordt. In het verleden werden verloren rechtszaken door toezichthouders als de mededingingsautoriteit NMa nogal eens betiteld als gezichtsverlies. Alsof de autoriteit van een toezichthouder door verloren rechtzaken wordt ondermijnd. Maar een toezichthouder moet juist ook de randen van het toezicht opzoeken. Ze nemen beslissingen in een grijs gebied. De rechter slaat vervolgens als onafhankelijke derde de piketpalen van het toezicht. Dus hup, lekker vechten voor de rechter. Worden we allemaal beter van.

    • Marike Stellinga