‘Mannen geven stress’

Elke week vertelt iemand over zijn of haar eigenzinnige kledingstijl.

Aïda Bon (76) uit Weesp wil worden begraven in een pakje van Mart Visser.

Foto Jan Willem Kaldenbach

U stuurde ons al een interview, waarin u uzelf bevroeg. De eerste vraag luidde: Wat doe je om er zo jong uit te zien? Het antwoord was: „ Ik heb geen man en ik fiets niet.” Dat snapte ik niet helemaal.

„Mannen geven stress en sores. En als je fietst zit je in de uitlaatgassen. Ach, ik moet toch wat zeggen? Ik doe er heel weinig voor. Ik beweeg niet genoeg, ga nooit naar de schoonheidsspecialist, drink met moeite een liter water per dag. Ik heb gewoon geluk met mijn genen. Ik besteed wel veel aandacht aan mijn kleding. Ik heb heel veel, alles op kleur gesorteerd. En een kast vol hoeden.”

Mart Visser is uw favoriete ontwerper, schreef u ook.

„Mart is de beste, vind ik, je herkent zijn stijl meteen. Ik had vroeger een interieurwinkel in de Beethovenstraat in Amsterdam. Hij heeft het pand overgenomen toen ik in 1996 naar Loenen aan de Vecht ging. Zo heb ik hem leren kennen. Dit mantelpakje is van hem, en de losse kraag ook. Ik wil ze allebei aan in mijn kist. Het pakje heb ik altijd aan naar begrafenissen. Ik heb nu een petticoat over het rokje aan, die komt van Cora Kemperman. Dit tasje is van H&M, daar ben ik ook dol op. Ik bestel uit de catalogus. Het is in die winkels zo’n rotzooi, ik word daar gek van.”

Heeft u een grote collectie Mart Visser?

„Niet meer. Ik heb veel weggedaan. Ik heb ook niet zoveel spectaculaire feesten meer. Aan de dingen die ik nog heb, ben ik erg gehecht. Couture is fantastisch. Als je alleen al ziet hoe het is afgewerkt! Als ik door mijn walk-in closet loop, aai ik zijn stukken altijd even.”

U bent vast een bekende verschijning in Weesp.

„Dat valt wel mee. In Loenen aan de Vecht had ik mijn glorietijd. Ik woonde in twee huizen die ik had laten doorbreken, daar tegenover zat mijn winkel. Mensen hadden het over de Aïda Bon-straat. Na 9/11 stortte de markt in en was het einde verhaal. Ik zeg altijd: het leven is een feest, maar je moet zelf de slingers ophangen. Mijn slingers zijn een stuk korter geworden, maar ik hang ze nog wel op. Toen ik net al mijn geld had verloren, woonde ik in een stacaravan, en ging ik in een zelfgemaakte rode jurk naar de vipopening van de Miljonair Fair – als jong meisje op Curaçao naaide ik al mijn kleren zelf. Later hoorde ik dat stylist Maik de Boer die avond over mij had gezegd: ‘Die mevrouw krijgt van mij een negen-plus’.” 

Milou van Rossum