Luister naar het water in de keuken

Soms treden zulke zware stoomexplosies op dat de ketel wel een centimeter of meer omhoog springt. foto thinkstock

Dat is altijd weer een feestelijk moment: als de gootsteen na stevig stampen met de gootsteenontstopper eindelijk leegstroomt. Als het vuile water, na dagen ongemak, opeens weer borrelend en gorgelend wegloopt. Met op het laatst die bevrijdende zware boer vanuit de duistere diepten van het riool.

Maar steeds is er dan die vraag: wat wàs het nu eigenlijk dat het water al die tijd tegenhield? De ontstopper bracht niets meer naar boven dan wat grijzige zachte slierten die net zo makkelijk terug gleden in de afvoerpijp als ze daaruit werden omhooggetrokken. Het is nauwelijks voorstelbaar dat die al die tijd de drainage blokkeerden.

Toch! Het was groei van afzetting, zegt de vakliteratuur. Er had zich vuil in de leidingen opgehoopt. Dat krijg je vroeg of laat bij elk lozingstoestel met een gering spoelvolume en een lage stroomsnelheid – zoals de gootsteen in de keuken. Of een wastafel. Zorg er daarom voor dat bovenstrooms van zo’n lozingstoestel altijd een lozingstoestel is aangesloten met een hoge basisafvoer.

De leek probeert het te begrijpen, maar het lukt hem niet. Stel dát hij in staat was bovenstrooms een toestel met zware basisafvoer te installeren, hoe zou dan de bovenstroomse afvoer de benedenstroomse moeilijkheden kunnen tegenhouden? Het bovenstroomse vocht komt toch helemaal niet in de afvoerleiding van het falende toestel daar beneden? Het enige dat de toestellen gemeen hebben is de verticale standpijp, de valpijp van dak naar riool, waar ál het huishoudelijk afvalwater door stroomt. Die pijp is zo breed dat-ie nooit verstopt raakt.

Het is een onzinadvies. Als de waarneming niet bedriegt ontstaan de afvoermoeilijkheden zonder uitzondering in de zwanenhals onder de gootsteen. Daar staat immers altijd water in, daar kan vuil bezinken, daar kan van alles groeien gaan. Was die hals maar van doorzichtig plastic, denkt de leek, dan kon je eens bekijken hoe dat in zijn werk ging. Misschien ontstaat er van lieverlee wel net zo’n slijmprop als in een half leeggedronken pak sinaasappelsap dat jammerlijk vergeten werd. Een prop die 30 cm waterdruk weerstaat, maar zich door een ontstopper aan flarden laat scheuren.

Zou het zo zijn? Wie zal het zeggen. Deze week verschoof de aandacht naar de zwanenhals as such. Hoe simpel en vernuftig die is, en hoe oud. Alchemisten hadden hem al als waterslot in gebruik en eigentijdse wijnbereiders gebruiken hem nog steeds. De zwanenhalzen onder gootstenen en wastafels zijn vooral stankafsluiters, zij moeten de putjeslucht uit het riool tegenhouden en ze doen dat bijna altijd zonder mankeren. Heel soms wordt de hals wel eens leeggezogen als in de belendende standpijp water voorbij raast dat een hoog gelegen leveringstoestel met zware basisafvoer liet weglopen.

Dat de putjeslucht wel eens dwars door het zwanenwater het huis in wordt geblazen doordat de druk in het riool na ‘ongewone weersomstandigheden’ te hoog werd, zoals het Wikipedia-lemma ‘waterslot’ beweert, is natuurlijk lariekoek. Het is al niet erg voorstelbaar dat de luchtdruk in het riool op het weer reageert, doorslaggevend is dat de standpijp aan de bovenzijde open is. Hij wordt ontlucht.

Wat Wikipedia trouwens wel goed behandelt is een ander eigenaardig druk-en-stromingsprobleem: dat van de ‘waterslag’ die optreedt als een waterleiding waar veel water heel snel doorheen stroomt heel abrupt wordt afgesloten. Het leidt tot plotselingen drukopbouw en de verspreiding van schokgolven die klinken als knallen. Ze kunnen veel schade aanrichten. Wij thuis hebben dat gelukkig niet, denkt de lezer, maar dat valt nog te bezien. In klassieke stortbakken van ouderwetse wc’s drijft vaak nog een vlotter die zijn watertoevoer zo pardoes afsluit dat na elk wc-bezoek een zwaar gebonk door de leidingen trekt. Hoor de buren tandenknarsen. Vroeger waren er wel geisers, zoals die van Fasto, die niet waren uitgerust met waterkranen maar met hendels. Daar kon je ook fijn waterslag mee opwekken. ‘Water hammer’ is de Engelse term.

Zo belanden we bij de waterknallen die de laatste weken in de AW-keuken klinken. Ze komen uit een goedkope Hema-fluitketel die een jaar of twee geleden in huis werd gehaald toen een nog goedkopere Hema-ketel was ingestort. De nieuwe ketel functioneert heel behoorlijk, al wordt het handvat wat heet, maar lijdt in toenemende mate aan kookvertraging, althans op het klassieke gasfornuis dat het AW-labo nog in dienst heeft. Kookvertraging (‘superheating’) treedt op als vloeistoffen, of delen daarvan, tot boven hun kookpunt worden verwarmd en door kleine verstoringen momentaan in damp overgaan. Het komt in heel veel fluitketels voor en leidt er tot een typisch gebonk dat in het Engels ‘bumping’ heet. In de Hema-ketel heeft het vreemde proporties aangenomen. Soms treden zulke zware stoomexplosies op dat de ketel wel een centimeter of meer omhoog springt en geheel los komt van het gasfornuis – een lust voor het oog, maar met als bezwaar dat het wegspattende water soms het vuur dooft.

Waarom de fluitketel dit doet is onbekend. Misschien speelt een rol dat zich er geen ketelsteen in afzet, de bodem blijft glanzend schoon. Wat er aan ketelsteen ontstaat blijft als grijsgele vlokken in suspensie zweven. Het is denkbaar dat een dikke laag ketelsteen de functie over neemt van de zogenoemde kooksteentjes (‘boiling chips’) die onder andere omstandigheden kookvertraging moeten en kunnen voorkomen. Een andere vraag is waaróm zich geen ketelsteen afzet. Dat wilde deze week ook niet duidelijk worden.

    • Karel Knip