Kantine met vleugels

Bijzonder

Welk restaurant zet er nu een vliegtuig en twee windmolens in zijn logo? Welnu, een restaurant met uitzicht op de start- en landingsbaan van Luchthaven Lelystad. Restaurant Flantuas, een goed bewaard geheim onder sportvliegers en vlieginstructeurs, doet denken aan zo’n ouderwets havencafé. Maar in plaats van modelscheepjes, visnetten en geministeckte portretten van kapiteins in kabeltrui, hangt het hier vol met vliegtuigparafernalia, met als klapstuk een levensgrote parachutist aan het plafond. De serveersters dragen een pilotenoverhemd met van die zwarte epauletten – dat is schattig en tegelijkertijd ook een beetje alsof ze elk moment aan een stripteaseact kunnen beginnen.

Op het bord

De kaart doet aanvankelijk vermoeden dat we in een kantine beland zijn – op de eerste pagina vinden we ‘supertosti’s’ en broodjes met namen als ‘mmmustang’ en ‘fokkertje 4’. Maar de indrukwekkende kookboekencollectie naast de keuken (met onder meer Harold McGee, Alan Davidson en de volledige Modernist Cuisine) verraadt dat hier meer aan de hand is. 70 procent van alle versproducten wordt in een straal van 45 kilometer rond de luchthaven ingekocht: het Marchigiana-rundvlees komt van de stadsboerderij Almere, de Polderzoomkaas komt van de familie Van wees in Dronten. En alles wordt hier zelf gemaakt. Kleine hapjes, burgers, salades, soepen en hoofdgerechten – bijna alles is verkrijgbaar in kleine en grote porties. Het menu belooft dat de keuken ieder gerecht in ongeveer twaalf minuten op tafel krijgt.

We beginnen met vier hapjes (portie van 3 stuks 4,5 euro; 5 stuks 7 euro). Polderhoenlevertjes met spek en appelchutney zijn zacht en rosé, het spek is vers gebakken. De empanada’s met gekonfijte rode uien zijn knapperig, de uienvulling goed op smaak. De gehaktballetjes komen om onduidelijke reden ook in een bladerdeegjasje (een soort ‘bal Wellington’), maar ze zijn smakelijk gekruid en het is weer eens wat anders. Dat hier met veel liefde en aandacht gekookt wordt, is vooral te zien aan de kaaskroketten. Ze zijn duidelijk met de hand gerold. Toch zijn ze allemaal precies eender van vorm. De korst is dun, de vulling niet te vet. Ze smaken naar echte kaas.

De ‘Wereldburger’ (12,50 euro) is een smakelijke hamburger van puur weiderundvlees met spek, lekkere gesmolten kaas en tomaat op een bolletje van Turks brood. Wel zonde dat het mooie vlees volledig doorbakken is. Dat er zoete chilisaus door de mayo zit is een beetje ordinair.

De romige mosterdsoep heeft een aangenaam zuurtje, de licht pittige kippenbouillon met limoenblad en gember is rijk (beide 5 euro). Het Limburgs ‘Soervleisch Boncon’, bereid met lokaal bier, Flevolands Praght, (klein 12,50; groot 16,50 euro) is zacht en zoet. Er zit wel veel kruidnagel in, dat maakt de nasmaak wat stoffig. Erbij komen frietjes, wat frisse hutspot én een Yorkshire pudding, luchtig deegwaar in dit geval ook nog eens gevuld met een soort kaasfondue. Een flinke hap, maar het smaakt wel. Net als bietjes en heerlijke zoete appeltjes die er ook nog bijkomen.

Het enige dat echt tegenvalt is de bietenrisotto: twee uitgeholde gele bieten met een kleffe, melige hap rijst erin en dezelfde, in dit geval volledig misplaatste, garnituren als bij het zuurvlees. Terecht dat ze iets vegetarisch op de kaart zetten, maar dit is een totaal mislukt gerecht. De wijn per glas (3,60 euro) is niet bijzonder, maar je mag toch tien uur voor het vliegen niet meer drinken, horen we van twee politiepiloten een tafeltje verderop.

De toetjes (3,5 euro; 6 euro met ijs) zijn echt verrassend. Of je het nu een pana cotta van crème fraîche noemt, of een luchtige pudding of mousse, het is verraderlijk fris (waardoor je niet zo goed door hebt dat het ook bevredigend zwaar is). Maar vooral de aardappel-citroenmuffin is te gek: een warme, natte, zoete aardappelcake met een goede dosis rinse citroen. Hier is een pientere kok aan het werk.

Eindoordeel

Simpele gerechten, met liefde, aandacht en lokale producten bereid – dat hoeft allemaal niet veel te kosten. Restaurant Flantuas is zeker de moeite waard om eens voor om te rijden, als je toch op de weg zit. En het blijft een machtig uitzicht, zo’n opstijgende politiehelikopter.

    • Joël Broekaert