Opinie

    • Caroline de Gruyter

Jaag de Grieken weg en haal Poetin binnen

De discussie over een Griekse exit uit de eurozone is, geheel voorspelbaar, weer in alle hevigheid opgelaaid. Voor- en tegenstanders in de eurozone bediscussiëren de houdbaarheid van de Griekse staatsschuld met evenveel enthousiasme als vorige keer, in 2012. Weinigen lijken te beseffen wat voor steriele, achterhaalde discussie dit is. Er is iets fundamenteel veranderd, sinds die vorige keer: de wereld.

Europa kan er moeilijk aan wennen, maar de geopolitiek is terug van weggeweest. Daardoor kun je niet meer in puur economische termen over de toekomst van Griekenland in de eurozone spreken. In 2012 besloot Angela Merkel het land in de eurozone te houden. Geopolitieke overwegingen speelden toen al een rol. Om dezelfde reden bleef Cyprus in 2013 binnenboord. Dat was vlak na een ijzige EU-Ruslandtop, waarbij president Poetin tirades hield over het handelsakkoord dat de EU met Oekraïne wilde sluiten. Bij de huidige discussie over Griekenland zijn geopolitieke argumenten prominent geworden.

Als wij Griekenland uit de euro werken, drijven we het land in de armen van Rusland. Het feit dat premier Tsipras zijn allereerste afspraak had met de Russische ambassadeur, en dat zijn eerste clash met Brussel ging over sancties tegen Rusland, toont dat hijzelf de geopolitieke troefkaart al heeft getrokken.

Griekenland ligt in de woeligste hoek van de Middellandse Zee, vlakbij Turkije en Syrië. Turkije en Griekenland gunnen elkaar al decennia het licht in de ogen niet. Noordwaarts ligt de Balkan, het meest corrupte deel van Europa, met in het hart een bom die spoedig weer kan ontploffen: Bosnië. Griekenland is lid van de EU en de NAVO. Wie de Egeïsche Zee controleert, controleert scheepvaart, migrantenstromen, telecommunicatie, enzovoort. Er is ook gas gevonden, waarvan Rusland, Turkije en Israël willen profiteren. China, dat een deel van de haven van Piraeus bezit, werkt aan een ‘zijderoute’ over de Balkan naar het noorden.

Europa heeft lang geen landkaarten hoeven gebruiken. Onze democratie en ons kapitalisme hadden na de Koude Oorlog gezegevierd. We exporteerden dat model naar diverse landen, wereldwijd. Maar die tijden zijn voorbij. Dat heeft Vladimir Poetin ons met zijn annexatie van de Krim en de ontwrichting van Oost-Oekraïne duidelijk gemaakt. Hij stookt in Georgië, Armenië en Moldavië. Hij sluit energiedeals met China, Iran en Turkije, dat zich eveneens van Europa afwendt. Hij voert een charmeoffensief op de Balkan om het Europese ‘nabuurbeleid’ te ondermijnen.

Poetin veracht het postmoderne, goddeloze en grenzeloze Europa en is vastbesloten de opmars te stoppen. Daarom steunt hij iedereen die de EU wil saboteren, van het Front National tot Bulgaarse maffiosi. Zelfs Europese hulpverleners in Syrië werkt Moskou tegen. Is het, in deze context, een goed idee als de eurozone Griekenland laat dobberen?

Nee. Daarmee importeer je onenigheid en polarisatie binnen de NAVO en de EU. De EU wil geen failed state in haar midden. Het enige Russische militaire steunpunt in de Middellandse Zee is de marinebasis in het Syrische Tartus. De NAVO heeft een marinesteunpunt op Kreta. Washington moet er niet aan denken dat Rusland daar militairen zou installeren.

Het Griekse lidmaatschap van de eurozone draait niet meer om schuld en boete. De dagen zijn voorbij waarin we Europa in economische termen konden samenvatten – een term waar Duitsland, met zijn historische huiver voor politiek leiderschap, zo gelukkig mee was. Europa is weer politiek. Het vecht om te overleven. Het wordt tijd dat te erkennen.

    • Caroline de Gruyter