Islamitische kinderen moeten leren twijfelen

Hij ging op de koffie bij de ouders van Syriëgangers. Wat er volgens hem misgaat: te veel kwakzalvers, te weinig echte deskundigen.

Foto Merlijn Doomernik

Uren zat Ahmed Marcouch vorige week op de bank bij Farid, de vader van Achraf uit Amsterdam. Achraf kwam zeer waarschijnlijk een paar weken geleden om het leven bij een Amerikaans bombardement op de Syrische stad Raqqa, in handen van Islamitische Staat. Hij was zeventien. Marcouch: „Hij was zestien toen hij vertrok. Zestien! Een kind nog. Dat we hem niet konden tegenhouden, vind ik verschrikkelijk.”

Ahmed Marcouch is Tweede Kamerlid voor de PvdA, woordvoerder integratie. Hij was eerder politieman en stadsdeelvoorzitter van Amsterdam Slotervaart. Hij kwam in 2010 in de Tweede Kamer. Dat werd gezien als een opmerkelijke stap. Hij was meer een man van met-je-poten-in-het-bluswater dan het gedroomde Kamerlid. Meer een doener dan iemand die delibereert en onderhandelt. Hij beweegt zich nu soepel in Den Haag. Maar hij praat liever mét de mensen over wie het in de Kamer gaat dan óver hen. „Dat geeft een scherper inzicht in wat er aan de hand is.”

En dus ging hij naar de Haagse Schilderswijk, omdat politieagenten die wilden ingrijpen bij een ruzie, waren belaagd door buurtbewoners. Marcouch werd er bekogeld met eieren. „Ben je niet voor ons, dan ben je tegen ons”, zegt hij, dat gevoel hebben die jongens. „De politie is tegen je. Een volksvertegenwoordiger ook.”

Afgelopen week bezocht hij twee Marokkaanse vrouwen in Almere die klappen hadden gekregen van een autochtone man, met de woorden „vuile, vieze Marokkanen, rot op naar je eigen land”. Én een Amsterdamse homo die door Marokkaanse jongeren in elkaar was geslagen.

Hij dronk al koffie in menig ‘jihadgezin’. „Nou ja, schrijf dat maar liever niet zo op, want ouders of familie van Syriëgangers voelen zich vaak al zo bekeken. Alsof ze zelf ook opeens radicaal zouden zijn.”

Sommige ouders zijn trots op hun kind dat in Syrië strijdt.

„Die zijn er. Maar niet veel. De meeste ouders die ik sprak, zijn zich halfdood geschrokken. De vader van Achraf zag zijn zoon pijlsnel radicaliseren, binnen een paar maanden. Hij probeerde van alles om hem tegen te houden. Hij zocht hulp, bij de politie, bij hulpverleners, maatschappelijk werk. Hij heeft het nummerbord van de ronselaar, een Afghaanse jongen, genoteerd en doorgegeven. Hij is zijn zoon gevolgd naar het adres waar hij samenkwam met andere radicale jongeren. Het heeft niet geholpen. Achraf is gewoon via Schiphol vertrokken.

„Deze vader was er snel bij. Dat maakt de afloop extra triest. Als kinderen ideologisch geïnfecteerd worden, moet je snel handelen. Vaak merken ouders het te laat. Ze zien dat hun kind zich in de islam verdiept, meer gaat bidden, naar de moskee gaat en denken eerst: prima. Hangt hij tenminste niet op straat, loopt hij niet te blowen. En dan is het opeens te laat.”

Is het niet sowieso te laat bij de eerste tekenen van radicalisering?

„Eigenlijk wel. En als de veiligheidsdiensten een jongen in de gaten gaan houden, ben je veel te laat. Je zou willen dat ouders radicalisering met hun kinderen bespreken, zoals ze ook de gevaren van drugs, alcohol, roken bespreken. Dat hoop je, in elk geval. Dat geldt ook voor leraren op scholen. Als een kind aan de drugs raakt, of zich in coma zuipt, staat er een batterij hulpverleners klaar om bij te sturen en nazorg te verlenen. Bij radicalisering is dat een probleem.”

Omdat we het minder goed herkennen?

„Docenten zijn vaak onzeker omdat ze niet weten wat ze aanmoeten met die jongen die geobsedeerd is door onthoofdingsfilmpjes. Ouders zijn vaak het contact kwijt met school en zo niet, dan durven ze hun zorgen niet met school te delen omdat ze vrezen voor consequenties voor hun kind.”

Staat radicalisering te ver van leraren af?

„Je hebt mensen nodig die orthodoxe en extremistische stromingen binnen de islam kunnen begrijpen en doorgronden. Daarvoor moet je ook iets weten van de islam als religie. Leraren, gemeentepersoneel, politieagenten, journalisten hebben vaak geen idee. Iedereen schrikt zich dood als mensen naar Syrië willen vertrekken, en helemaal als ze kinderen meenemen. Maar als je veel met mensen praat, dan weet je dat enkelen die stap kunnen zetten en heb je inzicht in wat hen drijft. De burgemeester van Huizen had geen idee. Dus schoot hij in een kramp toen er gezinnen uit zijn gemeente wilden vertrekken.”

Kun je verwachten van een burgemeester van een kleine plaats in het Gooi dat hij precies weet wat er in de islamitische gemeenschap speelt?

„Je kunt het de burgemeester niet aanrekenen als hij dat niet weet. Maar een gemeente moet experts in huis hebben die het wel weten en zien. Dat hoeven niet allemaal mensen te zijn met een islamitische achtergrond, al helpt dat wel. De vader van Achraf voelt dat ik dezelfde culturele achtergrond heb als hij. Ik spreek zijn taal. Dat geeft rust, zeker op stressvolle momenten. Het zou helpen als meer niet-moslims zich een beetje zouden verdiepen in het islamitische geloof en de islamitische ideologieën. De islam wordt vaak nogal eendimensionaal benaderd.”

Zo van: een moslim is een moslim?

„Moslims worden meestal op één hoop geveegd: ze vasten tijdens ramadan, bidden vijf keer per dag, gaan naar de moskee. Natuurlijk is dat niet zo. Er zijn grote verschillen. De een houdt zich zoveel mogelijk aan de voorschriften. De ander doet dat niet, maar voelt zich ook volkomen moslim. Het grootste deel zit er tussenin, is praktiserend maar omarmt de moderniteit en de westerse samenleving.”

Gemeenten, politie, scholen moeten experts inhuren?

Marcouch gaat rechtop zitten. „Niet van die kwakzalvers in interculturele communicatie of zo. Geen zogenaamde deskundigen die pretenderen het medicijn te hebben tegen radicalisering en die nu massaal worden geraadpleegd.

„Na de aanslagen in Parijs doken ze direct weer op: de kenners en de duiders. Dat is onwenselijk, zelfs gevaarlijk. Nee, we moeten zorgen dat gemeenten, politie en scholen zelf de experts in huis hebben.”

Als je dat niet hebt, mis je te veel, zegt hij. Als politieman kon hij Marokkaans-Nederlandse jongens per pleintje herkennen. Voor zijn autochtone collega’s waren het allemaal jongens met een petje. „Dan liep ik in de Javastraat en dan zei ik: ‘Die man pakken we even.’ Zei mijn autochtone collega: ‘Hoezo?’ Zei ik: ‘Hij heeft ons net in het Marokkaans uitgescholden’.” Hij kijkt triomfantelijk.

Meer experts, al dan niet met islamitische achtergrond, zijn we er dan?

„Absoluut niet. Islamitische kinderen moeten leren kritisch te denken. Ze moeten leren vragen te stellen. Ze moeten leren twijfelen aan de absolute, zuivere waarheid. Ze moeten leren dat je mág twijfelen. Je hoort vaak dat moslims de Koran letterlijk nemen. De salafisten misschien, ja. Maar de meesten niet.”

„De Koran spoort aan tot denken. De Koran is doordrenkt met rede. De Koran leert: je bent verantwoordelijk voor je eigen keuzes. Het zou ook raar zijn als je gestraft kunt worden voor je fouten als je er niet zelf verantwoordelijk voor zou zijn.”

Waar moeten ze dat leren?

„Liefst natuurlijk thuis. En op school. Maar ik zie een belangrijke rol voor de moslimgemeenschap. Die reikt nu nog te veel dogma’s aan. Ze zou kinderen moeten leren dat je over ideeën kunt praten. Dat je vragen moet stellen. Die gedroomde islamitische staat, wat is dat eigenlijk? Of is juist een land dat je veel kansen biedt een droomstaat? Een land waar je jezelf kunt zijn, als moslim, maar ook als homo. Kinderen moeten leren dat je tegenover ideeën weer andere ideeën kunt zetten.”

Dat maakt ze weerbaarder?

„Daar ben ik van overtuigd. Ik zie dat kinderen met een gedegen religieuze opvoeding sterker zijn. Het meest vatbaar voor radicalisering zijn vaak, niet altijd, jongeren die de weg kwijt waren. Ze ontdekken dan religie als dé weg. Ze waren niemand, en dat lag aan iedereen behalve aan henzelf. En dan sluiten ze zich aan bij een groep, laten soms hun baard staan, gebruiken het juiste jargon. En ze voelen zich iemand!”

Waarom nemen de moskeeën die handschoen niet op?

„De Marokkaanse migranten die naar Nederland kwamen waren veelal ongeschoold. Daardoor is het religieuze kader van de moslimgemeenschap erg beperkt. Dat verandert, maar te langzaam.

„Turkse migranten zijn altijd erg gericht geweest op Turkije. Imams komen meestal rechtstreeks uit Turkije. Marokkaanse Nederlanders hebben de religieuze invloed uit Marokko altijd beperkt gehouden. Maar daardoor konden conservatieve stromingen als het salafisme en het wahabisme, die vooral wortels hebben in de Golfregio, hier voet aan de grond krijgen. Zij vullen nu vaak de religieuze boodschap in. Salafisten zijn niet per se extremisten, maar de stap van het een naar het ander is niet groot. Islamitische jongeren, ook in Nederland, zijn daar vatbaar voor.”

Is daarnaast niet vooral de situatie in het Midden-Oosten een voedingsbodem voor radicalisering in het Westen?

„Veel moslims hebben het gevoel dat er met twee maten wordt gemeten. IS wordt keihard bestreden, zeggen ze. Maar de Syrische president Assad is net zo verschrikkelijk, of nog erger. Israël wordt niet aangepakt, de Palestijnen wreed in de steek gelaten. Ik kan niet ontkennen dat ze daar een punt hebben. Daar moet de politiek een antwoord op geven. Ze zullen niet iedereen kunnen overtuigen, maar ze moeten wel uitleggen en verantwoorden.”

Er is veel respect voor u. Maar u krijgt ook agressie over u heen, zoals in de Haagse Schilderswijk. Juist van Marokkaanse Nederlanders. Hoe komt dat?

„Ik vind dat iedereen moet kunnen zijn wie hij is. Dat geldt voor een meisje dat een hoofddoek draagt en voor een jongen met baard en djellaba. Dat geldt ook voor joden met een keppeltje. En voor homo’s. Ik wil dat iedereen de vrijheid die hij zelf heeft, ook een ander gunt.

„Als ik word uitgejouwd en uitgescholden, dan is dat naar. Ik vind het onfatsoenlijk, luguber bijna. Maar het bewijst voor mij dat het nodig is wat ik doe.”

    • Sheila Kamerman