Het is niet interessant als ik mezelf spaar

Journalist en presentator Leon Verdonschot (41) publiceerde deze week zijn eerste roman. Alles van elkaar gaat over een mannenvriendschap, een geheim en seks. „Ik behoor tot die een op de vier mannen die wel eens naar de hoeren is geweest.”

Tekst Jessica van Geel Foto Andreas Terlaak

Schouderklop

„Ik las ooit een interview met een acteur en zijn beste vriend. De eerste vraag was: Wat is het geheim van jullie vriendschap? Ze kenden elkaar al dertig, vijfendertig jaar. De acteur antwoordde: dat we nog nooit een goed gesprek hebben gehad. Dat is een heel kordate samenvatting van een mannenvriendschap. Zo’n vriendschap kan bestaan uit het geven van een schouderklop. Dat is van een grote schoonheid. Tegelijkertijd is het een tekortkoming, omdat je de neiging hebt – ik ook – om te denken dat diegene die je op de schouders slaat precies hetzelfde denkt als jij. Maar dat hoeft helemaal niet. In een mannenvriendschap kan best na twintig jaar blijken dat je twintig jaar lang op een totaal ander spoor hebt geleefd. Daar wilde ik een boek over schrijven. Bij vrouwen zou dat nooit gebeuren. Die hebben soms de neiging er zoveel over te praten dat je bijna een probleem creëert. Wat natuurlijk ook niet altijd goed werkt.”

Appje

„Wat ik eveneens in de roman wilde laten zien, is hoe telefoons en computers relaties veranderen. Ik zie het om me heen. Er zijn veel meer verleidingen en die komen ook nog eens veel makkelijker beschikbaar. Vroeger, als je iemand in een discotheek ontmoette dan ging je daarmee naar huis, mee naar bed en de volgende dag ging je weg. En tenzij je naar dezelfde discotheek terugkeerde, was de kans groot dat je elkaar nooit meer zag. Nu zit vrijwel iedereen die je kent, of hebt gekend, in je telefoon. Je hele verleden draag je met je mee. Dus als jij behoefte hebt dan is één appje genoeg om terug te zijn bij iemand van drie jaar geleden. Je krijgt ook allerlei nieuwe dilemma’s en discussies. Mag je vriendin je mail lezen? En als er een appje binnenkomt, moet je telefoon dan open en bloot op tafel liggen of heb je het recht dat voor jezelf te houden?”

Autobiografisch

„Boeken over mannenvriendschappen zijn vaak erg klef, ik wilde spanning. Die probeer ik in mijn boek te creëren met een conflict tussen de vrienden en door het verhaal autobiografisch te maken. Ik heb een jeugdvriend gehad met wie ik heel lang bevriend ben geweest. Die vriendschap heb ik verbroken. In de roman wil mijn vriend Martin voor zijn nieuwe vriendin kiezen, op zo’n manier dat hij de vriendschap op het spel zet. Ik accepteer dat niet. Hij mag bij wijze van spreken het nest niet uit van mij. Dat is rechtlijnig. Maar ik vind nog steeds dat, als een van de twee het gevoel heeft dat de ander geen echte vriend meer is, dat consequenties moet hebben. Zo waardevol is vriendschap voor mij. Het is toch ondenkbaar dat je iemand die je al dertig jaar kent laat vallen voor iemand die je net kent, ook al ben je verliefd. Kijk, al je relaties gaan uit, op hoogstens een na. Al je vrienden blijven, op een enkeling na.”

Wallen

„Ik behoor tot die een op de vier mannen die wel eens naar de hoeren is geweest. Ik heb dat in het boek verwerkt – de mannen hebben veel seks en verleggen steeds weer hun grenzen – al staan er ook dingen in die niet gebeurd zijn, of dingen die ik heb gezien terwijl ik voor de Nieuwe Revu op reportage was. Het is niet interessant als ik mezelf spaar. Ik wil een hoofdpersoon die grotendeels op mij lijkt, maar ik wil hem ook op de pijnbank leggen. Trouwens, ik ben helemaal niet principieel tegen betaalde seks. Ik ben wel tegen betaalde seks met vrouwen die daar niet vrijwillig voor hebben gekozen. Als je nu over de Wallen loopt – ik woon ernaast – zie je heel veel hele mooie modelachtige Oost-Europese meisjes. Je kunt mij echt niet wijsmaken dat die meisjes hier vrijwillig zijn, zij zijn hiernaartoe gelokt met een lulsmoesje over een modellencarrière. De Wallen is niet meer het onschuldige sekswalhalla dat ik vroeger dacht dat het was. Al ben ik er nauwelijks geweest. Ik vind raamprostitutie ongemakkelijk. Voor beide partijen, zou ik bijna zeggen.”

Achternaam

„We hadden een compact gezin, ik ben opgevoed door mijn moeder. Mijn ouders scheidden toen ik een was. Ik vond het heel erg leuk met zijn tweeën. Ik had een hele stoere moeder. Ze was jong, ze ging mee naar concerten. Ik herinner me dat we een keer de bus naar huis misten na een concert in Keulen en toen op het station moesten slapen. Heel gaaf vond ik dat. Toen ik twaalf was heb ik mijn achternaam veranderd in die van mijn moeder. Ik vond niet dat mijn vader het verdiende dat zijn naam op mijn lagereschooldiploma zou staan – hij had helemaal niets bijgedragen aan mijn opvoeding. Voor de naamsverandering had ik zijn handtekening nodig en zo heb ik hem voor het eerst ontmoet. Daarna heb ik hem nog twee keer gezien, bij de begrafenissen van zijn vader en moeder, met wie ik wel contact had. We lijken fysiek op elkaar maar ik voel niets voor hem. Ik voel geen haat of verdriet. Niets.”

Drammer

„Ik was zestien en voorzitter van GroenLinks in Geleen. Ik moest in debat met Wim Kok, destijds lijsttrekker voor de PvdA. Ik had lang haar, een palestinasjaal, zo’n ‘Gegen Nazis’-symbool op mijn jas. Ik vond Kok heel rechts. Toen kwam de vraag: „Leon, wat zie je als het grootste verschil tussen jou en meneer Kok?” Ik zei: „Ik denk dat ik in tegenstelling tot meneer Kok nog wel in solidariteit geloof.” Wat pathetisch was dat. Op het vwo heb ik eens een busreis georganiseerd naar een anti-discriminatiedemonstratie. Ik heb net zo lang doorgedramd tot de rector via de intercom opriep om kaarten te kopen. Ik zat te glimmen in de klas. Wat een drammer was ik. Ik denk achteraf dat ik een identiteit zocht. Ik was toen iemand. Ik was mijn opvattingen, ik was ineens een man uit één stuk.”

Tatoeages

„Ik leg nu de laatste hand aan mijn documentaire over tatoeages, Lijfspreuk. Over dat onderwerp wordt over het algemeen heel karig en onnozel bericht. RTL5 heeft bijvoorbeeld een heel dom tv-programma waarin mensen meteen gaan huilen als ze over hun tattoo praten. Maar voor veel mensen hebben tatoeages juist met esthetiek te maken, zingeving, spiritualiteit, met hoe je je verhoudt tot je eigen lichaam. Ik heb ze zelf ook. Een stuk of vijftien. Ik vind het mooi om dingen die mij dierbaar zijn met me mee te dragen. Er is er een met een tekst van mijn held Bruce Springsteen: Stay hard, stay hungry, stay alive. Gedichten. Kunstwerken. Ik heb de Guernica van Picasso. Helemaal. Over mijn hele rug.”

Grondwaarden

„De ironische levenshouding is mij volkomen vreemd. Ik neem mezelf niet te serieus, maar de dingen die ik doe en de waarden die ik aanhang en de mensen met wie ik omga, die neem ik heel serieus. Ik heb een wantrouwen tegen mensen die schouderophalend en alles weglachend door het leven stappen. Ik heb een korte relatie gehad met iemand die heel flexibel was. Zij schikte zich naar haar omgeving, in ieder gezelschap was ze iemand anders. Ik voelde me heel onveilig bij haar. Ik kan dat niet. Ik rook niet, drink niet en ben al vanaf mijn zestiende vegetariër. En als ik bij iemand eet en diegene heeft vis gemaakt dan is dat heel vervelend maar ik eet het niet. Dan maar sla. Ik voel me nog lulliger en schuldiger wanneer ik het gevoel heb dat ik mezelf verloochen. Mijn grondwaarden zijn ononderhandelbaar.”

    • Jessica van Geel