Een mensenrecht op een schoon huis bestaat niet

Mensenrechten, dat is iets voor het buitenland. Hier is alles in orde. Die gedachte bekruipt me wel eens, vooral als ik achter een dierenambulance rijd. Nederland, land van scootmobielen, ecoducten, studieleningen, betaald kraamverlof voor vaders en een ombudsman voor kinderen. Als het Mensenrechtenhof in Straatsburg Nederland dan eens een tik op de vingers geeft, is het zelden om meer dan een incident. Laten we eerlijk zijn: touwtrekken tussen journalisten en de staat, asielkwesties en dergelijke. Weinig zware systeemfouten.

Echte mensenrechten gaan over foltering, geen toegang tot de rechter, lijfstraffen. Hier sluiten we juist gevangenissen of verhuren ze aan Belgen of Noren, wegens voortschrijdend inzicht. Als de koning op Saoedi-Arabisch condoleancebezoek gaat, een week nadat daar een (gerechtelijke) onthoofding plaatsvond, ja dan denk ik aan mensenrechten. Koopman en dominee op één kussen, daar slaapt al gauw het cynisme tussen.

Dus ik ging met enige scepsis deze week naar de ‘mensenrechtendialoog’ in de Kamer, waar het over, nota bene, lokale mensenrechten zou gaan. In Zwolle en Amersfoort dus. In de Kamer kwamen experts en bestuurders hun visie geven, op uitnodiging van zo’n beetje alle fracties, behalve PVV en VVD. Daar worden mensenrechten vooral hinderlijk gevonden. Of een uitnodiging tot rechterlijk activisme, wat inderdaad niet uit te sluiten is.

De beste anekdotes over lokale mensenrechtenschendingen kwamen van Gijsbert Vonk, Gronings hoogleraar sociaal zekerheidsrecht. In 2005 bedacht de VVD te Enschede dat de bijstand best goedkoper kon, als die mensen eens wat meer bij elkaar in zouden trekken. Of daar van gemeentewege niet een relatiebemiddelaar op gezet kon worden. Achteraf was het om ‘de burger’ (lees: de kiezer) aan het denken te zetten. Maar laten we zeggen dat het recht op gezinsleven wel erg vlot in een plicht werd omgezet.

Het andere voorbeeld was recenter. De burgemeester van het Drentse Beilen beloofde een lokale bijstandsgerechtigde zijn uitkering terug als hij voortaan zijn mond in de pers zou houden.

Ook niet goed, natuurlijk. Er doemt een bedompt soort lokale horigheid op voor kwetsbare burgers, die voor hun bijstand of primaire hulp voortaan de wethouder wel héél nadrukkelijk moeten groeten. Mensenrechten zijn in lokaal Nederland wel degelijk hot. ‘Het regent klachten over korten op poetshulp’, kopte Binnenlands Bestuur deze week. Utrecht had al ‘extra juristen’ moeten inhuren om 600 klachten te behandelen. Dantumadeel was in december door de rechter berispt, toen het huishoudelijke hulp introk zonder ‘keukentafelgesprek’.

Bestaat er dan een mensenrecht op een schoon huis? Nee, maar wel op sociale voorzieningen die volgens het College voor de Rechten van de Mens beschikbaar, aanvaardbaar, aanpasbaar en toegankelijk moeten zijn. Dit staat inmiddels bekend als de ‘BAAT-maatstaf’. Dat betekent volgens Vonk dat gemeenten voor hun kwetsbare groepen gelijke toegang moeten organiseren, hun privacy moeten beschermen en (uiteraard) onzinnige voorwaarden achterwege moeten laten.

Intussen lezen burgers dat Heerlen royaler is dan Groningen of Utrecht. Zo dreigt hetzelfde te gebeuren als in de jaren ’90 met de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG). Die liet gemeenten vrij in wat ze wilden ‘doen’ aan rolstoelen, vervoer, aangepaste woningen etc. Er is ruwweg van 1994 tot 2000 voor bestuursrechters in het hele land geprocedeerd tot er een nationaal protocol WVG tot stand kwam. De verschillen nu kunnen politiek zijn, maar ook een kwestie van lokale financiële armslag. Welk niveau is dan juridisch toereikend om voor de mensenrechtentoets te slagen? Menigeen was bevreesd dat mensenrechten straks een ‘splijtzwam’ tussen rechter en bestuurder worden. Of dat straks rechters gaan bepalen welk niveau van sociale voorzieningen in Nederland acceptabel is. Maar zie dat maar eens te voorkomen.

    • Folkert Jensma