Een klamboe doet meer tegen malaria dan een onderzoek

De epidemie lijkt af te vlakken. Dus gaan Afrikanen weer dood aan ziektes waar ze eerder aan dood gingen: AIDS en malaria, schrijft Rosanne Hertzberger.

Eén zorg minder. De ebola-epidemie lijkt nu echt af te vlakken. Nu gaan ze in Afrika gewoon weer dood aan alle ziektes waar ze eerder ook dood aan gingen: malaria (600.000 slachtoffers per jaar), aids (1,5 miljoen, van wie een kwart aan tuberculose) of simpele huis-, tuin-, en keukendiarree (jaarlijks 750.000 slachtoffers onder de vijf jaar).

Het is té cynisch om te klagen dat voor die ziektes geen aandacht is. Er is wél aandacht voor. Alleen staat het niet elke dag op de voorpagina. Neem het Global Fund voor de bestrijding van tuberculose, malaria en hiv/aids. Alleen al aan hiv/aids geeft dat fonds 16 miljard per jaar uit. En dan zijn er nog de initiatieven van de 0,1 procent. De Bill and Melinda Gates Foundation gaan dit jaar alleen al 500 miljoen dollar uitgeven aan de bestrijding van infectieziekten in ontwikkelingslanden.

En de wetenschap draagt uiteraard haar steentje bij, althans zo lijkt het. Er zijn grote budgetten beschikbaar voor groepen die onderzoek doen naar dit soort ziekmakende beestjes. Tijdens werkbesprekingen en presentaties zie ik telkens weer dezelfde slides met dezelfde statistieken, ietwat obligaat gepresenteerd door een postdoc of promovendus. „U kent deze getallen, maar ik moet ze toch nog even laten zien.”

Het is toegepast onderzoek, dat begrijpt u wel. En op verjaardagen en partijtjes kun je trots beweren dat je aan de wereldproblematiek werkt, dat het beestje dat jij onderzoekt honderdduizenden doodt, en dat jij dat misschien wel gaat voorkomen.

Maar wat volgt na de slides met statistieken is meestal een hyperfundamenteel verhaal. Over welk eiwitje samen met welk eiwitje een complexje vormt, en hoe dat samen met nog een ander eiwitje essentieel is voor de besmetting. Sommige onderzoeksgroepen weten zoveel van een bacterie dat ze er mee kunnen goochelen. Neem bijvoorbeeld de E. coli die urineweginfectie veroorzaakt, een nogal veel voorkomende en gevaarlijke kwaal, waar eigenlijk nog steeds alleen antibiotica voor beschikbaar zijn. Er zijn groepen die van zo’n bacterie echt elk gen, elk eiwit, elk complexje, elk structuurtje kunnen modificeren, verlengen, verkorten, weghalen, of verduizendvoudigen. Maar urineweginfectie genezen, dat lukt niet.

Maar goed, volgens de heersende opinie hoeft dat ook niet meteen. Als je een beetje gevestigde wetenschapper bent kun je iedereen wijsmaken dat je de infectie eerst moet begrijpen, voordat je haar kan bestrijden. Sterker nog, eigenlijk kun je elk onderzoek naar elk eiwitje in elke bacterie verkopen als „het vinden van nieuwe targets voor nieuwe soorten antibiotica”.

Ik breek al een jaar lang mijn hoofd over hoe ik in twee of drie slides mijn onderzoek kan koppelen aan aids, of kanker, of hart- en vaatziekten. Het zou wel heel toevallig zijn als mijn onderzoek daadwerkelijk gaat bijdragen aan het voorkomen of genezen van die infecties. Maar als ik mensen dat kan wijsmaken, kan ik wel ineens veel grotere fondsen aanboren.

Als ik Bill of Melinda Gates was, dan zou ik toch uitkijken met de wetenschap. Ik vermoed dat een klamboe, of een investering in de lokale klamboefabriek, of zelfs een algemene poging tot armoedebestrijding, sneller iets gaat opleveren voor malariapatiënten dan het malaria-onderzoek in de westerse wereld.

Als ik Bill of Melinda Gates was dan zou ik alleen iets aan wetenschappers geven als er iemand, een farmaceut met een aandeelhouder of een arts met een stervende patiënt, heel ongeduldig bij de deur van het lab staat te wachten op een werkend middel.

Wetenschappers alleen gaan de wereld niet redden.

    • Rosanne Hertzberger