DWDD-expo: kitschvisser, dode roeken, napje eieren

Vaste gasten uit De Wereld Draait Door mochten wegens het 10-jarig bestaan expositie maken met stukken uit depots.

Foto OLAF KRAAK/ANP

De lekententoonstelling is een nieuw en gelukkig verschijnsel: gastconservatoren laten een persoonlijke keuze zien uit de complete museumcollectie, met inbegrip van alle in depot rustende, ‘onzichtbare’ stukken.

Ter gelegenheid van het tienjarig bestaan vroeg VARA’s tv-programma De Wereld Draait Door haar vaste gasten ieder een zaaltjesgrote expositie samen te stellen. Bekende persoonlijkheden vinden onbekende kunstwerken.

Modedeskundige Cécile Narinx dook in de kelders van het Centraal Museum in Utrecht en toont hoogst opmerkelijke kleding en dito schoeisel van ontwerperscollectief Gill.

Cabaretier Marc-Marie Huijbregts hing een portrettengalerij op waarin een glanzend geconterfeite Oudhollandse kitschvisser met een Charley Toorop, afkomstig uit het Van Abbe – bien étonnés de se trouver ensemble.

Mediaevist Herman Pleij verbijstert bezoekers in de door hem ingerichte ruimte met devoot beeldhouwwerk uit ‘zijn’ periode – alleen al het uit hout gebeitelde plooiwerk van alle Mariajurken is duizelingwekkend (uit het Catharijneconvent). Van het Gronings Museum bruikleende columnist Jan Mulder een supermarkttoren ingeblikte waar van Servaas’ Fish Air + Eau de Poisson (1985-1992), en („mijn topstuk”) de ontregelinstallatie Whipper Snapper van Wim T. Schippers.

Aan wat een museum vaak verplicht meent te zijn – het tonen van het mooiste en beste – heeft de lekenconservator geen boodschap. Hij hangt op wat hij of zij wil, op eigen wijze. Traditioneel in dit opzicht is een aantal schedelportretten die actrice Halina Reijn („Ik ben mijn leven lang al gefascineerd door de dood”) uit het Zwolse museum De Fundatie aan het licht bracht. Uitgekookt, maar niet erg verrassend ook is de keuze van Jasper Krabbé, die de DWDD-gelegenheid benutte om aan de hand van andermans beeldwerk zijn eigen productie maar weer eens te verklaren. In het geval van dichter/muzikant Nico Dijkshoorn pakt met name de keuze (uit het Drents Museum) bijzonder gelukkig uit. In zijn opstelling een banier van Hoyas’ Vleescentrale Assen naast – een ontdekking vond ik – Klaartje Panders Gasfornuis, maar vooral Grégoire Kenne’s Lunch met worst. Een in drone-perspectief afgebeeld, beschilderd eettafelblad in gedekte maar onberoerde staat: een bokking op een bordje, Franse kaas, bruine boterhammen, Italiaanse worst, pruimenjam, twee zacht gekookte eieren. Dijkshoorn liet het helaas niet bij zijn ook op de andere wanden innemende beeldcombinaties, maar voegde een aantal door- zo niet doodgekookte verhaaltjes toe, geschikt voor kinderen tot tien jaar. Zo lezen we naast genoemd Gasfornuis: „Die pan heb ik ook!”

Wat kunst niet op kan roepen in de mens. Die gedachte doet zich op andere manier voor bij schrijver Joost Zwagerman. Hij stuitte in het depot van het Haags Gemeentemuseum op twee doeken van Floris Verster: Twee dode roeken (1907) en Napje met eieren (1906). Vanuit deze kleine werken combineerde hij met minder bekende kunst wat met recht een ‘lichtstil gedicht’ mag heten. Indrukwekkend. Tot en met een foto van een doodkalm kunststofkrukje, met een ei-gelijk zitvlak.

Kunst kijken, eieren. Kook een ei en de inhoud stolt. Australische en Californische wetenschappers vonden onlangs echter een manier om gekookte eieren te ‘ontkoken’, een ontdekking die de bestrijding van kanker kan bevorderen. Maar als beeldspraak werkt het ook. Wat in de beste zaaltjes van deze DWDD Pop-Up lekenexpo namelijk gebeurt is dit: de toeschouwer raakt zijn stolling kwijt. De verbeelding wordt weer vloeibaar. Hij raakt ontkookt.

    • Atte Jongstra