De rekentoets moet niet geheim blijven

Met de invoering van de verplichte rekentoets lijkt een nieuwe trend gezet: die van geheime digitale examens. Zo kunnen we die toets nooit controleren, menen Aviva Boissevain en Karin den Heijer.

foto thinkstock

De omstreden verplichte rekentoets vertoont grote inhoudelijke, technisch en organisatorische onvolkomenheden. Bovendien mogen veel sommen met een rekenmachine worden gemaakt, dus echt rekenen komt er niet aan te pas.

Talloze leraren hebben terecht hun zorgen geuit over de toets. Die is bedoeld om de rekenproblemen van leerlingen in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs tegen te gaan. Vanaf komend schooljaar wordt de rekentoets daarom een verplicht onderdeel van het eindexamen. De middelbare scholier die niet slaagt voor de toets, zakt voor het hele examen.

De discussie spitst zich vooralsnog toe op de rekentoets als zodanig – niet op de controle hierop. Maar die is wel reden tot zorg. Zo heeft de commissie-Bosker, die de kwaliteit van de rekentoets moest beoordelen, niet alle vragen mogen zien. De commissieleden konden hun onderzoek slechts uitvoeren aan de hand van een beperkt aantal voorbeeldopgaven.

En ook later zullen zij de opgaven niet zien, want de examenopgaven zullen vooralsnog niet openbaar worden. De opgaven moeten immers in latere examenjaren worden hergebruikt. En merken leraren en leerlingen fouten in de opgaven op, dan mogen zij daar niet publiekelijk over discussiëren, zo stelt het College voor Toetsen en Examens.

En dat terwijl een groot aantal opgaven ‘onzinnig’ is, zoals onder meer prof. dr. Jan van de Craats, hoogleraar wiskunde aan de Universiteit van Amsterdam vaststelt. Hij constateerde aan de hand van voorbeeldopgaven dat veel opgaven gekunsteld zijn. Zo publiceerde een leerling een opgave waarin hij op een plattegrond moest aangeven op welke plek in huis een computermodem het beste geplaatst kon worden: in de huiskamer, de keuken of de studeerkamer. Aan de opgave kwam geen getal te pas.

Is deze opgave relevant voor het toetsen van rekenvaardigheid? En hoe zit het dan met al die andere opgaven? Door de geheimhouding is controle op relevantie van de opgaven de komende jaren onmogelijk.

Ten slotte wordt het examen afgenomen in zo’n vijftien (!) varianten. Omdat die volgens de opstellers van het examen niet dezelfde moeilijkheidsgraad hebben, kan hetzelfde aantal scorepunten bij de ene variant leiden tot een voldoende en bij de andere variant tot een onvoldoende. Dat roept de vraag op naar de gehanteerde methode; in hoeverre komt de grens voor slagen of zakken voor de verschillende varianten van de rekentoets ‘uit de hoge hoed’?

Het gemak waarmee het College voor Toetsen en Examens dit geheime, digitale examen met zoveel varianten in het onderwijs toelaat, is verontrustend. Maar een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur door een leraar Wiskunde mocht niet baten.

Het lijkt erop dat met de invoering van de rekentoets als onderdeel van het centraal examen een nieuwe trend is gezet: die van geheime digitale examens. Geen onderzoekscommissie, docent of hoogleraar zal in dat geval ooit nog weten hoe de examens in het voortgezet onderwijs er uitzien. Zonder ordentelijke publicatie is een openbare discussie over kwaliteit en relevantie van de rekentoets en de controle daarop onmogelijk. Wanneer de rekentoets in deze vorm wordt geaccepteerd, zetten we de deur open voor gegoochel met opgaven en resultaten.

De Tweede Kamer moet daarom niet akkoord gaan met de huidige invulling van de rekentoets. En, last but not least, leerlingen gaan niet goed rekenen van een rekentoets maar van goed rekenonderwijs. Dat is primair de taak van het basisonderwijs.

    • Karin den Heijer
    • Aviva Boissevain