De echte crisis: als kiezen niet meer helpt

17 januari 2015 – Buig niet voor de tijdgeest, buig de tijdgeest om! Deze bemoedigende strijdkreet staat in het rapport Politiek van Waarde waar de PvdA dit weekeinde over congresseert. De veelgeplaagde regeringspartij wil terug naar haar wortels. Maar tussen droom en daad staan illusies van macht en praktische bezwaren. Formeel stelt de partij op

17 januari 2015 - Buig niet voor de tijdgeest, buig de tijdgeest om! Deze bemoedigende strijdkreet staat in het rapport Politiek van Waarde waar de PvdA dit weekeinde over congresseert. De veelgeplaagde regeringspartij wil terug naar haar wortels. Maar tussen droom en daad staan illusies van macht en praktische bezwaren.

Formeel stelt de partij op 18 januari de kandidatenlijst vast voor Eerste Kamer, die indirect wordt gekozen door de op 18 maart nieuw gekozen Provinciale Staten. Oud-partijvoorzitter en senator Ruud Koole hoopt op een hogere, wel verkiesbare plaats te komen. Wie hem die kans gunt geeft de partijtop ook het signaal dat het roer om moet. De partij dreigt verpulverd te worden in de coalitie met de VVD.

Premier Rutte heeft de PS-verkiezingen in een vraaggesprek met deze krant (3 januari) zelf genationaliseerd. Meestal zijn gemeentelijke en provinciale verkiezingen besmuikte tevredenheidsmetingen van het zittende kabinet. Nu zei Rutte hardop dat het landelijke verkiezingen zijn die het kabinet ‘direct raken’. Maar ongeacht de uitslag zou het kabinet blijven zitten. PvdA-leider Samsom verklaarde bij Eva Jinek op de bank dat ook hij geen persoonlijke consequenties zou trekken uit een al maanden voorspelde slechte uitslag voor zijn partij.

Die bezweringsformules overtuigen niet. De twee boegbeelden van deze coalitie erkennen dat het kabinetsbeleid op het spel staat, maar zij wijzen bij voorbaat politieke gevolgen van een eventuele nederlaag van de hand. Zo werkt het in een parlementaire democratie niet. Steun verloren, wegwezen. Tenzij je heel bijzondere omstandigheden kunt aanvoeren waarom je nog even op de winkel blijft passen.

Rutte verruimde zijn kansen op een draaglijk resultaat door te speculeren over een Eerste Kamer-meerderheid voor zijn officiële coalitie plus de buitenboordmotoren D66, ChristenUnie en SGP. Dat neemt niet weg dat hij zich twee extra risico’s op de hals haalde. Bij slechte resultaten voor VVD+PvdA lijdt het kabinet averij op. Bovendien politiseert hij de rol van de Eerste Kamer waar zijn partijgenoten Hermans en Zijlstra met enige regelmaat over klagen.

De duidelijkheid die Mark Rutte heeft gecreëerd biedt een steuntje in de rug voor het kabinet als de schade meevalt. Als de regeringspartners daarentegen een zwaar pak slaag krijgen wordt het lastiger de kiezersuitspraak weg te lachen. Gevestigd Den Haag zal er als de kippen bij zijn de noodzaak van nieuwe verkiezingen voor de Tweede Kamer te ontkennen. ‘Onverantwoord in deze economische crisis, zeker gezien de jihadgevaren die ons bedreigen’.

Een sterker argument tegen verkiezingen is dat ze niets oplossen. Om dat te erkennen moet je durven kijken in de afgrond van ons democratische stelsel. De smeulende opstand bij de resterende trouwe aanhang van de PvdA opgeteld bij de constant schamele peilingen voor de coalitie maken zichtbaar dat er geen meerderheid is voor belangrijke elementen van het gevoerde beleid. Wat wel?

Tegen zijn is makkelijker dan ergens voor zijn. Het land moet worden geregeerd. Dat is een hoofdargument bij de voormannen van de ‘constructieve oppositie’. Achter die berustende medewerking aan de uitvoering van het uitruilregeerakkoord van Rutte II schuilt het grotere probleem dat er weinig partijen zijn die brede, uitgewerkte alternatieven hebben voor het dominante beleid van de laatste pakweg twintig jaar.

Dat beleid verwart en vereenzelvigt politiek met een managementvraagstuk. De verschillen tussen de meeste partijen waar stemmers bij vervroegde verkiezingen tussen kunnen kiezen zijn niet groter dan een beetje meer zus en een beetje minder zo. Dat inzicht kan moedeloosheid en thuisblijven aanwakkeren. Nuttiger is het als iedereen die betrokken is bij de publieke zaak gaat beseffen dat politiek is verworden tot bestuur. De parlementaire democratie is verworden tot bestuurdersberaad. Daarin doen de kiezers er verrassend weinig toe.

De regeerbaarheid van het land na 18 maart hangt in de ogen van het kabinet af van het zeker stellen van een meerderheid voor de 2+3-coalitie in de Eerste Kamer. Dat lukt misschien net, misschien niet. In plaats van in de achterkamertjes het CDA er bij te scharrelen zouden Rutte c.s. er voor kunnen kiezen fundamenteler na te denken. En een soort hernieuwde regeringsverklaring in de Senaat af te leggen.

In dat debat zou het kabinet een begin kunnen maken met zelfinzicht. En schetsen hoe het grote verlangen van een meerderheid van het volk naar een menswaardiger en minder bedrijfskundig beleid kan worden gerealiseerd. De politiek moet weer gaan over het land waarin wij willen leven. Over politieke keuzes. Daarna pas over bestuur. Dan moet ook worden erkend dat de representativiteit van onze representatieve democratie een acuut probleem is.

Voor het PvdA-congres heeft dit weekeinde de kans de weg te wijzen naar een door waarden gedreven politiek waarin het verbindende publieke belang weer leidend is. Drie rapporten (van de eigen denktank WBS, de commissie-Hamming en de commissie-Melkert) plus de voorzet van senator Duivesteijn en oud-staatssecretaris Van der Ploeg (woensdag in deze krant) moeten genoeg idee geven.

Het risico is klein dat een PvdA met hervonden zelfvertrouwen alsnog een goed verkiezingsresultaat haalt. Waarna de coalitie met extra moed blijft managen. Zelfs als Lodewijk Asscher na een nederlaag het roer overneemt is er geen ontkomen aan. De Nederlandse politiek zal mét of zonder PvdA aan het werk moeten om de democratische rechtsstaat te redden.

email: opklaringen@nrc.nl; twitter: @marcchavannes

    • Marc Chavannes