Ananaseiland

Over elk onderwerp – hoe klein ook – is oneindig veel te vertellen. Lex Boon koos ooit voor de ananas en neemt ons mee. Deze week: Hainan, het Hawaii van China.

Op de wereldkaart was het me eigenlijk nooit opgevallen, terwijl het toch net zo groot is als België: het eiland Hainan, de meest zuidelijke provincie van China, op 30 kilometer van het vasteland. Het is een eiland in de vorm van een druppel. Met een beetje fantasie zou je er zelfs een ananas in kunnen zien.

Maar dat was niet de reden dat ik mijn vakantie afgelopen augustus aan de oostkant van China onderbrak om ernaartoe te vliegen. Op het tropische Hainan zou namelijk een groot deel van de Chinese ananasproductie plaatsvinden. Tenminste, dat had ik gelezen in het enige wetenschappelijke artikel dat ik over de ananasteelt op Hainan had kunnen vinden. En daarin werd vooral de ‘Comte de Paris’ geroemd, een variëteit ananas met „geel vlees en een uitstekende smaak”. Maar in welke supermarkt in Shanghai ik ook was, ik kwam maar geen ananas tegen uit Hainan. Het waren vooral geïmporteerde ananassen uit de Filippijnen en Taiwan. Ook die waren bijzonder – zoals de acht euro kostende Tainung No. 16 uit Taiwan, verpakt in een netje – maar niet zo mysterieus en onbekend als de ‘Comte de Paris’. Ik moest er dus maar naartoe.

In mijn hoofd werd Hainan een mysterieus ananaseiland, met bijzondere onontdekte variëteiten en een aaneenschakeling van ananasvelden. Dat vermoeden werd alleen maar groter toen het toestel van China Southern begon aan de landing op Sanya Airport en ik vanuit de lucht zag dat de luchthaven werd geflankeerd door drie grote ananassen.

Buitenlanders weten het bijna niet te vinden, maar voor Chinezen is Hainan een soort van Hawaii. Jaarlijks komen er miljoenen Chinese toeristen op bezoek. En die komen vooral voor het mooie weer, de witte stranden en de luxe resorts. Niet voor de ananassen, zo bleek al snel. In de supermarkten op Hainan kwam ik alleen wat oude ananassen tegen vol schimmel, waarboven fruitvliegjes cirkelden. Werden hier wel écht ananassen geproduceerd?

Op het eiland lukte het me niet om een Engelstalige gids te vinden, waarop de vriendelijke hotelmanager Jack Li aanbod om te helpen. Alleen sprak hij maar een klein beetje Engels. Pas na uren rondrijden langs toeristische attracties begreep hij dat ik eigenlijk alleen maar naar de ananasvelden in het binnenland wilde. Daar volgde de verwachte teleurstelling: de velden met ananasplanten waren er wel, maar er was geen verse ananas te bekennen. Laat staan een ‘Comte de Paris’, waarvoor ik eigenlijk was gekomen. De ananasboeren bleken aan het werk te zijn in de autogarages. Ik vroeg aan Jack Li of hij een beetje wilde rondvragen naar de ananas. Dat deed hij, maar vertalen lukte hem niet. Met een recorder nam ik de gesprekken dus maar op, om het bij thuiskomst te laten vertalen en mijn fout te ontdekken. Naar de mysterieuze ‘Comte de Paris’ had Jack niet gevraagd. Wel of we een verse ananas konden krijgen. Het antwoord van de boeren: „Nee, jullie zijn te vroeg. We oogsten pas in januari.”

    • Lex Boon