10x zoveel DNA-matches in 10 jaar

Van de hoofdverdachte in de zaak-Borst is bij een eerder delict verzuimd DNA te nemen. Dat gaat vaker fout.

Databank én gebruik groeit

1 Wat ging mis in de zaak-Els Borst?

Het Openbaar Ministerie heeft in 2011 geen DNA afgenomen bij Bart van U., de hoofdverdachte in het onderzoek naar de moord op oud-minister Els Borst. Van U. werd dat jaar opgepakt, en later veroordeeld, voor verboden wapenbezit. Bij zo’n vergrijp moet DNA worden afgestaan, dat wordt opgeslagen in de databank van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Maar Van U. kreeg nooit de ‘uitnodiging’ toegestuurd waarin hem werd gevraagd DNA af te staan, gaf het OM deze week toe. Daarom is er eerder geen match gevonden met DNA bij het lichaam van Borst. Van U. werd deze maand gearresteerd voor de moord op zijn zus. Toen werd wél DNA afgenomen. Vergelijking in de databank leverde een match op met de sporen in de zaak-Borst. In beide zaken is Van U. nu hoofdverdachte.

2 Hoe vaak komt DNA níét in de databank terecht?

Uit onderzoek van het WODC en de Universiteit Leiden uit 2011 blijkt dat in ongeveer twintig procent van de gevallen DNA niet in de databank terecht komt, terwijl dat wel zou moeten. Volgens onderzoeker Michele Taverne kan dat „volkomen legitieme redenen hebben”. Bijvoorbeeld omdat de verdachte al eerder DNA heeft afgestaan of omdat er uitzonderingsgronden zijn.

Taverne: „Een niet-legitieme reden is als het OM heeft nagelaten het verzoek te versturen. In hoeveel zaken dat gebeurt is onduidelijk.” Volgens Ton Broeders, hoogleraar criminalistiek, doet het OM soms „simpelweg geen verzoek.” Maar ook hij weet niet in hoeveel gevallen het OM nalatig is.

Communicatiefouten komen ook voor: soms krijgt de verdachte of veroordeelde wel een bevel DNA af te staan, maar blijkt achteraf geen DNA in de databank te zijn terechtgekomen. Broeders: „Dan is diegene bijvoorbeeld niet komen opdagen. Eigenlijk moet de politie dat melden, maar dat gaat wel eens fout.”

3 Moet een verdachte verplicht DNA afstaan?

DNA-afname is verplicht bij verdachten of veroordeelden van delicten waar vier jaar of meer celstraf voor staat. DNA wordt afgenomen in de vorm van wangslijm, bloed of haren.

Door deze wet kwam vorig jaar een doorbraak in de zaak van de Utrechtse serieverkrachter. Verdachte Gerard T. moest zijn DNA afgeven voor verdenking van fietsendiefstal. Voor dat delict staat maximaal vier jaar cel. Sinds 2012 is ook opsporing via ‘DNA-verwantschap’ mogelijk. Daarmee wordt gekeken of de verdachte van een misdrijf via bloedverwanten kan worden gevonden. Zo werd in datzelfde jaar de dader van de moord op Marianne Vaatstra gevonden.

4 Hoe vaak leidt DNA tot een spoor in een zaak?

Er staan meer dan 200.000 DNA-profielen in de databank van het NFI. Tien jaar geleden stonden er nog geen 6.500 mensen in. Het aantal ‘matches’ is in tien jaar tijd ook gegroeid. In 2004 was 4.600 keer een DNA-spoor gevonden dat gekoppeld kon worden aan een persoon in de databank. Dat is tot vorig jaar vertienvoudigd: ruim 46.000. Gemiddeld worden bij het NFI nu elke week 113 matches gevonden. Hoe vaak dit cruciaal bewijs is in een strafzaak kan het NFI niet zeggen.

De universiteit Leiden en het WODC concludeerden in 2011 dat van het aantal veroordeelden dat tot die tijd DNA had afgegeven 7,3 procent op een later moment een match oplevert. Bij de helft daarvan was de DNA match ‘cruciaal’ – die leidde tot arrestatie van de dader.

5 Zijn zo grote zaken opgelost?

Zeker. De Puttense moordzaak is het bekendste voorbeeld. In deze zaak werden haren en een spermadruppel gevonden op het been van Christel Ambrosius, die in januari 1994 vermoord werd gevonden. Twee mannen, Wilco Viets en Herman du Bois, werden voor de moord veroordeeld terwijl de sporen op het lichaam van Ambrosius niet van hen waren. Tien jaar nadat zij hun gevangenisstraf hebben uitgezeten blijkt het DNA op het lichaam van Ambrosius te matchen met dat van Ronald P.. Hij werd veroordeeld tot vijftien jaar cel.

6 Hoe zorgt het NFI dat DNA-sporen niet worden verwisseld?

Het is één keer fout gegaan in de DNA-databank. Vorig jaar bleek dat in 2008 twee DNA-monsters waren verwisseld. Stickertjes werden op de verkeerde samples geplakt. Daardoor werd een 25-jarige man uit Utrecht ten onrechte veroordeeld voor drie autokraken. Hij zit drie dagen vast, in voorarrest, en kreeg een werkstraf van 90 dagen. De verwisseling bleek pas in 2014, toen de Utrechter voor een andere zaak DNA moest afstaan. Sinds die verwisseling worden naamcodes dubbel gecontroleerd.

    • Anne Vegterlo
    • Enzo van Steenbergen