Zanger Rod McKuen (Soldiers Who Want To Be Heroes) overleden

Rod McKuen, de dichter-zanger wiens sonore geluid diep uit de onderbuik kwam, is gisteren in een kliniek in Beverly Hills overleden na een longontsteking. Hij was 81 jaar. Zijn grootste Nederlandse hit was het anti-militaire Soldiers Who Want To Be Heroes, maar in Amerika scoorde hij vooral met in het Engels vertaalde chansons van Jacques Brel.

McKuen begon als columnist in een plaatselijke krant, maar liet zich al halverwege de jaren vijftig inspireren door Beat Poets als Jack Kerouac en Allen Ginsberg. Ook hij ging gedichten voorlezen in cafés en clubs, maar anders dan zijn voorbeelden zocht bij emplooi voor een groter publiek. Later leverde zijn gevoel voor commercieel succes hem onder poëtische puristen de bijnaam King of kitsch op.

Begin jaren zestig verbleef Rod McKuen in Parijs, waar hij bevriend raakte met de beginnende Jacques Brel. Tot de Brel-nummers die hij vertaalde, behoren Ne me quitte pas (If you go away) en Le moribond (Seasons in the sun). Voorts kwam hij via Brel in contact met Liesbeth List, met wie hij in 1972 zelfs een Engelstalige duettenplaat maakte. McKuen voorzag voor haar een doorbraak op de Engelse en Amerikaanse markt. Maar die bleef uit.

McKuen schreef meer dan duizend liedjes, die ook door sterren als Frank Sinatra, Johnny Cash, Barbra Streisand, Dolly Parton en zelfs Chet Baker op de plaat werden gezet. Hij publiceerde tientallen dichtbundels, die bij elkaar een miljoenenoplage haalden. In 1981 stopte McKuen met optreden wegens de depressies waaraan hij tot zijn dood bleef lijden. Hij werkte als stemacteur mee aan animatiefilms en componeerde enkele orkestsuites. Zijn songs bleven intussen ook bij veel navolgers op het repertoire staan.