Opinie

    • Juurd Eijsvoogel

Wat het betekent om een Duitser te zijn

Wat moet je als jonge Duitser met de stellige bewering van president Gauck dat er „geen Duitse identiteit zonder Auschwitz” is? Kleeft de schandvlek van nazimisdaden werkelijk nog steeds alle Duitsers aan? Ook als je een jaar of 19 bent, en zelfs je grootvader de oorlog alleen uit de verhalen kent? Zelfs als je ouders in Turkije zijn geboren, in China of in Nederland? Bedoelt Gauck dat je pas een echte Duitser kunt zijn als je bent getekend door de herinnering aan de volkerenmoord op de Europese Joden, driekwart eeuw geleden door jouw land begaan?

Gauck deed zijn uitspraak dinsdag, in een rede ter herdenking van de bevrijding van Auschwitz, zeventig jaar geleden. „De herinnering aan de Holocaust blijft een zaak van alle burgers die in Duitsland wonen”, zei hij. „Hier zijn de verschrikkingen van het verleden dichterbij, en de verantwoordelijkheid voor het heden en de toekomst groter dan elders.”

Voor de politieke klasse en de opiniemakers staat dit buiten kijf. Het huidige Duitsland is gebouwd op de ruïnes van Auschwitz, schrijft de Frankfurter Allgemeine deze week: liberaal en democratisch, met respect voor de mensenrechten, ontworpen als het tegendeel van de Hitler-dictatuur met haar rassenwaan. De Duitse binnen- en buitenlandse politiek is niet te begrijpen, stelt de krant, zonder kennis van de donkerste twaalf jaren van de Duitse geschiedenis, en de lessen die daaruit zijn getrokken.

Daar is geen speld tussen te krijgen. Maar dat wil niet zeggen dat de Duitse bevolking óók vindt dat de afrekening met het naziverleden centraal moet blijven staan in de nationale identiteit, in wat het betekent om Duitser te zijn.

Gauck zal het niet leuk hebben gevonden, maar afgelopen week bracht de Bertelsmann Stiftung een peiling uit die zijn stelling sterk relativeerde. Is er geen Duitse identiteit zonder Auschwitz? Daar denken veel Duitsers anders over: 81 procent wil de geschiedenis van de Jodenvervolging nu wel eens „achter zich laten”. En 58 procent wil er zelfs definitief „een streep onder zetten”.

De Duitse staat mag jaar in jaar uit plechtige en schuldbewuste herdenkingen houden, en er mogen steeds nieuwe monumenten voor de slachtoffers van het nazisme bij komen, maar al die manieren om de herinnering aan de geschiedenis levend te houden verliezen kennelijk hun zeggingskracht. Het dreigen holle rituelen te worden.

De Bertelsmann Stiftung onderzocht ook hoe Duitsers denken over Israël (en hoe Israëliërs denken over Duitsland). Angela Merkel zei in 2008 dat de historische Duitse verantwoordelijkheid voor de veiligheid van Israël ‘Staatsraison’ is – een kernbelang van de Bondsrepubliek. Maar ook op dit punt is er een kloof tussen politiek en publieke opinie. Terwijl 68 procent van de Joodse Israëliërs tegenwoordig positief denkt over Duitsland, staat andersom maar 36 procent van de Duitsers positief tegenover Israël. En nog opmerkelijker: 23 procent van de ondervraagde Duitsers antwoordt instemmend op de klassiek antisemitische stelling dat „Joden te veel invloed in de wereld hebben”. Begin jaren negentig vond overigens 36 procent dat nog.

De gruwelijkheid en de omvang van de naziterreur zijn bijna niet te vatten. Auschwitz, waar meer dan een miljoen mensen zijn vermoord, is er het symbool van. Dat landen en individuen tot zoiets in staat zijn, blijft een waarschuwing voor de bevattelijkheid van mensen voor onmenselijke ideeën. Dat besef heeft Duitsland tot de sterke rechtsstaat gemaakt die het nu is. Dat grote land in het hart van Europa moet nu manieren vinden om nieuwe generaties en nieuwe Duitsers ervan te overtuigen dat een Duitsland dat Auschwitz vergeet – er een streep onder zet en het verleden niet meer op zichzelf betrekt – aan het land dat we nu kennen en waarderen zijn fundament ontneemt.

    • Juurd Eijsvoogel