Voelen joden zich nog veilig in Amsterdam?

Recente aanslagen waren antisemitisch. Joden in Amsterdam reageren verschillend op de dreiging.

Mirjam Remie Fotografie Olivier Middendorp

Foto Caro Bonink

Ze vallen minder op dan de gewapende mannen die sinds deze zomer voor joodse school Cheider in Buitenveldert staan. De mezoezot die aan deurposten hingen, maar zijn verwijderd. De petten die, in bepaalde stadsdelen, keppeltjes moeten verbergen. De davidsterren die zekerheidshalve worden afgedaan.

Schijnbaar kleine gebaren, die de stad niet zichtbaar veranderen. Niet zo zichtbaar in elk geval als de witte politiehuisjes die voor onder meer het Joods Museum, het Anne Frank Huis en de synagoges staan. Maar ze zeggen wel wat over de sfeer in Amsterdam, hoewel, benadrukken veel mensen: de angst, het onbehagen, dat moet ook weer niet worden overdreven.

„We moeten waken voor massahysterie”, zegt directeur Esther Voet van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). „Maar er is wel iets aan de hand.”

De intervallen tussen de incidenten tegen joden worden korter, zegt Voet. „En dat baart zorgen.” Het rijtje: Toulouse in 2012 (drie joodse kinderen doodgeschoten), Brussel in 2014 (vier mensen in het Joods Museum doodgeschoten), de oorlog in Gaza deze zomer die zorgde voor een oplaaiing van antisemitisme, de recente aanslag in een koosjere supermarkt in Parijs (vier doden), twee dagen na de aanslag op Charlie Hebdo.

De joodse gemeenschap is divers en reageert verschillend. Er zijn mensen die hun symbolieken verbergen (in Parijs zijn er nu keppeltjes van nephaar te koop), maar ook mensen die hun joods-zijn juist extra uitdragen. En mensen die zich niet herkennen in het idee van een toegenomen dreiging, of zich ergeren aan eenzijdige berichtgeving in de media, die alleen geïnteresseerd zouden zijn in verhalen over bange joden die naar Israël verlangen. Alsof dé joodse gemeenschap, bestaande uit orthodoxe, seculiere en liberale joden, in alle politieke kleuren, zomaar te duiden is. Het helpt niet, vinden zij, dat het altijd dezelfde koppen zijn op tv die ‘de joden’ zeggen te vertegenwoordigen.

Toch: het antisemitisme is diepgeworteld in het Westen, zegt Chantal Suissa-Runne, aanjager van verschillende diversiteitsprojecten in Amsterdam, onder meer in joodse instellingen en op scholen. „Leerlingen krijgen de meest bizarre dingen hun strot uit: joden zijn rijk, gierig en achterbaks. Hoeveel joden denk je dat er in Nederland zijn, vraag ik vaak. Zeggen ze: twee of drie miljoen. Dan leg ik ze uit dat alle joden in Nederland de Arena niet eens vol krijgen. Dat alle joden ter wereld Nederland niet eens vullen.” Volgens het CIDI steeg het aantal antisemitische incidenten in 2013 met een kwart.

In Amsterdam zijn de spanningen het meest voelbaar. Van de ongeveer 53.000 joden in Nederland, wonen er tussen de 20.000 en 25.000 in Amsterdam. Eenderde van de door de politie geregistreerde antisemitische incidenten gebeurde in 2013 dan ook in de hoofdstad, blijkt uit onderzoek van de Anne Frank Stichting en het Verwey Jonker Instituut. De meeste joodse instellingen staan in Amsterdam, terwijl de islam de grootste godsdienst is; 13 procent van de Amsterdammers is moslim. Joodse scholen worden in elk geval tot de zomer op hoog niveau beveiligd. De stad maakt de komende vier jaar 2 miljoen euro vrij voor beveiliging van geloofshuizen.

„Voor docenten is het niet makkelijk”, zegt Suissa-Runne. „Je moet maar eens de aanslagen in Parijs duiden in bepaalde wijken in Amsterdam. Er zijn scholen in West, Oost en bepaalde delen van Noord waar antisemitisme en zelfs de Holocaust niet bespreekbaar zijn. Het is altijd: ja, maar Gaza. Sommige jongeren zijn goed geïnformeerd, maar er zijn er ook die niet eens weten waar Gaza ligt.” Vooroordelen en complottheorieën tieren welig, vooral op social media. Zo zouden joden achter de aanslag in Parijs zitten, om moslims zwart te maken.

De joodse Amsterdammer David Beesemer (49) heeft zijn mezoeza aan de deur niet weggehaald. „Ik heb mijn gedrag niet veranderd. Waar ik wel tegenop zie: ik heb twee jonge kinderen, die moet ik op een gegeven moment uitleggen waar antisemitisme vandaan komt. Dat schuif ik voor me uit. Ik wil dat ze een onbezorgde jeugd hebben, ik heb geen zin ze te vergiftigen. Laat ze maar lekker Nickelodeon kijken.”

Solidariteit

De aanslagen hebben het gevoel doelwit te zijn urgenter gemaakt, de dreiging komt dichterbij. „Bij Charlie Hebdo zijn de mensen vermoord om wat ze deden”, zegt Voet, „de joden zijn willekeurig vermoord om wie ze waren.” Toch is nuancering op z’n plaats. „De sfeer is voor ons allemaal veranderd. Bij joden is onrust er nou eenmaal het eerst en het meest intens. Maar ik laat me geen angst aanjagen. Ik leef vrolijk verder. Persoonlijk gaat mijn rug er iets rechter van staan.”

Het verbergen van joodse symbolieken is van alle tijden, zegt ook Leo Mock, docent Jodendom op de Universiteit Tilburg. „De rapporten van het CIDI laten zien dat de discriminatiecijfers voortdurend stijgen en dalen. Joden zijn een minderheid en kennen een lange geschiedenis van dreigingen. Er is wel iets aan de hand, maar we moeten niet denken dat vroeger alles beter was.”

De antisemitische moorden in Europa hebben ook een andere uitwerking: ze zorgen voor solidariteit. Er is veel contact tussen vertegenwoordigers van joodse en islamitische organisaties. Een vertegenwoordiger van een joodse gemeente werd op weg naar de synagoge aangesproken: sterkte in deze tijd. „De gebeurtenissen brengen ons juist dichter bij elkaar”, zegt Voet. „Dit is een gevecht van gematigden tegen extremisten. Dat moet Nederland ook zien.” Suissa-Runne: „Het Midden-Oostenconflict gaan we niet oplossen in Amsterdam, dat is ook niet onze ambitie. We moeten kijken wat we wél met elkaar delen.”

    • Mirjam Remie