Uber bedankt, maar nu komt er een leukere app langs, doei!

Taxi-app Uber heeft te maken met steeds serieuzer rivalen, zoals het Letse Taxify - nu al actief in tien landen. Dat gebeurt niet alleen in de taxi-markt: de disrupters van de disrupters komen er steeds sneller aan.

Een beetje theatraal was het wel. Dertig Rotterdamse taxichauffeurs hadden eerder deze week media opgetrommeld om op de foto te zetten hoe zij hun Uber-telefoons demonstratief inleverden. Ze zijn boos over uberPOP, waarbij particulieren taxidiensten aanbieden. Oneerlijke concurrentie, vinden ze.

Het moet maar blijken of zich niet binnen een week weer allemaal nieuwe Rotterdamse chauffeurs aanmelden bij Uber. Maar waar Uber zich waarschijnlijk meer zorgen over maakt, is dat de chauffeurs en public overstapten op concurrent Taxify.

Deze van oorsprong Letse taxi-app zit inmiddels in tien Europese landen en haalde vorig jaar 1,5 miljoen euro op bij investeerders. Dat verbleekt bij de ruim 4 miljard die Uber de laatste jaren ophaalde. Maar uiteindelijk gaat het erom wie de meeste gebruikers en chauffeurs aan zich bindt, niet wie de grootste zak geld heeft. „Er rijden nu 300 chauffeurs voor ons. Wij onderscheiden ons van Uber door alleen gecertificeerde taxi’s aan te bieden. Ook vragen wij een lagere commissie aan chauffeurs”, zegt Matthijs Draijer, directeur Nederland van Taxify. Uber geeft geen cijfers en wilde niet reageren.

Zo’n taxi-app maken is niet bijzonder ingewikkeld. „Het is geen raketwetenschap wat Uber doet”, zei de Amerikaanse econoom Jeremy Rifkin eerder deze maand tegen deze krant. Er zijn genoeg slimme app-bouwers die klanten en chauffeurs kunnen koppelen. Er komen dan ook steeds meer apps van traditionele taxicentrales.

Als bedrijven zoals Uber niet meer toevoegen dan puur het overhoop gooien van markten, en zich vervolgens gaan gedragen als ouderwetse koppelbazen, waarom zouden klanten hun dan trouw blijven? „Fijn dat jullie zo innovatief waren, maar nu komt er een leukere app langs, doei!”

Disrupters vragen er ook om

Bedrijven die disrupten om het disrupten (ontwrichten), vragen er zo om zelf ook stevig beconcurreerd te worden. Dat is ook tot Uber doorgedrongen. Oprichter Travis Kalanick gooide het eerder deze maand dan ook over een totaal andere boeg. Na jaren van spierballentaal tegenover de bestaande taxibranche en overheden, benadrukte hij plots het aantal banen dat er door Uber kan ontstaan: 50.000. Dankzij carpool-app UberPool zouden auto’s ook efficiënter ingezet kunnen worden. Uber is duurzaam – zegt Uber.

Of deze claims nou kloppen of niet, het bedrijf probeert op deze manier extra waarde te creëren. Om overheden te paaien en misschien ook om concurrenten de wind uit de zeilen te nemen. In andere industrieën is al te zien hoe snel het kan gaan met internetbedrijven: de ene dag zijn ze hip en innovatief, de volgende zijn ze al suf en achterhaald. De disrupters van de disrupters komen er steeds sneller aan.

Neem Facebook. Dat werd de laatste jaren belaagd door andere sociale media en chat-apps. Die nieuwe concurrenten werken fijner op smartphones, spreken jongeren meer aan, en er zitten minder tantes op die je foto’s liken. Facebook kiest er daarom voor om zijn hipste concurrenten gewoon over te nemen: dat deed het bijvoorbeeld met WhatsApp en Instagram.

Er moet een kritische massa zijn

Uber heeft een dikke portemonnee, maar overnames heeft het vooralsnog niet aangekondigd. Dat duidt erop dat Uber inzet op de kracht van netwerkeffecten: veel apps zijn alleen maar handig voor gebruikers als ze een zekere schaal hebben, als een groot netwerk van mensen ze gebruikt. Er moet wel een kritische massa aan chauffeurs en passagiers zijn om nuttig te zijn. Je hebt niets aan een taxi-app waar maar twee mensen op zitten.

Online is het opmerkelijk vaak zo, dat het bedrijf dat als eerste de grootste is, ook de grootste blijft. Zo ontstaan monopolisten als Google. Ook slaapkamersite Airbnb blijft met afstand de grootste, ondanks pogingen van concurrenten.

Uber en zijn investeerders lijken erop te vertrouwen dat Uber de Google wordt van de taxi-apps. In dat licht is het interessant dat dé wetenschappelijke autoriteit op het gebied van netwerkeffecten, Hal Varian, hoofdeconoom van Google is. De investeringstak van dat bedrijf heeft een groot belang in Uber.

Tot nu toe lijkt het vertrouwen van Uber in netwerkeffecten overigens terecht. In de Verenigde Staten heeft het bedrijf al langer te maken met concurrenten, zoals Lyft, maar is het nog steeds met afstand de grootste.

Grote bedrijven gaan zich op een gegeven moment vanzelf gedragen als grote bedrijven. In de VS huurde Uber al de voormalige campagneleider van president Obama in, en is het bezig met een geraffineerde lobby bij federale en lokale overheden. In Nederland werkt het samen met de bekende spindoctor Kay van de Linde en het internationale lobbykantoor Burson-Marsteller. En is lobbyen niet juist iets wat oude machthebbers doen als ze bang zijn om hun positie kwijt te raken?

    • Wouter van Noort