Sluipwesp oogt, beweegt en ruikt als mier

Sluipwespen vermommen zich vaak, om zich te beschermen tegen aanvallers. Dat hij ook dezelfde geur afscheidt als die ander is uniek.

Een mier en een sluipwesp. Maar wie is wie?

Hij ziet eruit als een mier, beweegt als een mier en ruikt als een mier. Toch is het een sluipwesp.

Met zijn driedubbele vermomming leidt de sluipwesp Gelis agilis vijandige wolfspinnen om de tuin. Wolfspinnen lusten wel een sluipwesp, maar als ze op G. agilis stuiten vrezen ze een tegenaanval van een complete mierenkolonie. Ze laten het insect daarom met rust.

Dat schreef een internationaal team van ecologen onder leiding van onderzoekers van de VU Amsterdam woensdag in het tijdschrift Scientific Reports. Zij ontdekten dat de sluipwesp het penetrant geurende molecuul sulcaton produceert, net als sommige mieren. Voor mieren is dit een alarmferomoon. Mieren in nood scheiden het vluchtige stofje af om koloniegenoten op te trommelen.

Die mierengeur beschermt de sluipwesp tegen de aanvallen van wolfspinnen, zagen de ecologen. Wolfspinnen zijn spinnen die geen web bouwen, maar rondzwerven op zoek naar prooien. In een proef mochten wolfspinnen kiezen tussen G. agilis en een nauwe verwant die wél op een mier lijkt en beweegt als een mier, maar niet zo ruikt. Die geurloze sluipwesp werd vaker opgegeten.

Het bedrog van de sluipwesp speelt zich ook in Nederlandse tuinen af. De mier waar de sluipwesp op lijkt, is de zwarte wegmier (Lasius niger), een in Nederland veelvoorkomende mier. G. agilis is een vleugelloze sluipwesp die, net als andere sluipwespen, eitjes op het lijf van een gastheer legt.

Dat een diersoort een andere, gevaarlijkere, soort imiteert is niets nieuws. Ook moleculaire camouflage is niet uniek. Ook andere sluipwespsoorten produceren moleculen die kenmerkend zijn voor mieren, om te voorkomen dat ze door bepaalde mieren worden aangevallen.

Maar veelzijdige vermommingen zoals van deze sluipwesp, zijn nauwelijks bekend. Toevallig beschreven biologen vorig jaar een andere: de niet-giftige adderringslang heeft hetzelfde huidpatroon en dezelfde lengte als de giftige aspisadder en sist op dezelfde toonhoogte. De onderzoekers verwachten dat zulke subtiele camouflagevormen wijd verbreid zijn.