Pegida ruziet. Het sentiment zet door

Bij de Duitse anti-islambeweging stappen leiders op. Een volgende bijeenkomst gaat niet door. Komt er een doorstart of is dit het begin van het einde?

Een Pegida-betoger bij een demonstratie in Berlijn. Een protestmars in Dresden gaat maandag niet door. Foto Reuters

Pegida lijkt te imploderen. De Duitse anti-islambeweging verloor deze week in één klap vijf leden van het team dat de wekelijkse manifestatie in Dresden organiseert. Volgens Pegida zijn ze opgestapt uit vrees voor bedreigingen van buitenaf en in reactie op negatieve verhalen in de Duitse media – de ‘leugenpers’. Maar het lijkt er meer op dat het vooral onderlinge meningsverschillen waren die tot hun aftreden leidden.

De bijeenkomst van komende maandag is door Pegida afgelast. Waarschijnlijk uit vrees dat een groot deel van de ongeveer 15.000 deelnemers die nu al een paar maanden iedere week komen opdagen, het laat afweten. De organisatie heeft beloofd op 9 februari een doorstart te maken.

Spreekbuis van ‘het gewone volk’

Of dat lukt is nog maar de vraag. Hajo Funke, politocoloog aan de Berlijnse Vrije Universiteit, vermoedt dat dit voor Pegida „het begin van het einde” is. In het boulevardblad Bild zegt hij: „Men kan geen beweging behouden die verdeeld is en niet weet wat ze wil”. Alleen het creëren van een vijandbeeld is daarvoor volgens hem niet genoeg. „De fascinatie is voorbij.”

Ook politicoloog Werner Patzelt, die de beweging vanaf het begin heeft gevolgd, spreekt van een „onttovering”. Aanvankelijk hoefde het ‘Orgateam’, zoals de bestuurders zich noemen, volgens hem eigenlijk niets anders te doen dan een manifestatie aankondigen en daarmee „de deelnemers een gemeenschapsgevoel geven”. Zolang er onduidelijkheid bestond over de eisen van Pegida, was dat voldoende. Maar het was uiteindelijk niet vol te houden.

De eerste scheurtjes werden zichtbaar toen Legida, de dochterorganisatie in Leipzig, een meer extreemrechtse koers bleek te varen. Pegida leek er juist vrij goed in te zijn geslaagd neonazi’s buiten de deur te houden. De organisatie etaleerde zichzelf als een beweging van onderop, een spreekbuis van ‘het gewone volk’.

Totdat vorige week op sociale media ineens een foto circuleerde van Lutz Bachmann, de belangrijkste woordvoerder van de beweging, waarop hij eruitzag als Hitler. Bovendien zou hij op Facebook buitenlanders „ongedierte” en „smeerlappen” hebben genoemd. Bachmann zag zich gedwongen af te treden. Maar later bleek dat hij nog steeds actief was in het Orgateam.

Dat was voor vijf bestuurders de aanleiding om op te stappen. „Met dat nazituig en die rechtse uitlatingen wil ik niks te maken hebben”, zei Rene Jahn, een van hen, in een reactie.

Een verlossing voor Dresden

Politici zullen opgelucht ademhalen, als Pegida echt zou verdwijnen. Ze hebben het moeilijk met het fenomeen. Sigmar Gabriel, leider van de linkse SPD, ging vorige week met leden van de organisatie in gesprek – het kwam hem op veel kritiek in zijn eigen partij te staan. Deze week noemt hij de mogelijke demontage van Pegida „misschien ook een verlossing voor Dresden”. Hoewel bondskanselier Angela Merkel in haar nieuwjaarstoespraak zei dat er „kou in de harten” van Pegida-betogers zit, spraken ook politici van haar eigen CDU met de beweging.

Commentatoren waarschuwen dat met het eventueel verdwijnen van Pegida het sentiment niet weg zal zijn. „De ontevredenheid [...] die duizenden tot nu toe onopvallende en veelal niet-extreemrechts georiënteerde burgers de straat op kreeg, zal los van de conflicten in het bestuur blijven bestaan. Die zal een uitweg zoeken”, schreef de commentator van de krant Die Welt.

Volgens de Frankfurter Allgemeine Zeitung hebben „het spel met haat tegen buitenlanders en het zogenaamde gezonde volksgevoel [...] in rechts-radicale en extreme kringen al lang een dynamiek gekregen, die niet meer te beheersen is”. Wie roept ‘Wij zijn het volk’ bedoelt eigenlijk ‘jullie horen daar niet bij vanwege jullie huidskleur of religie’, zei Merkel in haar toespraak. De Frankfurter Allgemeine meent dat Pegida-leden die dachten die geest in de fles te kunnen houden, vanaf het begin heel naïef waren.

    • Paul Luttikhuis