Nederlanders zijn gewoon schijterds

Waarom steeds die hectiek als er even slecht weer dreigt in de VS, stond woensdag in nrc.next. Redacteur Peter van der Ploeg vraagt zich hetzelfde af, maar dan voor Nederland.

foto ANP

Het zou de moeder aller winterdienstregelingen worden. „Zoiets hebben jullie nog nooit meegemaakt”, waarschuwde directeur Timo Huges van NS. Drie, vier, misschien wel vijf centimeter sneeuw zou er vallen in Nederland, vooral in de Randstad.

Voor het eerst sinds afgelopen woensdagmiddag werd het treinverkeer deels stilgelegd. De NOS deed onafgebroken verslag vanaf volgelopen perrons, op sneeuwbestendig schoeisel onder een waterig zonnetje.

En er waren de bijnamen, want wat is een Hollands weerfenomeen zonder angstaanjagende bijnaam? NU.nl koos voor ‘winterweer’. De Volkskrant had ‘winterse neerslag’. De Telegraaf: ‘horrorwinterweer.’ Wijzelf: ‘enkele winterse buien’.

Dat kon alleen nog maar tegenvallen. Amsterdam werd wakker met een strakblauwe hemel. Rotterdam ook, hoewel ik daar veertien hagelsteentjes van de stoep moest vegen. Het was zes graden. Weermannen bleven waarschuwen. „Het kan nog”, zeiden ijzige woordvoerders van de KNMI aan het eind van de middag, na een volledig sneeuwvrije ochtend- en avondspits waarbij de winterdienstregeling werd gehandhaafd.

Wat is dat toch met Nederlanders en het weer? Waarom wordt iedere storm aangekondigd alsof de wereld vergaat? En waarom trapt iedereen er steeds weer in? Altijd als er een orkaan, sneeuwstorm of regenbui dreigt, lees ik bezorgde berichten op NS.nl.

Ik denk dat het aan twee dingen ligt. Ten eerste: het Nederlandse weer is ook echt kut.

Er is vaak een goede reden om thuis te werken. Nederland is een klein land, met veel treinen. Een bries kan zo hele treinen doen uitvallen. Er is hier gewoon vaak regen. Soms is het koud, meestal is het nat.

Als het sneeuwt is het chaos

Als je in een land als Nederland woont, weet je wel wat de winter niet brengt: treinen. In de Randstad loopt het openbare leven dan ook nooit vast bij noodweer: het wordt voor de zekerheid al platgelegd. De treinen die wel rijden zijn bomvol en alsnog vertraagd.

Een boer uit Nijmegen, dicht bij de Duitse grens, vertelde me laatst dat hij bij een sneeuwbuitje gewoon met zijn fiets door de sneeuw rijdt. Zijn kinderen gaan vier kilometer verderop naar school, en ijsvrij wordt bijna nooit gegeven in Nijmegen. „Alles wat ik nodig heb”, zei hij, „is een regenjas. Sneeuw hoeft geen belemmering te zijn. Jullie forenzen begrijpen dat niet.”

Sneeuw in Utrecht of Den Haag kan inderdaad desastreus zijn. Nederland is gewoon te groot om alle rails droog te maken. Om die reden blijven treinstations in de hele Randstad en erbuiten al bij de gedachte aan sneeuw dicht.

Een week geleden werd Utrecht volledig verrast door een hagelbui, en ik heb zelden zo’n chaos gezien. Stoptreinen, sprinters en Intercity Directs reden überhaupt niet meer.

Nog erger was het vorige winter in Amsterdam. Die stad maakte vorig jaar kennis met zes vlokken sneeuw en onmiddellijk brak er paniek uit. Intercity’s op de sporen stonden stil en mensen huilden dat ze volgende keer zeker een Über zouden bellen.

Voor storm is geen oplossing

En dat brengt me op de tweede oorzaak van de sneeuwpaniek van gisteren. De NS en KNMI zijn oprecht bang voor het weer. Het is bijna het enige element dat ze niet kunnen controleren. Voor alles is een omroepbericht, maar het weer blijft mysterie opleveren.

Dat brengt een enorme fascinatie voor winterdienstregelingen met zich mee. Zeker twintig procent van de treinen wordt dan niet ingezet, en blijft warm binnen.

Wat de spoorbeheerders de afgelopen dagen deden, was niet anders dan wat ze bij ander nieuws ook doen: ze proberen er een spannend verhaal van te maken, met een echte winterdienstregeling. De winter was vandaag de slechterik, morgen zijn het blaadjes op het spoor, of andere onkunde.

    • Peter van der Ploeg