Met Pussy Riot bovenin het Hilton

Het leven aan de top van verticale stad Rotterdam.

Foto Tessa Smit

Het is als die scene uit La Dolce Vita waarin Anita Ekberg op het vliegveld van Rome arriveert: ze stappen het Oude Luxor uit en pats boem, dan buzzt het. Fotografen, selfiemakende fans, mensen die blijven staan. Het heeft iets griezelig, want van dichtbij kun je voelen dat in het centrum van de buzz gewoon maar twee meisjes staan. Twee kleine stipjes op een enorme planeet die door buitengewone omstandigheden zijn opgeblazen tot iets bovenmenselijks. Ze lijken moe.

Masha Alekhina (25) en Nadya Tolokonnikova (24) zijn de twee bekendste leden van Pussy Riot. Ze zijn in Nederland op uitnodiging van het IFFR. Samen met hun zevenkoppige gevolg gaan we naar de presidential suite op de bovenste etage van het Hilton om samen naar het uitzicht te kijken. In de lift ontspannen ze zich en maken ze grapjes in het Russisch. Over bier. En daarna over puppies. Want daar praten ze over als niemand kijkt.

De presidential suite (groot, met wegzakbanken, fruit en chocolaatjes op een bijzettafeltje) kijkt uit op de Coolsingel, de Shelltoren en het Hofplein. Het regent en het waait. Wat zouden zij, wereldverbeteraars, veranderen aan dit uitzicht? Niet de grijze lucht, zegt Masha, die vooral niet. „Meer graffiti”, zegt Nadya. „Meer kleuren”, zegt Petya Verzilov (27), Nadya’s echtgenoot.

Wat vinden ze mooi? Iedereen: de ramen! Die zijn groot. Dat betekent dat de mensen hier open zijn, dat niemand zich verstopt. Nadya denkt dat mensen hier op straat naar elkaar lachen. Ik zeg dat ik juist denk dat het probleem is dat dat niet zo is. Misschien zijn alle wereldproblemen in de basis hetzelfde?

Zijn er ook dingen die beter zijn in Rusland? Nadya lacht: „De douches. Die zijn in Rusland als een waterval.” Masha: „Russen zijn moediger. We hebben minder, dat maakt ons creatiever.”

Ze vragen hoe het komt dat mensen hier van Pussy Riot houden? Omdat het inspirerend is om mensen te zien die durven te vechten voor een betere wereld, antwoord ik. Zij worden daar vrolijk van, alsof het de eerste keer is dat ze dat horen.

We maken nog een foto („Alleen voor persoonlijk gebruik!” roept de agent), alles begint weer te buzzen en in no time is de presidential suite weer leeg.

Ik eet de laatste chocolaatjes, stop een appel in mijn zak en vraag me af of ik de meisjes vannacht mee moet nemen om te zwemmen in de Hofpleinfontein.

    • Raoul de Jong