Litouwen ontworstelt zich aan greep Russen

De oorlog in Oekraïne maakt het kleine Litouwen ongerust: Donetsk zou Vilnius kunnen zijn. Het doel is weerbaarheid.

Inwoners van Vilnius herdenken de slachtoffers die vielen bij de raketaanval op de Oekraïense havenstad Marioepol zaterdag. Wat in Oekraïne gebeurt, kan in Litouwen ook, zo is de angst. Foto AP

Het geweld in Oekraïne betekent voor de meeste Litouwers iets anders dan voor Nederlanders, Duitsers of zelfs Polen. Donetsk, Marioepol, dat zouden Vilnius en Kaunas kunnen zijn.

‘Paraatheid tijdens noodsituaties en tijdens de oorlog’, zo heet de brochure die het ministerie van Defensie hier deze maand publiceerde. Rusland wordt niet bij naam genoemd in het boekwerkje van honderd pagina’s, dat online, via bibliotheken en op scholen wordt verspreid. Maar over wie het gaat is wel duidelijk. De ‘groene mannetjes’ die de Russische annexatie van de Oekraïense Krim afdwongen, kunnen ook zomaar bij u in de buurt opduiken, zo is de suggestie. „Burgers die onbekende bewapende groepen zonder insignes actief zien in hun buurt of ergens anders, moeten nummer 112 bellen.”

Voor Litouwen, een land met bijna drie miljoen inwoners dat zich in 1990 losmaakte van de Sovjet-Unie, is het Russische optreden in Oekraïne meer dan alleen een schending van het volkenrecht. Veel Litouwers beschouwen Poetin als bedreiging voor hun prille, en in hun ogen ook kwetsbare onafhankelijkheid.

Trots wappert bij het presidentieel paleis in Vilnius de NAVO-vlag, naast de Litouwse en de EU-vlag. Het Atlantische bondgenootschap heeft de bewaking van het luchtruim van de Baltische staten opgeschroefd. Maar de Litouwers zijn er niet gerust op. Als je met hen praat over de actualiteit, beginnen ze vaak over het verleden.

Petras Tiknevicius, een 41-jarige landbouwexpert, loopt langs het parlementsgebouw in Vilnius. Net als zo’n 130.000 andere Litouwers werden zijn grootouders in de jaren veertig gedeporteerd, naar Siberië. Ongeveer een kwart van hen kwam om het leven, volgens Litouwse historici. „Mijn grootouders waren bemiddeld en hardwerkend. Genoeg reden voor de Russen om ze weg te sturen”, zegt Tiknevicius. „Mijn tante, als klein meisje, moest mee. Mijn moeder is opgevoed door mijn overgrootouders.”

Bij het parlement staat een kleine gedenksteen voor de gebeurtenissen van januari 1991. Sovjet-leider Michail Gorbatsjov probeerde toen tevergeefs de Litouwse onafhankelijkheid ongedaan te maken door inzet van het Rode Leger. Dertien burgers kwamen om bij de televisietoren in Vilnius die de Sovjets met tanks probeerden in te nemen.

Is Litouwen, inmiddels alweer tien jaar EU- en NAVO-lid, écht nog zo kwetsbaar? Tiknevicius: „Ik weet uit mijn militaire dienst nog wel hoe ik een kalasjnikov in elkaar moet zetten”, zegt hij. „Maar kan ik nog schieten? Het is gevaarlijk. Rusland heeft een lange geschiedenis van het oplossen van interne problemen door externe oorlogen.”

Litouwen, dat grenst aan de Russische exclave Kaliningrad, probeert op allerlei manieren de eigen weerbaarheid tegen de grote Russische buur te vergroten. De defensiebegroting werd vorig jaar met een kwart verhoogd, maar de strijd is breder.

Informatieoorlog

Het woord ‘oorlog’ klinkt niet alleen in de folder, maar uit de mond van president Dalia Grybauskaite, die onlangs zei: „Litouwen verkeert in een staat van informatie- en propagandaoorlog”. Ze doelde op Russische hackers en ‘trollen’ op internet, maar vooral op de Russischtalige tv-zenders die in de Baltische landen uitzenden. Litouwen heeft een veel kleinere Russische minderheid dan de twee andere Baltische staten. Het percentage inwoners met Russisch als eerste taal is hier zo’n 8 procent, tegen 30 procent of meer in Letland en Estland. Maar Russische tv-kanalen – de gemiddelde Litouwer heeft er meerdere op de kabel – hebben een breder bereik: iedereen die in de Sovjet-Unie is opgegroeid verstaat wel Russisch.

Sinds de onrust in Oekraïne begon in de herfst van 2013, kregen vier Russischtalige zenders door de autoriteiten een sanctie opgelegd. Drie maanden mochten ze geen programma’s uitzenden die in Rusland worden gemaakt. Bij twee zenders zou het gaan om „tendentieuze” programma’s over Oekraïne, die „haat” zouden zaaien. Bij de andere twee kanalen was Litouwen zelf het onderwerp: in documentaires werd in twijfel getrokken dat de Sovjet-Unie verantwoordelijk was voor de doden in 1991.

„Zo van: die Russische soldaten móésten wel optreden, want die burgers waren eigenlijk scherpschutters”, zegt Nerijus Maliukevicius, een expert in politieke communicatie verbonden aan de Universiteit van Vilnius. Hij spreekt van „hybride” oorlogsvoering. „Het Kremlin creëert een virtuele omgeving waarin échte stappen kunnen volgen.” Doelt hij op een invasie? „Je kunt niks uitsluiten. Toen Litouwen in de jaren veertig bij de Sovjet-Unie werd getrokken, hadden we officieel nooit een ‘bezetting’. Het ging stap voor stap, officieel legaal en vrijwillig. Allemaal gestuurd door manipulatieve propaganda.”

Niet iedereen is het eens met het ‘op zwart’ zetten van tv-zenders. Kestutis Girnius, een politicoloog werkzaam aan dezelfde universiteit, noemt de stemming in zijn land „hysterisch”. „In feite is het een Sovjet-reflex: verbieden”. Girnius, opgegroeid in Amerika nadat zijn ouders in de jaren veertig waren gevlucht uit Litouwen, gelooft in de persvrijheid, zegt hij. „Niemand kan duidelijk maken wat de dreiging van die zenders nou precies is. Het gaat om goedkope, doorzichtige propaganda, die maar weinigen geloven”.

Litouwen steunt een idee dat nu in EU-kringen rondgaat, om een alternatieve, ‘vrije’ Russischtalige zender op te tuigen. Nederland stelde 500.000 euro beschikbaar voor een haalbaarheidsstudie.

Eigen energie

Liefst vandaag nog willen de Litouwers zich losmaken van de Russische invloedssfeer, maar tot voor kort was dit op een wezenlijk terrein onmogelijk: voor 100 procent was het land afhankelijk van Russisch gas. Sinds oktober is dit voorbij. In de haven van Klaipeda ligt nu een grote tanker met de veelzeggende naam Independence. Het is een LNG-terminal (liquified natural gas, vloeibaar gas). De Litouwers kunnen nu zelf bepalen waar ze hun gas inslaan: bij het Russische staatsenergiebedrijf Gazprom, zoals vanouds, maar ook, via de Independence, bij het Noorse Statoil.

Energieminister Rokas Masiulis beschrijft het als een „strategisch besluit om weg te komen van de Russische invloed”. Gas is politiek, weten de Litouwers al sinds 1990, toen het Kremlin na het uitgeroepen van de onafhankelijkheid meteen de gaskraan dichtdraaide. Vanwege de concurrentie van de 300 miljoen euro kostende LNG-terminal, die is gefinancierd met EU-leningen, moest Gazprom de gasprijs voor Litouwen met bijna een kwart verlagen. „Russische media probeerden het nut van dit project natuurlijk in twijfel te trekken”, zegt Masiulis. „Maar nu de terminal er is, zijn mensen trots. We kunnen ons lot in eigen hand nemen”.

Veilig bij de euro

Eén symbool van onafhankelijkheid heeft Litouwen op 1 januari dit jaar vrijwillig opgegeven: de litas, de nationale munt. Nu is er de euro. Opvallend is hoezeer ook deze beslissing in geopolitieke termen wordt uitgelegd. Zeker, de economische redenen voor eurotoetreding staan voorop: de handel binnen Europa wordt makkelijker en de staat kan goedkoper lenen. Maar, zegt minister van Financiën Rimantas Sadzius, het gaat ook hierom: „na ons NAVO- en EU-lidmaatschap is dit de derde, historische stap om bij het Westen te horen.”

Gitanas Nauseda, hoofdeconoom van de Zweedse bank SEB in Vilnius, zegt dat de euro „het gevoel geeft veiliger te zijn in de huidige geopolitieke stormen”. „Vijandige aanvallen op de nationale munt of het banksysteem zijn nu veel minder waarschijnlijk”.

Vitas Vasiliauskas, president van de Litouwse centrale bank, formuleert het zo: „Een stap richting het Westen is ook een stap weg van het Oosten.”

    • Mark Beunderman