Kijken: finalisten NK Poetry Slam dragen voor uit eigen werk

Vanavond strijden de finalisten van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam om de titel van beste “slamdichter”. NRC sprak de acht dichters en liet hen voordragen uit eigen werk.

Sannemaj Betten (1995) is een van de acht dichters die vanavond kans maken op de winst van de NK Poetry Slam. Screenshot

“Slampion”, dat is de begeerde titel waar acht dichters vanavond in Utrecht tijdens het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam om gaan strijden. De slamwedstrijd is het “stoute zusje van de poëzie”, zegt jurylid en auteur van het Poëzieweekgeschenk Ilja Leonard Pfeijffer.

Stoute zusje

Tijdens de NK Poetry Slam moet een dichter uitblinken in zowel poëzie als performance. Dat maakt het ‘poert slammen’ tot een ander genre dan de reguliere poëzie, vindt Pfeijffer:

“Poetry Slam is het cabaret van de poëzie. Het is het stoute zusje dat niet wil deugen. En mensen die niet willen deugen zijn vaak de meer amusante mensen. Poetry Slam is stout en amusant.”

De wedstrijd is de afgelopen jaren een belangrijke springplank voor ambitieuze dichters geworden. Pfeijffer:

“Kijk maar naar iemand als Ellen Deckwitz. Voor haar was de winst van de wedstrijd dé manier om als dichter door te breken. Dat zie je de laatste jaren steeds meer.”

Slam poets dragen voor

Als voorproefje, hieronder alsvast de genomineerden aan het woord. Zij leverden op verzoek van NRC Handelsblad een video in waarin ze hun poëzie voordragen.

Sannemaj Betten (1995)

Dating voor Hoogopgeleiden

ik ben
blond haar met blauwe ogen
en op zoek naar
man met baard
wat ik zoek in een baard
is oneerlijkheid met gaten en geen
spijt van laten groeien
ik ben op zoek naar spieren
zonder hersens
en zijn ogen mogen niet gelijk
van mij zijn

ik ben
jong met witte tanden
en op zoek naar
pianohanden met kapotte
vingertoppen
die enkel stoppen met spelen
om mijn speeksel te verdelen
over hemzelf

ik ben
liegbaar, lelijk, te dun en te dik
en op zoek naar
een klik
een klik op een
link naar mooie plaatjes
van laatjes die opengaan met
slipjes en behaatjes

ik ben
een nagelbijter met schimmelvoeten
en op zoek naar
zoete ontmoetingen met
baarden zonder spieren
en piano’s zonder klik

ik ben
op zoek naar

ik ben
op

Coen Cornelis (1988)

Spul

ik lig verlamd
ik lig tussen spul
spul met de structuur van speelgoed
en het spul stapelt zich, wordt steeds hoger
bouwt torens die zonlicht versperren

ik zak weg, dieper en dieper
in dekens, wolken, zwembaden vol

en het spul is boos op mij
begint heftige vormen aan te nemen
buigt zich over mij heen
en chaos van spul vult mij op
alleen nog maar ondefinieerbaar spul
schichtig, fluorescerend spul

en voorzichtig word ik opgetild
stopt het zinken
stopt het denken
start het weten
dat ik het was
ik zelf
een boze heftige vormloze ik

Max Greyson (1988)

Ook de ochtend heeft zijn schemering

Alles is roerloos
en toch verstrijkt er iets

Uit schouwen galmen echo’s
van wankelmoedige beloften en kreten
van kinderen die niet deugen

aan mijn voeten liggen pleinen
braak en straten lusteloos uitgezaaid

Wij die nog waken voor de dag zich open kraakt
wij die nog oeverlopen , zweren nu al
vanavond geen caféromance uit zomerzucht
geen trance geen klucht

Hoewel de stad aan flarden mooier ligt
richten we haar vanavond liever op

Intussen barst de ochtend
los op ons gezicht
valt in een plooi op het water
en rimpelt als rondom de stilte

Wij die nog onbevreesd afhankelijk zijn van elkaar
wij die nog samen stromen, zweren nu al
vanavond geen ouwehoerenloperij uit eenzaamheid
geen zelfbeklag geen spijt

Het is vroeg, te vroeg
maar hij laat ons koud,
de tijd
gelukkig stilt de stad alle pijn die ze berokkent

Wij die slenteren zonder einde
verglijden naar een uithoek
van onze verbeelding en dwalen daar
ons heden voorbij

Naast ons ligt in scherven de liefde
als een kruis, haar mikpunt
is de komende nacht die ons verleidt

Jelmer van Lenteren (1987)

De Juiste Woorden

We zijn zomaar ergens, ergens waar het warm is
en waar het licht naar binnen schijnt.
Zij draagt de taal als een hoed en wordt er chiquer van.

Ze praat over de mooiste koetjes en de liefste kalfjes
met een accent dat als een blote jurk rond haar lichaam hangt.
Dat wat ze niet zeggen durft verdwijnt in haar decolleté.

Ze zucht een ketting rond haar nek,
zegt iets intelligents als:
‘Een mooie man hebben is niet vereist, maar strekt tot aanbeveling.’
Dat wat ze zegt verwordt tot wollen sjaal.

Ze stapt rond in haar versprekingen als op hoge, zwarte hakken
op een witte vloer. Ik zie haar schoene ondergoed
als ik haar later die avond de mond snoer:

Een setje juiste woorden.

Wieke van der Linden (1975)

Wieke van der Linden

Ik paste niet.
Blijven proberen, zei de verkoper
we zijn toch allemaal kuddedieren

in deze huid lukt het misschien
en we hebben dit seizoen ook vogelprint.
In een valkuil springen zou ik niet aanraden
maar je bent verder heel mooi

zo heldhaftig en stijlvol ook
als je met wapperende haren
de wereld redt.

Het was een paskamer met ramen
en gordijnen en folders
met vliegbewegingen
naar Amerika.

Arnoud Rigter (1978)

Trapparaat

Met zijn omkeer-, trede/paletloop-, kamplaat-,
kettingwielbreuk-, en leuningbandinvoerbeveiliging,
gecombineerd met asymmetrierelais en toerentalbewaking,
en de spuitgietaluminium gegroefde treden met een bevestiging
aan de precisierolschalmkettingen, als ruggengraat der aandrijving
en met leuningbanden van rubber met ingevulkaniseerde wapening,
(die vormen met de treden één schokvrije, synchrone beweging),
en met een modulair elektronische schakelpaneel besturing,
380/220 V aansluit- en 110V/50Hz besturingsspanning,
voor de traditionele worm-wormwieloverbrenging
en met een oliedichte machinekamerafsluiting,
van geprofileerde aluminium dekplaat,
lijkt een roltrap een intelligenter ding,
dan een mens die er op staat.

Marloes Robijn (1985)

Schaap aan zee

Jij bent het schaap aan zee
dat gedreven door een donkerbruin
vermoeden van smakelijk zeewier
de wei uit stommelde

Jij bent de dromedaris
die uit boomgemis
dat wil zeggen loofboomgemis
het bos betrad

Welk gebrek kleeft jou aan?

Ik ben altijd op de vlakte gebleven
liet het gras mijn evenbeen
Mijn wortelkindertjes herkauwend
neem ik mijn lichaam op

Mijn armen zijn een strobreedte
In mijn schoenen legde je eitjes
Hier liet ik me overreden
gewoon maar eventjes af te wachten

Je acht me misschien niet hoog genoeg
maar dit is mijn boomgrens

Daan Zeijen (1992)

Een kleine week geleden

had ik mijn shirt al aangetrokken
maar bedacht ik me,
zodat alles tegelijkertijd
anders en hetzelfde werd.

De voorzienigheid is een
dienstregeling. Er zijn aanwijzingen,
natuurlijk, maar je weet nooit of
ze echt bestaat.

Bus 5 komt over twaalf minuten.
Ren naar de Biltstraat - net vertrokken -
naar de schouwburg - zes minuten -
trek een sprint tot bij het Neude -
bus 5 over één minuut.

Vallen is niets meer dan leren
staan op een andere as.

In de stiltecoupé kun je alleen maar naar elkaar
kijken. Ik zeg je niet dat mij dat leuk lijkt.

De Nieuwezijds Voorburgwal is er
voor mensen die graag onbedoeld
via een andere route dezelfde bestemming bereiken.

Je hebt altijd of bier, of je handen vrij om te klappen.
Als iemand aan je haar zit, vergeet je om te klappen.

Ik heb normaal eigenlijk nooit bastognes in huis.

We spelen Tetris op de bank,
herschikken ons zo nu en dan
maar verdwijnen niet, houden
geen punten bij. Als je kust
is alles het enige wat je ziet.

Soms is huppelen het verschil
tussen toeval en bedoeling.

Een koepel is niets minder dan een
omgekeerde kuil. Neem je knikkers mee.
Er staat iets op het spel.

Simon Vinkenoog

Aan de titel ‘slampion’ is een bedrag van 1000 euro en de Gouden Vink-trofee verbonden. Die prijs is vernoemd naar Simon Vinkenoog, grondlegger van de poetry slam in Nederland. De jury bestaat vanavond uit Ilja Leonard Pfeiffer, Joke van Leeuwen en Lucky Fonz III.

De winnaar wordt vanavond rond 22:30 bekend.

Lees in NRC Handelsblad: ‘Het podium geeft poëzie weer bestaansrecht’

    • Casper van der Veen
    • Roderick Nieuwenhuis