Incident op Mediapark laat kwetsbaarheid van NPO zien

Wat blijft er op de zeef liggen na een bizar avondje publieke omroep, dat grondig werd verstoord door een eenling met een nepwapen? In ieder geval de kwetsbaarheid van de publieke omroep. Die blijkt zo georganiseerd dat na ontruiming van de centrale NOS-locatie van normale nieuwsvoorziening op televisie geen sprake meer is. Dat roept vragen op over de mate waarin de NPO zijn rol als ‘nationale calamiteitenzender’ kan vervullen, als het er echt om spant.

Geruime tijd kon op geen enkel kanaal verslag worden gedaan van de overval op het acht uur bulletin van het NOS-journaal. De publieke omroep beschikt kennelijk niet over een voldoende noodlocatie of vormen van technische back-up waar vlot naar kan worden overgeschakeld. Het geëvacueerde NOS-personeel stond hulpeloos in de kou. Pas na ruim een uur wist de redactie de studio in Den Haag aan de praat te krijgen. De gemiddeld 1,8 miljoen kijkers van het acht uur bulletin bleken aangewezen op websites en op elkaar, via Twitter en later op een ingelast bulletin van RTL-Nieuws.

Achteraf viel het mee, zo lijkt het. Het betrof een negentienjarige student met een nepwapen, die zich een rol als klokkenluider à la Snowden had ingebeeld. Hij zou een groep hackers vertegenwoordigen die waren „ingehuurd” door inlichtingendiensten. Daar vernamen ze „zaken die de samenleving in twijfel trekken”.

Eerste indruk: de jongeman is in de war en wil aandacht. En wel meer dan je op Facebook kunt krijgen. Het was dus géén serieuze aanslag, zoals in Parijs of Brussel. Net zomin als het ‘verdachte pakketje’ op het NS-station in Leiden een bom was, maar een cameraopstelling van het eigen reclamebureau. Zoals het treinverkeer rond Leiden door deze onhandigheid de hele ochtend stillag, zo was ook de hele tv-avond verstoord. Het gezag neemt geen risico’s; het dreigingsniveau is hier ‘substantieel’. Dat zorgt voor lichte nervositeit en dus voor uitgebreide maatregelen.

Het uitzenden van de beelden van de overvaller en diens arrestatie kan intussen gebillijkt worden. Niets is zo goed voor het gemoed van de burger als het met eigen ogen kunnen taxeren van de dreiging – ook het kordate politieoptreden stelde gerust. „Meldkamer, álles onder controle”, sloot het incident definitief af, ook in tv-dramatermen. Het gezag meldde zich daarna vlot aan de tafel met microfoons. Weliswaar met weinig informatie, maar de rechtsorde was hersteld. Het napraten over ‘veiligheid’ zal vast nog lang duren. Maar hekken, sluizen en pasjes beheerd door burgerpersoneel houden mannen met wapens nooit tegen. Aan mensen met vreemde ideeën die aandacht willen, is ieder medium op zichzelf gewend.