In de striphoofdstad is Charlie overal

Een tekenaar noemt de burgemeester van Angoulême namens ‘Charlie’ een klootzak, in de geest van het blad.

Foto AFP

Iedereen is Charlie, dus zeker de Franse striphoofdstad Angoulême. Drie weken na het bloedbad heeft het Festival International de la Bande Dessinée een deel van zijn programma omgegooid om de slachtoffers en hun werk te gedenken. Maar dat leidt soms tot ongemakkelijke taferelen en her en der wat onbegrip.

Immense banieren hangen aan het stadhuis: ‘Gestorven voor de vrijheid’, staat er boven de namen van de slachtoffers van de terreuracties in Parijs. Daarnaast een verzameling stripfiguren met de slogan ‘Laat de tekenkunst samenkomen, zodat de tekenkunst ons nader tot elkaar brengt’. Veertig klassieke voorpagina’s van Charlie Hebdo en voorloper Hara-Kiri hangen op gemeentelijke aanplakborden die normaal bedoeld zijn voor verkiezingsposters.

En zo kan het dat in de tuin van het statige Hôtel de Ville de oud-presidenten Giscard d’Estaing en Chirac respectievelijk als scrotum en penis zijn afgebeeld en dat de voorpagina na de dood van De Gaulle (‘Bal tragique à Colombey – 1 mort’), die in 1970 tot het verbod van Hara-Kiri leidde, nu een publieke ereplaats krijgt.

Dat het intrinsiek subversieve Charlie Hebdo in minder dan een maand bijkans mainstream is geworden en ondanks alle eerdere smaadvervolgingen nu van links en rechts een republikeins goedkeuringsstempel krijgt, is van een ironie die de makers niet is ontgaan. Zij bezinnen zich ver van Angoulême op de toekomst (een nieuw nummer is nog eens twee weken uitgesteld) en vaardigden undergroundtekenaar en uitgever Jean-Christophe Menu af. „Wie Charlie is, heeft schijt aan alles”, zegt Menu tegenover ongelukkig lachende hoogwaardigheidsbekleders tijdens de uitreiking van een ‘Grand prix spécial’ voor het blad. „Charlie, dat is niet voor antiklerikalen de klokken luiden van de Notre-Dame. Charlie, dat is niet helden maken van satirici die kakten op de macht”, zegt hij. „Je suis Charlie is geen slogan. Charlie, dat is tegen de burgemeester van Angoulême zeggen dat hij een klootzak is.” Die burgemeester, in de zaal aanwezig, baarde opzien met het plan kooien over stadsmeubilair te plaatsen teneinde daklozen tegen te houden. Menu: „Ik geef het maar even door.”

De organisatie van het festival zwichtte ondanks een petitie niet voor druk om de Grote Prijs bij wijze van uitzondering aan Charlie Hebdo toe te kennen. Er waren tenslotte meer dan dertig genomineerden, onder wie de Japanner Katsuhiro Otomo. De schepper van Akira staat volgend jaar in het middelpunt. Eerder viel Charlie-tekenaars Willem en de op 7 januari vermoorde Wolinski die eer te beurt. Vorig jaar won Bill Watterson, de maker van Calvin & Hobbes.

Ook in de vele expositietenten is ‘Charlie’ onontkoombaar. Overal ligt het boek La BD est Charlie, met bijna 200 hommages van bekende tekenaars, waarvan de opbrengst naar de nabestaanden gaat.

De 45-jarige Thierry Biaunier heeft het boek net afgerekend, als hij nog even een oud werk van Wolinksi opslaat. Schaterlachend laat hij de tekeningen van copulerende koppels zien aan de kinderen van de ‘therapeutische instelling’ met wie hij het festival bezoekt. „Zo geniaal”, zucht Biaunier, die zoals veel stripliefhebbers in uiterlijke zin zelf iets van een stripfiguur heeft. De tieners reageren slapjes op hun begeleider. „Op internet zie je hele andere dingen”, zegt een van hen.

In het Musée de la Bande Dessinée, geheel gewijd aan wat Fransen de ‘negende kunstvorm’ noemen, dringt eenzelfde generatiekloof zich op. Hier is een zaal ontruimd voor een overzichtsexpositie van Charlie Hebdo.

Geëmotioneerde ouderen schuifelen langs de vitrines met oude uitgaven en foto’s en video’s van Wolinksi, Cabu, Charb en de anderen. „Het doet zoveel pijn dit te zien”, zegt Michèle Leucérand. Om haar heen rennen schoolkinderen op de Japanse manga’s en Amerikaanse comics af. „Heel interessant, Charlie Hebdo”, zegt Kévin (15) beleefd. „Maar cool?”

De tentoonstelling, legt conservator en striphistoricus Jean-Pierre Mercier uit, is bedoeld „om na alle emotie te reflecteren” en om Charlie Hebdo „in een oude Franse traditie te plaatsen”.

Onder het ancien régime, zegt hij, was de karikatuur een belangrijke manier om op de rand van het wettelijk toelaatbare kritiek uit te oefenen op autoriteiten. „Deze mannen zijn ongelooflijk belangrijk geweest voor onze vrijheid, zegt Mercier. „Maar laten we niet vergeten dat we ook de vrijheid hebben om ze niet te lezen.”

    • Peter Vermaas