Humanities, voor de aap die nadenkt

Zelfreflectie is de kern van de humanities, geesteswetenschappen. Die zijn nodig omdat er iets te ontdekken valt, vindt Willem B. Drees.

illustratie taylor jones

In 1967 verscheen het boek The Naked Ape van bioloog Desmond Morris, met op het omslag een man, vrouw en meisje, op de rug gezien, bloot. Toen voor een puber sensationeel. Wij zijn naakte apen. Zo is het begin van mijn inaugurele rede in de Tilburgse Universiteit. In de zaal zitten echter geen naakte apen. Zelf draag ik een zwarte toga als teken van academische waardigheid, een culturele code. We zijn culturele apen die met techniek de wereld hebben veranderd.

Techniek roept ook ongemakkelijke gevoelens op. In de roman De Cirkel van Dave Eggers komt een jonge vrouw, Mae, te werken bij het grootste internetbedrijf ter wereld, The Circle, in Silicon Valley in Californië. Het bedrijf gebruikt informatie om goed te doen, zoals het terugbrengen van ontvoerde kinderen. Op een avond gaat zij alleen in een kano de baai op. Ze ziet zeehonden; ze ervaart de stilte. Ze wordt gespot door automatische camera’s en bij de baas geroepen: „Mijn gehandicapte zoon kan niet in een kano de baai op. Hij had graag deze ervaring meegemaakt.” Mae gaat een camera dragen, zodat mensen haar via internet kunnen volgen. Politici staan onder druk om ‘volledig transparant’ te worden. Geen achterkamertjes meer. Alle informatie wordt beschikbaar voor allen; de wereld wordt volmaakt. De cirkel sluit, zo is het ideaal dat dit bedrijf neerzet.

De cirkel kan niet sluiten. Het bedrijf zelf is niet transparant. Een kaart van de wereld die volledig is, moet ook de kaart zelf afbeelden, en dat lukt niet zonder verlies van scherpte. Bij mensen komt er nog iets belangrijks bij: zelfreflectie. Zelfreflectie maakt de cirkel tot een spiraal.

Zelfreflectie is de kern van de humanities, de geesteswetenschappen. Wij mensen hebben een beeld van onszelf en van anderen. Wij drukken ons uit in taal, rituelen, en kunst. Door die uitingen te bestuderen bouwen we een tweede verdieping, gericht op het begrijpen van het menselijk zelfbegrip. Er is zelfs een derde verdieping. Daar woon ik als ‘filosoof van de humanities’, degene die het begrijpen van het menselijk zelfbegrip probeert te begrijpen.

Het kaartenhuis met drie verdiepingen is instabiel. Wanneer mensen horen hoe er over hen gesproken wordt, veranderen ze. Dat maakt de humanities lastiger dan de natuurwetenschappen. We willen de diversiteit aan talen en religies bestuderen, en de patronen die zich daarin voordoen. Zo’n afstandelijke bestudering is echter niet het enige. We horen de ander, van vroeger of nu, ook te benaderen als medemens. En waarom denk ik hier anders over? Waarom vind ik dat niet mooi? Naast afstandelijke kennis is er de dialoog met anderen én zelfreflectie. Willen we die humanities: kennis en begrip?

Kennis - kunde - kassa: direct economisch nut is voor toegepast onderzoek te kort door de bocht, doet geen recht aan sterrenkunde of fundamentele natuurkunde, en kan zeker niet het hele verhaal voor de humanities zijn. Het gaat om echte kennis, die economisch, maatschappelijk en cultureel nuttig is én het gaat erom dat we mensen zijn.

Er is echte kennis van talen, culturen, en religies. Wat is de structuur van taal? Hoe kunnen we uit incompleet overgeleverde kopieën de originele tekst van de bijbel of Homerus reconstrueren? Humanities leverden daarover inzichten die de basis waren voor computertalen en de reconstructie van DNA-stambomen. Zo redeneerde Rens Bod in De vergeten wetenschappen: Een geschiedenis van de humaniora. Geef ruimte voor fundamenteel onderzoek, gedreven door nieuwsgierigheid, omdat er iets te weten valt. Als het meezit, blijkt die kennis soms nuttig.

Nut? Sommigen vinden dat het nut is gelegen in nutteloosheid. Daarbij wordt een dichtregel van Lucebert geciteerd: ‘alles van waarde is weerloos’. Een contemplatieve levenshouding, onthecht.

Prachtig, maar dan hoef je ook niet gehecht te zijn aan publiek geld. Deze benadering miskent het economisch en maatschappelijk nut. Voor het Duits heeft de vorige voorzitter van VNO/NCW dat benadrukt. De strijd tegen ebola vraagt vaccins maar ook kennis van begrafenisrituelen. Het bestrijden van terrorisme vereist manieren om van data informatie te maken én kennis van de wijze waarop mensen identiteit construeren. Bij de arts gaat het ook om effectieve communicatie in de spreekkamer. Bij de onderzoeksthema’s van de EU staat daarom ‘maatschappelijke uitdagingen’. De humanities zijn hard nodig.

Zakelijk Duits is nuttig. Wanneer je die taal leert, valt op dat het lijkt op Fries, Nederlands en Engels. Hoe komt dat? Mensen zijn nieuwsgierig, vragen verder. Zo heeft de leraar meer nodig dan de leraar nodig heeft. Nuttige kennis heeft een bredere bedding nodig. Mensen kunnen het niet laten, vragen stellen en nadenken over zichzelf.

Argumenten over maatschappelijk nut schieten soms door. Zo schreef de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum het boekje Niet voor de winst: Waarom de democratie de geesteswetenschappen nodig heeft. Dat is teveel eer. Democratie heeft mensen nodig die goed kunnen lezen, argumenten kunnen beoordelen en zich in een ander kunnen inleven. Moreel leiderschap kan echter ook komen van economen zoals ooit Jan Tinbergen, van artsen zonder grenzen, én van mensen zonder academische opleiding. De geesteswetenschappen zijn geen garantie; een ethicus kan immoreel zijn, zoals een kapper zelf kaal kan zijn.

Waarom humanities? Omdat er iets te ontdekken valt, kennis. En omdat het nuttig is, voor mens en maatschappij. Omdat we nieuwsgierig zijn en nadenken over de ander en onszelf. Kennis, nut én de eigen aard van mensen – goede redenen om aandacht en middelen te investeren in de humanities.

    • Willem B. Drees