Het blad waarin alles gezegd kan worden

Het satirische tijdschrift Propria Cures bestaat 125 jaar. De oplage is klein, hoe komt het dat het blad zoveel talent heeft voortgebracht?

Wie de lijst van oud-redacteuren ziet, kan haast niet anders dan onder de indruk zijn. Slauerhoff zat erbij. Net als Menno ter Braak, Hella Haasse, Renate Rubinstein en Hugo Brandt Corstius. En de lijst bevat niet alleen schrijvers: ook oud-politicus Frits Bolkestein, cabaretier Erik van Muiswinkel en tv-presentator Beau van Erven Dorens staan erop.

Allemaal zaten ze in de redactie van Propria Cures. Deze maand is het 125 jaar geleden dat het eerste nummer van het Amsterdamse satirische blad verscheen.

Propria Cures is zo’n blad dat vrijwel iedereen die ook maar een beetje in literatuur geïnteresseerd is wel van naam kent. Is het niet dankzij die succesvolle schrijvers en BN’ers, dan is het wel door de vele relletjes die het blad uitlokte. Toen koningin Juliana en premier Joop den Uyl in 1975 in een tekening werden afgebeeld terwijl zij geslachtsgemeenschap hadden, bijvoorbeeld. In 1992 moest Leon de Winter het ontgelden. Het blad drukte een montagefoto af waarin De Winter in een massagraf lag: volgens de redactie koketteerde hij te veel met zijn Joodse achtergrond. De schrijver klaagde het blad aan. Het moest een rectificatie plaatsen en een schadevergoeding betalen van 10.000 gulden.

Obscuur blad

Maar Propria Cures is niet alleen een blad dat iedereen van naam kent. Het is ook een obscuur blad – het wordt nauwelijks meer gelezen. Halverwege de jaren vijftig nog wel, toen lag de oplage tussen 12.000 en 15.000 exemplaren omdat alle leden van de studentenvakbond ASVA het ontvingen. Maar van het jubileumnummer zijn 4.700 exemplaren gedrukt. Daarvan zijn er 2.500 bestemd voor losse verkoop en verspreiding op de Universiteit van Amsterdam.

Nog altijd heeft Propria Cures, dat door een redactie van vier mannelijke studenten wordt gemaakt en 25 keer per jaar verschijnt, de naam hét Nederlandse blad van de polemiek te zijn. Wie er een te pakken krijgt, ziet een blad met de opmaak van een ouderwetse schoolkrant. Strakke kolommen, weinig beeld. De stukken gaan over literatuur – maar vooral over het blad zelf en de belevenissen van de redacteuren.

Hoe komt het dan toch dat Propria Cures zoveel talent heeft voortgebracht?

Volgens Bob Polak (68), die ter gelegenheid van het jubileum een boek maakte met een overzicht van alle redacteuren, heeft het met twee dingen te maken. Eén: de volledige vrijheid voor de redacteuren om te schrijven wat ze willen. Twee: de manier waarop redacteuren worden aangesteld. „De redactie vult zichzelf aan door inzendingen van lezers. Als lezer kun je een stukje insturen. Als het wordt geplaatst, geeft de redactie er commentaar op, in het blad zelf.”

Vaak worden de inzenders afgekat. Ze moeten dus wel overtuigd zijn van hun kwaliteiten en opgewassen zijn tegen kritiek. Als je een paar keer een stukje geplaatst hebt gekregen, kun je worden uitgenodigd om mee te lopen en word je ingewerkt.

Roemruchte voorgangers

Die waslijst aan roemruchte voorgangers spreekt studenten met schrijfambities aan. Voor Walt van der Linden (31) was het een van de redenen om stukjes bij ‘PC’ aan te bieden. Hij is sinds een half jaar redacteur. „Die grote schrijvers zullen er niet zomaar bij hebben gezeten, dacht ik. Ik zag Propria Cures als een plek waar ik kans krijg om iets voor mezelf te maken.”

Ook oud-redacteur Fanny van de Reijt (29) werd aangetrokken door het verleden. Haar vader, Vic van de Reijt, uitgever van Nijgh & Van Ditmar, zat bij het blad. Toen ze ging studeren, gaf hij haar een abonnement. „Er hing thuis een grote foto van mijn vader met zijn redactie, ik had er een heel romantisch beeld bij. Hij vertelde wilde verhalen, over avonden met veel drank waarin redacteuren het huis hadden ondergekotst. Het klonk als iets waar ik wel bij wilde horen.”

Dat het blad klein is, daar heeft het vooral profijt van, denkt ze. „Dat obscure karakter maakt het juist spannend. Door klein te blijven houden we de mythe in stand.”

Maar heeft het nog invloed? Propria Cures had altijd de rol van het blad waarin alles gezegd kan worden, maar tegenwoordig voorzien weblogs als GeenStijl in die behoefte. Bob Polak: „Je kunt ons niet vergelijken met die internetsites. Propria Cures is een instituut. Het is nog altijd een proeftuin voor beginnende auteurs – kijk naar Nina Polak (geen familie, red.) die vorig jaar debuteerde. Het wordt gemaakt door jonge intellectuelen, door de elite. Propria Cures heeft gewoon een ander niveau, zo eenvoudig is het.”

Fanny van de Reijt: „In deze tijd wordt polemiek minder gewaardeerd. Als je nu een vuil stukje schrijft, krijg je verbaasde reacties. Er is een enorme like-cultuur, schrijvers zijn veel te aardig voor elkaar. Het is goed dat er nog één tijdschrift is dat daar tegenin gaat.”

    • Merlijn Kerkhof