Gewenning

Mijn Israëlische vrienden waren twee dagen in Amsterdam, als lange overstap, van de Verenigde Staten naar Tel Aviv. Natuurlijk hadden ze een jetlag en waren ze te moe om echt goed rond te kijken. Ik stelde voor om het Anne Frank huis te bezoeken. Ze wisselden een blik en vroegen, ietwat besmuikt, of we niet naar een coffeeshop konden?

Op de geur bestelden we ergens een voorgedraaide joint. Aan de tafeltjes zaten toeristen, zwijgend en tevreden. Drie jongens bogen zich synchroon naar het rietje van hun milkshake.

De joint ging rond. Pure wiet. Ik kuchte, bleef kuchen en voelde me een slechte Nederlander. Mijn vriendin schaterde dat ik op een heks leek. Ze zei dat mijn gezicht groen was. Ik nam vlug een paar trekken door de hoest heen, maar haalde haar niet meer in.

Ineens zette de barman een glas cola op tafel. „Jij moet wat suiker.” Ik was zo gericht op de giebelende hallucinatie van mijn vriendin, dat ik nu pas zag dat haar vriend helemaal onderuitgezakt zat. Hij dronk. Zelfs in zijn lippen zat geen kleur meer. De barman adviseerde om hem naar buiten te nemen voor frisse lucht, „maar ondersteun hem, het kan zijn dat hij flauwvalt”. Ik duwde mijn schouder onder zijn oksel en loodste hem voetje voor voetje naar buiten, als een geblesseerde sporter. De barman bracht een glas water met suiker. Mijn vriend kokhalsde, de barman knikte. „Het kan geen kwaad, gewoon een rap dalende suikerspiegel.” Ik complimenteerde hem met het feit dat hij het tijdig had opgemerkt. „Ach, het gebeurt zo vaak.”

Gewenning heet professionaliteit.

De barman belde een taxi, mijn vrienden schoven erin. De chauffeur keek achterom, in het witte gezicht van mijn Israëlische vriend, en bood hem een koekje aan. „Zelfgebakken.” De chauffeur wreef over zijn ronde buik en vertelde dat hij als twintiger uit Iran was gevlucht. Hij was gewend dat zijn moeder apart voor hem kookte, want hij lustte bijna niets – het liefst at hij alleen maar gegrilde kippenvleugels. In Nederland belandde hij in een asielzoekerscentrum, daar moest hij eten wat iedereen at. Het was zo vies dat hij sindsdien alles lekker vindt. Nu heeft hij behalve een taxi ook een cateringbedrijf en kookt hij het Iraanse eten dat hij vroeger niet door zijn keel kreeg. „Als mijn moeder dat eens wist.”

Gewenning is de enige manier om kwaliteit te herkennen.

Na een ontnuchterende nacht slaap vlogen mijn vrienden terug naar huis. Ze wonen in het noorden, niet ver van de grens met Libanon. Een paar uur na hun terugkeer doodde Hezbollah twee militairen, als wraak op een Israëlische aanval waarbij onder andere een Iraanse generaal stierf.

Hoe zal Israël reageren? Premier Netanyahu waarschuwde dat „de uitdagers naar Gaza moeten kijken”. Daar vielen deze zomer zeker 2.000 doden.

Helaas vormt gewenning zijn kompas.