En toch begonnen de Duitsers weer te zingen

De talrijke, officieuze Kerstbestanden in het eerste jaar van de Eerste Wereldoorlog zijn vrij bekend. Maar in Meeting the Enemy maakt Richard van Emden duidelijk dat het lagere personeel steeds redenen zocht en vond om aardig tegen elkaar te zijn.

De gewone soldaten uit WO I lieten duizenden dozen vol brieven en dagboeken na. Van Emden heeft er een levenswerk van gemaakt om ze te vinden en te verwerken. Voor Meeting the Enemy compileerde hij ze tot een epos over de menselijke kanten van Britse en Duitse soldaten in WO I. Het begint in 1913-’14 met het prettige leven van de Britten die toen in Duitsland woonden en de Duitsers in Groot-Brittannië. Tot Groot-Brittannië op 4 augustus 1914 Duitsland de oorlog verklaarde. De Duitsers daar ervoeren dit als verraad, de Britten in Duitsland moesten vrezen voor hun leven. Op 5 augustus om drie uur ’s nachts werd leraar Engels Henry Hadley het eerste Britse oorlogsslachtoffer toen een Duitse officier hem neerschoot in een trein.

Duitsers in Engeland hadden het aanvankelijk beter. Maar in de nazomer van 1914 veranderde dat drastisch. Duitse mannen van onder de 55 jaar werden gevangen genomen en duizenden anderen vertrokken. Tegen die achtergrond is veel van de latere verbroedering aan het front begrijpelijk. Vaak, als er weer eens sigaren werden uitgewisseld, bleken er Duitsers te zijn die Engels spraken. Van een iets ander kaliber waren de contacten tussen piloten die elkaar even eerder naar het leven hadden gestaan. Wie neergeschoten was en de noodlanding had overleefd kon ter plaatse bezoek krijgen van zijn tegenstander die ook was geland om te zien of er hulp nodig was.

In de loopgraven leefde bij beide partijen veelal de overtuiging dat het zonder schieten al erg genoeg was. ‘Als de ander je met rust liet, leefden we zij aan zij, in harmonie zonder elkaar lastig te vallen’, schreef luitenant Denis Barnett.

Het lange Kerstbestand van 1914 eindigde op 3 januari toen een Duitse officier naar de Britten liep. Hij salueerde en zei dat hij instructies had de vijandelijkheden te hervatten. Horloges werden gelijk gezet en precies een uur later begon een zware fusillade over en weer.

Ook in 1915 werden Kerstbestanden gesloten, maar op veel kleinere schaal omdat Britse en Duitse generaals zich 1914 met afschuw herinnerden. Gedurende de kerstnacht begonnen Duitsers ten westen van Lille toch weer te zingen. Weer liepen de mannen op elkaar toe, maar de Duitsers kregen te horen dat een Kerstbestand van hogerhand was verboden. Of ze dan drie kwartier rust konden krijgen om hun doden te begraven? Dat mocht. Na een half uur waren de Duitsers klaar, ‘waarna een kwartier resteerde om te praten en elkaar sigaren en sigaretten te geven.’

    • Michiel Hegener