Een mes op school? Dat komt steeds vaker voor

Uit onderzoek blijkt dat leerlingen steeds vaker wapens bij zich hebben. Hoe voorkom je onrust op school?

Wesley (15), vorig jaar op school in Voorburg doodgestoken. Foto ANP

Steekpartijen op drie middelbare scholen in een week. Het is eerder toeval dan trend, klinkt het uit het onderwijs. Wel worden vaker leerlingen betrapt op wapenbezit. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) maakt zich er zorgen over. Hoe te voorkomen dat zo’n leerling opeens naar een mes grijpt?

De drie scholen hadden het „juist hier totaal niet verwacht”, en toch gebeurde het. Woensdag raakte een 16-jarige jongen in Den Haag gewond nadat hij op zijn school werd gestoken door een 15-jarige medeleerling. Vorige week vrijdag liep een jongen van 16 op een roc in Delft steekwonden op bij een ruzie over geld met een 17-jarige schoolgenoot. En een dag eerder moest een 14-jarig meisje naar het ziekenhuis nadat ze voor haar school voor speciaal voortgezet onderwijs was gestoken door een 15-jarige.

De slachtoffers kunnen het navertellen. Dat geldt niet voor de 15-jarige jongen die in oktober op zijn vmbo in Voorburg werd neergestoken door een 16-jarige medeleerling. Het slachtoffer overleed, de impact op de school was enorm. De adjunct-directeur wil in het belang van de rust de gebeurtenis niet ophalen, maar zegt wel dat ieders gevoel voor veiligheid een knauw heeft gekregen. Docenten zijn extra bezorgd en alert.

De VO-raad, koepel voor voorgezet onderwijs, pleit niet voor extra maatregelen. De getroffen scholen doen aan nazorg. Leerlingen van het Haagse Aloysius College, waar de jongste steekpartij plaatshad, spraken gisteren in de klas met elkaar over veiligheid. De school praat later met docenten en ouders over de gebeurtenis en wat ze kunnen doen om incidenten te voorkomen. Ook mogelijke invoering van detectiepoortjes komt daarbij aan bod.

De meeste schoolbestuurders zijn geen voorstander van elektronische bewaking bij de deur. De poortjes zouden een gevoel van onveiligheid aanwakkeren. „Hermetische afsluiting zal een steekincident niet voorkomen, maar eerder verplaatsen naar buiten”, zegt Juliaan van Acker, emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Het risico dat een ruzie wordt beslecht met een mes bestaat volgens hem vooral bij stedelijke scholen in het lager en technisch beroepsonderwijs, met een hoog percentage niet-westerse leerlingen. „Daar is het meenemen van een mes ook niet normaal, maar het komt voor. Vooral om stoer te doen. Een mes wordt pas mogelijk gebruikt bij hoge frustratie of spanning.”

Vooral een goed veiligheidsbeleid en een veilig klimaat op school kunnen incidenten voorkomen, denkt Peter van der Laan, onderzoeker van jeugdcriminaliteit voor onder meer de Vrije Universiteit. „Belangrijkste lijkt me dat we ouders en leerlingen leren conflicten op een verstandige manier op te lossen. Dat we weerbaar zijn tegen provocaties en dergelijke, op school, maar ook thuis en elders.”

Wapenbezit onder leerlingen neemt toe, blijkt uit de net verschenen veiligheidsmonitor van het Centrum School en Veiligheid. Van de ondervraagde leidinggevenden zei 29 procent in 2014 te maken hebben gehad met een leerling met een wapen. Dat was 22 procent in 2012 en 7 procent in 2010. Van de ondervraagde leerlingen zei 8 procent wapens, alcohol of drugs mee naar school te nemen. De helft van de jongeren heeft gezien dat anderen een van deze zaken bij zich droeg.

Staatssecretaris Dekker noemt de toename in een brief aan de Tweede Kamer „zorgelijk”. Hij vindt dat scholen werk moeten maken van bewustwording. Een van de preventiemiddelen is een checklist om te meten of ze geweld voldoende tegengaan. Ook vindt hij dat scholen met leerlingen moeten praten over veiligheid en wapenbezit.

De helpdesk van het Centrum School en Veiligheid heeft na de steekpartijen niet meer vragen over geweld gehad, zegt een woordvoerder. Volgens haar hebben steeds meer scholen een protocol. „De vraag is wat daarmee gebeurt. Ligt het in de kast, of hou je het onderwerp levend en bespreek je het onderling en met leerlingen.”

    • Michiel Dekker