Een kordate roman waar in zes weken een heel leven kantelt

Grote stappen, snel thuis. De hemel boven Parijs, van de in Brussel woonachtige kunsthistorica Bregje Hofstede, is een kordate, bijzonder druistige roman. De zinnen zijn bondig en spreektalig, de hoofdstukken al even kort. Hofstede maakt gebruik van verschillende tekstsoorten, want de lezer zou zich eens kunnen vervelen: ultrakorte dialogen, skypegesprekken, e-mails, brieven, flashbacks, kunsthistorische vertoogjes en sfeerimpressies van wandelingen en hardloopsessies door Parijs.

Het leverde de in 1988 in Ede geboren schrijfster maandag een plaats op in de longlist voor de Libris Literatuurprijs 2015. Ook verhaaltechnisch zet Hofstede er flink de sokken in. In krap drie maanden, van oktober tot de kerstvakantie, gebeurt hier nogal veel. Een 52-jarige Franse docent, Olivier, krijgt te maken met Fie, een 21-jarige uitwisselingsstudente uit Nederland. Zij doet hem uiterlijk sterk denken aan Mathilde, zijn grote liefde van 25 jaar geleden, die toen ook 21 was. Olivier probeert uit alle macht zijn kalme, middelbare leven met vriendin Sylvie voort te zetten, maar er komen steeds meer herinneringen boven aan die mooie tijd met Mathilde. Waarom raakte het destijds uit met haar? Omdat zij zwanger raakte, zo blijkt uit de herinneringsflarden, en hij het vaderschap niet aandurfde. Hij drong aan op abortus. Nu pas, 25 jaar later, heeft hij daar spijt van.

De rest laat zich dan wel enigszins raden. De geschiedenis herhaalt zich hier nadrukkelijk, maar wel in een vloek en een zucht. Fie ziet kans om – als ik het goed bereken – in pakweg anderhalve maand een vriendje te krijgen, de pil een keer te vergeten, zwanger te raken, de verkering te verbreken én tot het inzicht te komen dat ze het kind wil houden. En Olivier blijkt vervolgens bereid zich over moeder en kind te ontfermen, ten koste van zijn relatie met Sophie en zijn academische carrière. ‘Alles waar hij bang voor was is eindelijk gebeurd’, stelt hij tevreden vast, op de laatste bladzijde.

Wat je verder ook van deze volkomen onwaarschijnlijke toedracht kunt vinden – Hofstede weet met haar vlotte zinnetjes de aandacht wel tot het einde vast te houden. Ook hoop je nog op opheldering over een paar kwesties. Wie en waar is toch die Mathilde over wie het hier steeds gaat? Speelt de moeder van Fie een rol in dit geheel? En hoe stelt Fie zich het vervolg van haar leven voor, met kind en dertig jaar oudere man? We zullen de antwoorden zelf moeten verzinnen.

    • Janet Luis