Dromerige punk in ‘Thin Skin’

Ze zijn aan elkaar gewaagd, choreograaf Marco Goecke en Patti Smith, de grande dame van de punkrock. Beiden koppelen ze in hun werk een duister levensgevoel aan een vertroostende poëtische sensitiviteit, voor beiden lijkt de artistieke arbeid een soort bezwering. Met één groot verschil: Goecke komt, met zijn typerende gekriebel, gesidder en gewapper, de abrupte bewegingen en tempowisselingen, aanzienlijk neurotischer over dan la Smith.

In Goeckes premièreballet voor het Nederlands Dans Theater, Thin Skin, smelten de dromerige, soms drammerige werelden van de twee samen tot een choreografie die toch weer boeit, ondanks Goeckes bekende extreme stijl. Door zijn weergaloze gevoel voor timing en regie van opkomsten en door kleine accenten (plots oplichtende vlammetjes) weet Goecke de aandacht vast te houden. Zo blijft er samenhang tussen de solo’s, duetten en ensembles van de tien uitbundig ‘getatoeëerde’ dansers, waarbij met name de duetten, bijna zonder lichaamscontact, onverklaarbaar aandoenlijk zijn.

Het programma Strike Root (‘Wortel schieten’) bevat twee reprises van in Den Haag gewortelde choreografen. Safe as Houses van Paul Lightfoot en Sol León, kort na 9/11 gecreëerd, is een prachtige, spirituele choreografie over de veerkracht van de menselijke ziel. Medhi Walerski’s Chamber moet als eerbetoon worden opgevat aan Stravinsky’s (en Nijinsky’s) Le Sacre du Printemps, maar hoewel de choreografie mooie beelden en goed partnerwerk bevat, mist Chamber de door componist Joby Talbot muzikaal gesuggereerde spanning.