De Derde Maasvlakte ligt op het Weena

Het bedrijfsleven is opvallend enthousiast over de stad, onderzocht De Club Rotterdam. Het probleem is een tekort aan technisch personeel.

Infrastructuur, zakelijke dienstverlening, leefbaarheid, bedrijfsruimte, omzet én werkgelegenheid: het Rotterdamse bedrijfsleven is er allemaal positief over. Dat blijkt uit het vorige week gepubliceerde rapport Rotterdam op koers! over de concurrentiekracht van de stad. Ondernemersvereniging De Club Rotterdam ondervroeg hiervoor afgelopen zomer ruim honderd bestuurders van bedrijven die actief zijn in Rotterdam, zoals Vopak, Evides, Imtech en Rabobank.

Het meest enthousiast over de toekomst is de maritieme sector. Volgens Jan Valkier, voorzitter van De Club Rotterdam, profiteert de stad hier alleen nog niet optimaal van. „De maritieme bedrijven zijn er, maar de bijbehorende dienstverlening kan meer gepromoot worden. Rotterdam is een aantrekkelijke stad voor maritieme advocaten, banken, brokers en verzekeraars. Vaak zitten die in Londen, maar dat is een dure plek.” Bart Kuipers, havenonderzoeker bij de Erasmus School of Economics, ondersteunt dit pleidooi. „Maritieme dienstverlening is pas net ontdekt. De havenstad moet groeien door zijn hoogwaardige dienstverleners. Ik denk niet dat we aan de Tweede Maasvlakte nog een Derde Maasvlakte breien. De Derde Maasvlakte, die ligt op het Weena.”

Maar het bedrijfsleven zou het bedrijfsleven niet zijn als het ook wat te wensen heeft. Minder regeldruk om makkelijker te kunnen ondernemen, bijvoorbeeld. Valkier: „Alle bedrijven zijn voor goede milieuregels. Het wordt alleen soms te ingewikkeld gemaakt. Regels moeten wel realistisch blijven.” Volgens een woordvoerder van de gemeente werkt het college aan vermindering van de regeldruk.

Het onderzoek laat ook zien dat de petrochemie het zwaar heeft, zoals de raffinaderijen van Shell en ExxonMobil. Aan de oorzaken daarvan, zoals de schaliegasrevolutie in de VS, kan Rotterdam weinig doen. Niettemin hopen Valkier en zijn collega’s dat het tij gekeerd kan worden. „De petrochemie is de ruggengraat van de Rotterdamse haven waar veel omheen hangt, zoals de haven, op- en overslag, productie, werkgelegenheid en innovatie. Die industrie wil je niet kwijtraken.”

Wethouder deelt de zorgen

Wethouder Pex Langenberg (haven) deelt de zorgen, zei hij bij de overhandiging van het onderzoek. „Daarom spreken wij begin april met alle betrokkenen op een bijeenkomst over dit onderwerp.” Wel heeft hij al een idee waar het naartoe moet: de basis verbreden door nieuwe producten en diensten te ontwikkelen. „Denk aan chemie op basis van biogrondstoffen en hergebruik van grondstoffen en producten.”

Tot zover de wensen, want De Club Rotterdam gaat zelf ook aan de slag, bijvoorbeeld om meer leerlingen voor techniek te interesseren. Bedrijven gaan dit jaar tweehonderd extra stageplaatsen creëren: honderd plekken voor scholieren, vijftig opleidingsstages voor het technisch beroepsonderwijs en vijftig plekken voor docenten om praktijkervaring op te doen. Ook kijken Valkier en zijn collega’s naar het geven van stage- en baangaranties. „De rederijen doen dit al meer dan vijf jaar bij het zeevaartonderwijs. Dat is heel succesvol, want het aantal leerlingen daar stijgt.”

De gemeente verwelkomt de stageplekken, meldt de woordvoerder, want zonder goede stageplekken komen er geen diploma’s. Ook zij wil de komende jaren de discrepantie tussen vraag van bedrijfsleven en studiekeuze van leerlingen opheffen. Scholen gaan daarom meer aandacht geven aan de mogelijkheden van werken in de haven, onder meer via bedrijfsbezoeken en door techniek al snel naar voren te schuiven als een kansrijke studierichting.

Om te voorkomen dat het rapport ongebruikt in een lade verdwijnt, moeten drie bestuurders van De Club Rotterdam ervoor zorgen dat de onderwijsplannen nog dit jaar gerealiseerd worden. Valkier: „Zij gaan de stageplaatsen regelen bij onze leden. Dan moet er wel boter bij de vis, dus dan moeten scholen wél met leerlingen komen.” De voorzitter heeft niet de illusie dat zijn vereniging alles kan veranderen, maar stilzitten is in ieder geval geen optie.

    • Inge Janse