Collection d’Art 35 jaar topgalerie

Willem de Kooning, East Hampton VI (1977)

Door

35 jaar lang, van 1969 tot 2004, bestierde Cora de Vries Collection d’Art, een galerie in Amsterdam. Zij was doorgaans zelf aanwezig, steevast in plooirok, altijd vriendelijk en ietwat afstandelijk. Dat afstandelijke was niet onprettig, iedereen kon zich vrij voelen om het pand aan de Keizersgracht binnen te lopen.

Het Cobra Museum heeft een expositie gewijd aan de geschiedenis van Collection d’Art, met werken uit de verzameling van Hans en Cora de Vries. Het ‘afstandelijke’ gold ook voor het beleid van de galerie. De Vries (1944-2010) zocht naar „blijvende kunst – werk van kunstenaars die zich duidelijk van elkaar onderscheiden, niet geïnfecteerd door de waan van trends”. Geen video en fotografie, geen conceptuele kunst, geen fluxus en geen arte povera. Ze beschreef haar programma als „progressieve ontwikkelingen in de beeldende kunst vanaf 1. de Stijlbeweging via 2. het naoorlogse expressionisme en 3. Nul/Zero naar hedendaagse vormen van 4. figuratie en 5. abstractie.”

Cora de Vries bleek wél vatbaar voor de „heersende trend” van de ‘wilde’ schilderkunst in de jaren tachtig en toonde bijvoorbeeld de expressionistische doeken van Armando en werk van Duitse giganten als Georg Baselitz en Markus Lüpertz. Ook traden in die periode de jonge Nederlandse figuratief-expressionistische schilders Hans van Hoek en Jan Commandeur toe tot haar stal.

In het Cobra Museum ligt de nadruk op de begintijd van de galerie, tot einde jaren zeventig. Enkele kleurrijke landschappen van Gerrit Benner zijn een hoogtepunt, evenals kleine witte reliëfs van Jan Schoonhoven en een paar gouaches van Bram van Velde. Heel mooi is een aparte hoek met vroeg grafiek en kleine schilderijen van JCJ Vanderheyden, het zijn poëtische, quasigeometrische reflecties op de schilderkunst. Het werk van grote kunstenaars als Willem de Kooning, Baselitz en Appel, is op de expositie niet van hoog niveau. De realisten die De Vries ook bracht, zoals Har Sanders en Co Westerik, zijn vrijwel afwezig.

De Vries is op indrukwekkende wijze en decennialang trouw gebleven aan haar kunstenaars. Om deze reden en ook omdat zij het publiek en verzamelaars wilde opvoeden, noemt kunsthistoricus Hans Sizoo Collection d’Art een tussenvorm tussen galerie en museum.

Tot in de jaren negentig van de vorige was de kunstwereld ondenkbaar zonder galeries. Sindsdien is veel veranderd. Kunstenaars opereren tegenwoordig vaak zonder, ze richten eigen platforms op en creëren internationale netwerken via internet. De kunstwereld pluriformer en gefragmenteerder geworden, beweeglijker ook.

De Vries heeft dit vermoedelijk aangevoeld toen ze in 2004 besloot de deuren te sluiten. Als ze op hetzelfde peil wilde doorgaan, zei ze, zou ze haar beleid moeten omgooien en „dat zou toch een verraad zijn aan wat ik heb neergezet”.

De Vries is op tijd gestopt. Ook al heeft ze belangrijke ontwikkelingen in de kunst afgewezen, door het consequente en goed doordachte beleid is Collection d’Art de hele bestaansperiode in Nederland als galerie toonaangevend geweest.

    • Janneke Wesseling