Zit God in het Europarlement?

Brussel Al jaren ageren Europarlementariërs tegen religieuze lobby’s. Uit onderzoek blijkt dat het parlement juist heel liberaal is als het om religie gaat.

Ook God heeft een zetel in het Europees Parlement. Vraag maar aan overtuigd seculiere volksvertegenwoordigers. Die ageren al jaren tegen de invloed van religieuze lobby’s. De paus mocht in november zomaar plenair een praatje komen houden in Straatsburg! En in de Brusselse EP-gebouwen is zelfs een gebedsruimte!

Goed nieuws: God heeft het Europarlement verlaten en heeft er eigenlijk nooit echt in gezeten. Althans, dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Université libre de Bruxelles (ULB). Volgens de auteur, de Franse politiek wetenschapper François Foret, is het Europarlement door de bank genomen juist heel liberaal als het om religie gaat, wordt de overtuiging dat kerk en staat gescheiden moeten blijven breed gedragen en zijn religieuze lobby’s doorgaans erg ineffectief.

De SP is geen partij die je meteen met religie associeert, maar in Brussel is Europarlementariër en SP’er Dennis de Jong een van de drijvende krachten achter het bespreekbaar maken van geloof. „Ik neem geen beslissingen met de Bijbel in de hand, hoor”, zegt de protestant. „Maar het is een belangrijke inspiratiebron, het versterkt mijn politieke uithoudingsvermogen, en ik vind dat ik dat gewoon moet kunnen zeggen.” Dat hij af en toe aanschuift bij een oecumenische ontbijtsessie in het Europarlement maakt van hem nog geen godsdienstwaanzinnige, wil hij maar zeggen.

Seculiere krachten

De Jong organiseerde deze week een conferentie rondom Forets onderzoek om de seculiere krachten in Brussel met de neus op de feiten te drukken. Maar die zijn, zo blijkt, niet snel onder de indruk. Sociaaldemocraat Virginie Rozière, die samen met Sophie in ’t Veld (D66) de seculiere troepen leidt, vindt het onderzoek „verontrustend”. Ja, bijna 85 procent van de ondervraagden geeft aan dat je zonder geloof prima Europarlementariër kunt zijn. „Maar dat betekent nog steeds dat 15 procent daar anders over denkt.” En als iedereen inderdaad zo voor scheiding van kerk en staat is, waarom heeft de kerk dan een voorkeursbehandeling nodig in Europese verdragen?

De Jong erkent dat na de uitbreiding van de EU met nieuwe, Oost-Europese en doorgaans traditionelere lidstaten in 2004 religiositeit opeens even heel belangrijk werd. Te belangrijk. Collega’s uit die landen drongen aan op allerlei resoluties over erkenning en bescherming van christenen - en van christenen alleen. „Dat heeft de discussie bijna verpest”, zegt de SP’er. „Maar intussen zijn we daar wel overheen.”

Soldaten van God

Europarlementariërs, merkte Foret, lopen niet te koop met hun religie, anders dan Amerikaanse congresleden, van wie precies kan worden nagegaan hoe ze in het geloof staan. Dat had gevolgen voor zijn onderzoek. De Fransman slaagde er uiteindelijk in om 167 Europarlementariërs te interviewen, minder dan een kwart van het daadwerkelijke aantal volksvertegenwoordigers. „God, wat was het moeilijk”, zegt hij.

Foret stuitte op fanatieke gelovigen, veelal onder extreem-rechtse partijen, „die het vragenformulier zelfs twee keer wilden invullen”. Maar de meeste Europarlementariërs waren terughoudend. Vooral katholieken zwegen. Zij zien het geloof meer als privézaak. Ondanks die tegenslagen ziet Foret zijn onderzoek als representatief, omdat er goed is gelet op de balans tussen vrouwen en mannen, nationaliteiten en politieke overtuigingen.

Wat Foret vooral opviel, is de „treffende gelijkenis” tussen de meest fanatieke voor- en tegenstanders van religie. „Zowel de soldaten van God als de soldaten van het secularisme zien zichzelf als verdedigers van cultureel erfgoed en als slachtoffers die in de minderheid zijn.”