Waardering voor poëzie van Hester Knibbe groeit gestaag

In de gedichten van Hester Knibbe wordt de mens teruggebracht tot zijn ontgoochelende kern en daarna omhelsd. Ze won de VSB-prijs.

Een dag nadat ze officieel was aangesteld als stadsdichter van Rotterdam, viel Hester Knibbe (1946) al een nieuwe eer te beurt, en wéér in haar woonplaats. In de Kunsthal werd haar bundel Archaïsch de dieren bekroond met de VSB-poëzieprijs. De jury prees Knibbe wegens „de sterke samenhang en dwingende, stuwende kracht in deze belangrijke bundel, die de mens tot zijn ontgoochelende kern terugbrengt en vervolgens warm omhelst.”

Ze is een dichter die in staat is grote vragen te stellen, zonder dat haar gedichten „topzwaar worden of bezwijken onder hun eigen gewicht. In haar voldragen bundel keert Knibbe terug naar de wil tot weten van de allereerste mens en de verdrijving uit het paradijs die daarop volgt.”

De bekroning van Knibbe, opgeleid als farmaceute, kwam niet als een verrassing. Ze debuteerde in 1982 met de bundel Tussen gebaren en woorden. Aanvankelijk werd ze vooral om haar vakmanschap geprezen, maar de afgelopen jaren is de waardering voor haar werk gestaag toegenomen. In 2000 won ze de Herman Gorterprijs, een jaar later de Anna Blaman Prijs en in 2009 de A. Roland Holst Penning.

Archaïsch de dieren werd vorig jaar zeer goed ontvangen. De bundel, Knibbes tiende, begint met gedichten over Adam en Eva, waarna al snel Kaïn en Abel, en thema’s uit de oudheid langskomen. Dat doet ze, zei Knibbe vrijdag in NRC Handelsblad, „omdat het voor mij een manier is om wat ik wil zeggen boven het persoonlijke uit te tillen. Als ik de godin Thetis, de moeder van Achilles opvoer, dan is dat niet om iets over die nogal onbekende godin te zeggen, maar om iets duidelijk te maken van wat moeders bezielt. Dat je kind je achilleshiel is.” Een van de onderliggende thema’s in Archaïsch de dieren is de dood van de volwassen zoon van de dichter, vijftien jaar geleden.

Knibbe schrijft, zoals ook blijkt uit het hiernaast afgedrukte gedicht, kraakheldere taal. Arie van den Berg prees in deze krant haar „volmaakt beheerste lyriek, waarin niet naar woorden lijkt te zijn gezocht” Archaïsch de dieren kreeg het maximale aantal van vijf waarderingsballen.

De uitreiking van de VSB-Poëzieprijs is de aftrap van de poëzieweek, die vandaag begint en op 4 februari wordt afgesloten met het Gedichtenbal in Amsterdam. De andere genomineerden waren Sasja Janssen (Ik trek mijn species aan), Alfred Schaffer (Mens dier ding), Peter Verhelst (Wij, totale vlam) en Piet Gerbrandy (Vlinderslag). Twee van hen werden de afgelopen dagen onderscheiden: Verhelst won de Herman de Coninckprijs en Schaffer kreeg de Awaterprijs. De VSB-prijs, waarvan de jury dit jaar werd voorgezeten door NRC-hoofdredacteur Peter Vandermeersch, is met 25 duizend euro de grootste Nederlandse prijs voor een losse poëziebundel.

Ik neem de hersens de tong en de wangen, zei eentje, maar het hart gooi ik weg.

Wij zwegen onthutst, liepen de restvan het lijf na, deelden ons verder niet

mee. Gingen de volgende ochtend de berg opom voedsel te zoeken, vonden oneetbaar.

Toen hebben we een onschuld geslacht.We lieten hersens tong en wangen intact, namen het hart.

Uit Hester Knibbe: Archaïsch de dieren