Troostmeisjes? Klopt niks van

Tienduizend Japanners hebben de krant Asahi Shimbun aangeklaagd vanwege een artikelenreeks over troostmeisjes. De vrouwen hadden seks uit vrije wil, zeggen de klagers.

Zuid-Koreaanse demonstranten houden posters omhoog voor de Japanse ambassade in Seoul. Op de pamfletten staan teksten als ‘De Japanse regering moet excuses aanbieden aan de voormalige troostmeisjes’.
Zuid-Koreaanse demonstranten houden posters omhoog voor de Japanse ambassade in Seoul. Op de pamfletten staan teksten als ‘De Japanse regering moet excuses aanbieden aan de voormalige troostmeisjes’. Foto EPA/JEON HEON-KYUN

De zeventigste verjaardag van de Japanse nederlaag in de Tweede Wereldoorlog nadert maar het land blijft gewikkeld in een venijnig debat over het optreden van zijn leger in bezet gebied in die turbulente jaren.

Begin deze week maakten ruim 10.000 conservatieve Japanners een rechtszaak aanhangig tegen de Asahi Shimbun, een van de grootste Japanse kranten. Ze eisen een schadevergoeding omdat het dagblad in de jaren ’80 en ’90 de nationale eer zou hebben bezoedeld met 18 artikelen over de ‘troostmeisjes’, een eufemisme voor meisjes en jonge vrouwen die door Japanse militairen als seksslavinnen werden misbruikt. De krant trok de artikelen vorig jaar in, omdat die bleken te berusten op het getuigenis van een Japanse man in het bezette Zuid-Korea die niet klopten.

De nationalistisch ingestelde klagers, die voor zijn aantreden als premier ook op de openlijke steun konden rekenen van premier Abe, verlangen een schadevergoeding van 10.000 yen (75 euro) per persoon. „Er is geen enkel bewijs dat Japanse autoriteiten met geweld vrouwen hebben opgepakt”, stelden zij. Ze gaan een stap verder en betogen ook dat door de artikelen ten onrechte wereldwijd het idee post vatte dat de Japanse strijdkrachten vrouwen tot prostitutie dwongen. Volgens hen hadden de vrouwen uit vrije wil seks omdat ze er geld mee wilden verdienen.

Japan heeft zich in 1993 formeel verontschuldigd voor seksueel misbruik door Japanse militairen tijdens de oorlog. Niet duidelijk is of de legerleiding zelf alle troostmeisjes rekruteerde of dat slechts oogluikend toestond. De meeste buitenlandse historici menen eveneens dat er volop bewijs is dat grote aantallen meisjes en vrouwen in Oost- en Zuidoost-Azië door Japanse militairen zijn misbruikt.

Ook in Japan zelf zijn velen ervan overtuigd dat hun militairen zich destijds hebben misdragen. Daarom zweren ze bij het pacifistische beleid dat hun land al sinds de Tweede Wereldoorlog volgt. Premier Abe wil daarvan juist zo spoedig mogelijk af.

De auteur van andere – niet ingetrokken – verhalen in de Asahi Shimbun uit 1991 over misbruikte troostmeisjes, ex-journalist Takashi Uemura, wordt al jaren beschimpt en bedreigd door woedende nationalisten. Ze roepen de universiteit waar hij nu werkt te ontslaan. Hun aanvallen zijn toegenomen na het intrekken van de 18 andere artikelen. Ze beschuldigden hem – zonder grond – ervan veel geld te hebben ontvangen van anti-Japanse elementen. Zijn dochter zou daardoor in grote welstand zijn opgegroeid. „We hebben geen andere keus dan haar tot zelfmoord aan te zetten”, luidde een anoniem dreigement online.

Dit werd Uemura te gortig en ook hij stapte naar de rechter om enkele van zijn niet anonieme kwelgeesten aan te klagen wegens laster. „Ik ben van plan aan te tonen dat ik nooit enig verhaal heb verzonnen”, zei hij dinsdag tegen een journalist van het dagblad South China Morning Post uit Hongkong. „Ik zal mijn eer verdedigen.”

Met spanning wachten Japanners en velen in het buitenland nu af hoe premier Abe, zelf een overtuigd nationalist, in augustus de 70-ste verjaardag van de Japanse capitulatie zal herdenken. De kans op een genereus excuus aan het adres van de 'troostmeisjes’ lijkt nihil.