Sommige kinderen had je willen voorkomen

De gehandicapte Daniëlle werd gedood door haar stiefvader. Zo gaat het vaker heel erg mis met kinderen. De tijd is rijp voor gedwongen anticonceptie, vindt Martin Sitalsing.

Martin Sitalsing: „Vorige week hadden we in Rotterdam die baby van tien maanden die overleden is, en dan wil ik onmiddellijk weten: is dat er weer één?”
Martin Sitalsing: „Vorige week hadden we in Rotterdam die baby van tien maanden die overleden is, en dan wil ik onmiddellijk weten: is dat er weer één?” Foto Kees van de Veen

Nieuw is het niet, het idee van gedwongen anticonceptie bij mensen met ernstige verslavingen, psychiatrische problemen of een verstandelijke beperking, maar in Nederland heeft het nog nooit tot een wet geleid waarmee dat mogelijk zou zijn. Volgens Martin Sitalsing kan dat nu wel eens gaan veranderen. Hij denkt dat de tijd er rijp voor is.

Sitalsing, tot 2012 korpschef van de politie in Twente, is directeur van Jeugdbescherming Noord, de opvolger van Bureau Jeugdzorg Groningen en Drenthe. Naar aanleiding van de rechtszaak vorige week tegen de moeder en stiefvader van de 20-jarige Daniëlle van Bergen – ze werd langdurig mishandeld en uiteindelijk doodgeslagen – zei hij tegen RTVNoord dat mensen in sommige gevallen gedwongen zouden moeten kunnen worden om geen kinderen meer te krijgen. Daniëlles moeder is zwakbegaafd, de stiefvader zat langdurig in de gevangenis wegens verkrachting van twee dochters.

Aan tafel in zijn Groningse werkkamer vertelt Sitalsing dat hij al kort nadat hij directeur van Bureau Jeugdzorg was geworden aan zijn mensen vroeg met wat voor ‘type ouders’ ze hier eigenlijk te maken hadden, en dan bedoelde hij de ouders van de kinderen die ze hier ‘dagelijks over de vloer kregen’, van de kinderen die mishandeld of misbruikt werden.

„In de analyse zagen we dat het bijna altijd gaat om ouders met een verstandelijke beperking of met ernstige psychiatrische problematiek. Als je kijkt naar de strafrechtelijke vormen van kindermishandeling, dan zit je eigenlijk altijd in die categorie. Kinderen van ernstig verslaafde vrouwen worden beschadigd geboren, en als je ze dan in die situatie laat, raken ze nog meer beschadigd, en dat zijn kinderen van wie ik zeg – hadden we dit maar voorkomen.”

Kindermishandeling

Per jaar, zegt hij, zijn er in de provincie Groningen 5.000 serieuze meldingen van kindermishandeling en daarvan is tien procent zo ernstig dat er snel moet worden ingegrepen. „Vijfhonderd kinderen per jaar, alleen al hier in Groningen. Dat is fors, hoor. Vorige week hadden we in Rotterdam die baby van tien maanden die overleden is, en dan wil ik onmiddellijk weten: is dat er weer één?” De baby, een jongetje, werd vermoedelijk mishandeld door de vriend van zijn moeder.

Sitalsing en zijn vrouw hebben zelf een pleegzoon van tien die als baby van vijf maanden bij hen werd ondergebracht, uit de crisisopvang. Ze hadden al drie dochters en wilden „een bijdrage leveren aan de samenleving”, en dan niet alleen met woorden. Veel wil Sitalsing er niet over zeggen, behalve dat het goed gaat met zijn zoon. „Laat dat ‘pleeg’ maar weg, we zitten nu in een naamwijzigingsprocedure.” Ja, natuurlijk is hij door zijn eigen ervaringen geneigd meer naar het leed van kinderen te kijken dan naar het leed van ouders. Maar maak van hem geen die hard zonder oog voor de begrijpelijke kinderwens van mensen die toch zeer waarschijnlijk niet in staat zijn een kind op te voeden.

Het begint ermee, zegt hij, dat je zulke mensen helpt nadenken over hun keuzen, wat er gebeurt als je een baby krijgt, hoeveel aandacht het nodig heeft en hoeveel geld. „Ik weet van De Zijlen, een Groningse organisatie voor verstandelijk gehandicapten, dat de meeste potentiële ouders na zo’n training geen kind meer willen.”

Pas als alles geprobeerd is, zegt Sitalsing, en de risico’s zijn groot, zou de rechter moeten kunnen beslissen tot gedwongen anticonceptie. „Maar geen sterilisatie, het moet wel omkeerbaar zijn. Je zou het kunnen doen voor een jaar, door middel van een chipje onder de huid. Na een jaar toetst de rechter of de maatregel verlengd moet worden.”

Het recht om niet geboren te worden

Wat doet hem denken dat zijn voorstel nu wél kans van slagen maakt? „Omdat de focus op preventie sterker wordt, al is dat dan helaas vooral vanuit de gedachte dat de zorgkosten almaar toenemen. Je ziet het aan de toenemende aandacht voor gezond eten, sporten, bewegen, maar ook bijvoorbeeld bij een organisatie als de brandweer. Daar is preventie veel belangrijker geworden dan bestrijden. En het is ook het idee achter de participatiemaatschappij en achter de grote veranderingen nu in de jeugdzorg en zorg voor ouderen: dat je in een locale context problemen eerder kunt signaleren en oplossen.”

De afgelopen dagen kreeg hij van verschillende kanten steun voor zijn voorstel, onder anderen van Paul Vlaardingerbroek, hoogleraar familie- en personenrecht aan de Universiteit van Tilburg en kinderrechter. Die zei in De Telegraaf: „Het onderwerp verzandt steeds in oeverloze discussies, zwakbegaafde ouders zouden recht hebben op een kind. Maar sommige kinderen hebben ook het recht om niet geboren te worden.”

Sitalsing wil hem en andere wetenschappers uitnodigen voor een ‘expertmeeting’, samen met politici en zorgaanbieders. „En dan gaan we met elkaar bekijken of de wet veranderd kan worden of dat de nadelen daarvan toch te groot zijn. Dan zullen we de consequenties van niets doen en niet ingrijpen moeten accepteren.”

Toen hij nog maar net in de jeugdzorg zat, vertelt hij, ging hij naar een congres in San Diego in de VS waar alle toonaangevende onderzoekers op het terrein van kindermishandeling aanwezig waren. „Daar werden me de ogen geopend voor de gevolgen van kindermishandeling op de langere termijn, ook als die niet fysiek is, maar zich uit in verwaarlozing of psychische mishandeling. Kinderen die geen enkele aandacht krijgen, of die consequent worden afgewezen, vernederd, gekleineerd – het raakt je tot op het bot.”

En dan, zegt hij, zijn er nog de kinderen die gemangeld worden door ruziënde ouders in scheiding. „Zestig procent van de zaken die we hier binnenkrijgen is gerelateerd aan complexe scheidingen. Vooral bij hoogopgeleiden zijn de ruzies vaak ernstig en langdurig, de kinderen worden op zeer vileine wijze ingezet. Bij de kinderen zien we loyaliteitsconflicten, de neiging om zichzelf weg te cijferen of zichzelf iets aan te doen, depressies, criminaliteit.”

Is het meer dan vroeger? „Ja, dat wordt erger. Ik had het erover met een aantal kinderrechters en die zeiden dat er meer vechtscheidingen zijn sinds ouders na een scheiding samen voor hun kinderen moeten blijven zorgen en daar een plan voor moeten maken.” Die verplichting is er sinds 2008. „Daarvoor was het redelijk duidelijk, de kinderen werden meestal toegewezen aan de moeder en voor de vader kwam er een omgangsregeling. Geen discussie. Nu is er overal discussie over.” Van de 70.000 kinderen die per jaar een scheiding meemaken, zegt hij, krijgt tien procent grote problemen door aanhoudende ruzies – 7.000 kinderen per jaar.

Vindt hij dat kinderen bij een scheiding weer aan de moeder zouden moeten worden toegewezen? „Aan een van de twee ouders, zou ik dan zeggen. Misschien wel, ja. Kinderen worden nu van het ene naar het andere samengestelde gezin gesleept, en we horen hier vaak genoeg dat ze niet meer weten waar ze bij horen.”

Terwijl hij het zegt, komt hij op nog een ander idee. Hij zou van ouders die ‘goed’ gescheiden zijn, zonder problemen voor de kinderen, wel eens willen horen hoe ze dat gedaan hebben en wat er van hen te leren valt. „En dan die ouders in contact brengen met ouders die willen gaan scheiden – dat zou misschien wel veel ellende kunnen voorkomen.”