Pump als rode vuurvogel

Cécile Narinx ging in het modedepot van het Centraal Museum in Utrecht door de 10.000 voorwerpen op zoek naar Nederlands modetalent en deed een ontdekking: ontwerperscollectief Gill.

Cécile Narinx voelde zich vereerd toen De Wereld Draait Door haar vroeg om mee te doen aan het pop-upmuseum. „Ik wilde aanvankelijk naar het Catharijneconvent, ik vind dat een mooi museum. Ik kom uit het katholieke Zuid-Limburg en heb dus wel iets met religieuze kunst.”

Maar het werd mode uit het depot van het Centraal Museum.

„DWDD wilde liever dat ik iets met mode ging doen. Logisch, want ik schuif er vaak aan als modedeskundige. De opdracht was op zoek te gaan naar verborgen kunst. Alle 9.813 objecten uit het modedepot staan op de website van het museum. Ik heb daar een zondagmiddag doorheen gescrold en een lijst gemaakt van wat ik in het depot wilde bekijken. Ik ontdekte er C.F. Worth. Hij was de eerste grote couturier, nog voor de tijd van Coco Chanel. Niemand kent hem meer, maar er was helaas maar één jurk in het depot. Daar kun je geen expositie mee maken. Ik wilde ook liever iets meer van nu en uit Nederland laten zien. Dat past beter bij het museum en DWDD. Ik moest dus een ontwerper vinden waarvan ze genoeg stukken hadden om een zaaltje mee te vullen. Zo kwam ik uit bij Lola Pagola, twee schoenenontwerpsters die vanaf midden jaren 80 actief waren. Maar alleen schoenen vond ik te makkelijk.”

Hoe loste u dat op?

„Op een sticker van een Lola Pagola-schoen stond dat hij in 1989 bij een modeshow van ‘Gill’ was gebruikt. De curator en ik wisten niet wat dat was. Gill bleek een collectief van vier Nederlandse labels: Gletcher, Illustrious Imps, Lawina en Lola Pagola. Die vier labels hadden muzen, modellen, fotografen en muzikanten om zich heen. Deejay Eddie de Clercq hoorde erbij. En fotograaf Inez van Lamsweerde, die nu samen met Vinoodh Matadin, die voor Lawina ontwierp, wereldberoemd is als modefotograaf. Ruud van der Peijl ontwierp voor Gletcher – hij is nu een bekend stylist. Amber Jansen deed de vrouwencollecties voor Illustrious Imps, ze werkt nu voor Harper’s Bazaar als stylist. Een van de andere oprichters van de Imps was Matthijs Boelee, hij is nu hoofddocent mode bij Artez Arnhem.”

Al die mensen werkten van eind jaren 80 tot begin jaren 90 samen onder de naam Gill?

„Het was net zo’n samenwerking als later in de jaren 90 Le Cri Néerlandais, dat niet vergeten en verborgen is. Onder die naam presenteerden o.a. Saskia van Drimmelen, Viktor & Rolf en Lucas Ossendrijver (die nu de mannenmode van Lanvin ontwerpt) zich samen in Parijs en Londen. Net als Le Cri had ook Gill talent, de wind mee en veel publiciteit. De zangeressen van Loïs Lane staan in jurken van Gletcher op de hoes van hun lp Fortune fairytales (1990). Gill organiseerde modeshows in de Roxy in Amsterdam. Ik was zo benieuwd waarom Gill gestopt is in 1992.”

U weet het nog niet?

„Ik heb het gevraagd aan de ontwerpers, omdat ik bezig ben met een artikel over Gill voor het aprilnummer van Harper’s Bazaar. Een van hen zei: ‘We waren gewoon niet goed, niet oorspronkelijk genoeg. We deden wat alle internationale ontwerpers in die tijd deden: focussen op het kleermakerswerk, het heruitvinden van het klassieke mannenpak. Maar daarmee onderscheidden we ons niet – dat deden Dries Van Noten, Yamamoto en Paul Smith immers ook al, maar beter. En met meer middelen.’”

U kent Gill niet van vroeger?

„Tot 1989 heb ik in Maastricht gewoond en daarna heb ik in Utrecht journalistiek gestudeerd. In 1995 ben ik in Amsterdam gaan werken, sinds 1997 voor de Elle.”

Gill en Le Cri Néerlandais hebben ook gemeen dat ze gesteund werden door kunstsubsidies. Vindt u dat mode meer gesubsidieerd moet worden?

„Er is absoluut talent in Nederland, maar dat is vaak overgeleverd aan sponsors die niet voor de lange termijn werken. Als pers hypen we misschien ook wel te snel. Subsidiegevers zouden samen met bijvoorbeeld het succesvolle Nederlandse denimlabel G-Star en een winkel als de Hema vanuit een duidelijk Nederlandse visie ontwerpers moeten steunen. De Amsterdam Fashion Week kwakkelt, de Arnhem Modebiënnale gaat niet door. Alleen Amsterdam Denim Days is succesvol. Misschien zijn we geen modeland en wel een jeansland.”

Welk verhaal wilt u vertellen?

„Ik vind dat mode zichtbaar moet zijn en serieus moet worden genomen. Mijn opdracht van DWDD en mijn wens was om Nederlandse mode aantrekkelijk in de schijnwerper te zetten.”

Had u zelf vroeger schoenen van Lola Pagola?

„Ik kende het uit de bladen. Het is een geweldige naam. Ik houd erg van schoenen en ze doen het goed op exposities. Als ik iets over schoenen twitter wordt er enorm op gereageerd. Vrouwen en schoenen blijft een magische combinatie.”

En nog even over uw favoriete Lola Pagola’s…

„Een klassieke pump met een spitse voorkant en een hak van een centimeter of acht, helemaal bedekt met rode veren. Bij de hak eindigen de veren in een staart: alsof het een kip of vuurvogel is. Het is de sublimatie van de klassiek rode pump. Op rode pumps kom je binnen als een trotse paradijsvogel. Dat kunnen schoenen doen. Deze verenschoen is niet om te wandelen maar om te dansen. Hij is voor feesten en wilde nachten. Het is een schoen die de fantasie prikkelt.

„Niet alle modellen van Lola Pagola vind ik even inspirerend. Sommige zijn gedateerd, maar er zitten groene lakschoenen bij die ik erg mooi vind. Ze lijken sprekend op het paar van Chloé dat ik vorig jaar heb gekocht.”