Pop-upmuseum ontrukt kunst aan vergetelheid depots

Verborgen schatkamers zijn het, de depots van musea waarin de tafelheren en -dames van De Wereld Draait Door als gastconservator voor een pop-upmuseum mochten rondneuzen. Ze zijn veelal gevestigd op geheime locaties in polders of andere afgelegen stukken Nederland, zonder naambordje bij poort of hek.

Eenmaal binnen besef je tussen de oneindige rijen stellingkasten en schilderijenrekken pas hoeveel schatten liggen opgeslagen in depots van Nederlandse musea. Voor een museumbezoeker is het nauwelijks te bevatten dat je slechts een kleine selectie ziet van een veelvoud van kunstobjecten. Het was de ervaring van mij en een aantal collega’s die met de gastconservatoren van De Wereld Draait Door meegingen naar die depots. Vanaf vandaag is hun keuze uit die ‘verborgen kunstschatten’ te zien in het DWDD Pop-Up Museum in het Allard Pierson Museum in Amsterdam.

Bij De Wereld Draait Door kwam het idee voor een pop-upmuseum spontaan op, de redactie van het programma was zich niet echt bewust dat in Den Haag discussies gevoerd worden hoe de Collectie Nederland beter zichtbaar gemaakt kan worden. 5 procent van 60 miljoen objecten is te zien in musea, becijferde de Raad voor Cultuur twee jaar geleden. Minister Jet Bussemaker volgde echter niet het advies van de raad om een centrale regie te nemen over die collectie, die versnipperd is over vele musea. Zij zet in op grotere samenwerking en meer bruikleenverkeer.

Het enthousiasme van musea om mee te werken aan het DWDD pop-upmuseum valt ook in dit licht te bezien. Niet alleen hebben ze zo vier maanden lang een mooie showroom, ze demonstreren hun bereidheid hun depot te openen. Het Mondriaan Fonds ondersteunt het project om die reden. Dat kwam het fonds op sociale media op kritiek van kunstenaars te staan. Die stelden dat er zo minder geld beschikbaar zou zijn voor het scheppen van nieuw werk. Maar dat is onzin. Het Mondriaan Fonds heeft juist van de minister een potje van 8 miljoen voor drie jaar gekregen om die samenwerking tussen musea te stimuleren en daar wordt dit project uit betaald.

Sommige levende kunstenaars kunnen zelfs blij zijn. Ook zij zijn als ‘verborgen kunstenaar’ ontdekt, hun werk is nu voor vier maanden aan de vergetelheid van depots ontrukt. Zo hangen er in het DWDD pop-upmuseum werken van Klaartje Pander, Frank Lisser, Charlotte Dumas en Holger Niehaus. Als het pop-upmuseum navolging krijgt, en waarom niet, kunnen zo veel meer kunstenaars hun ooit door musea aangekochte werken terugzien. Wie kan daar nu op tegen zijn?