Nederlanders vond hij maar ondankbaar (en onbetrouwbaar)

Morgen is het 50 jaar geleden dat Winston Churchill werd begraven. De Britse staatsman had het niet zo op Nederland, schrijft Marianne Lubrecht. Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte hij plannen om Ameland te bezetten.

Winston Churchill tijdens een verblijf in Italië, in 1944. Foto ANP
Winston Churchill tijdens een verblijf in Italië, in 1944. Foto ANP

Op 30 januari 1965, morgen precies vijftig jaar geleden, hingen in heel Groot-Brittannië de vlaggen halfstok: Winston Churchill werd begraven. Hij was militair, journalist, schrijver maar vooral pragmatisch politicus, dat laatste bijna zestig jaar lang. Churchill was betrokken bij conflicten in India en Soedan. Vocht in de Boerenoorlog en de Eerste Wereldoorlog. Mede dankzij Churchill kwam er een einde aan de Duitse droom van een Duizendjarig Rijk. Vanwege al deze verdiensten kreeg Sir Winston Leonard Spencer-Churchill (1874-1965) een staatsbegrafenis. Aanwezig op die januaridag: afgevaardigden uit 112 landen, onder wie voor Nederland koningin Juliana en prins Bernhard. Churchills relatie met de koninklijke familie uit Nederland was altijd goed. Prinses Christina was zijn petekind.

Toch heeft Churchill zich in zijn omvangrijke oeuvre van boeken en artikelen (waarvoor hij in 1953 de Nobelprijs voor de Literatuur kreeg) met grote regelmaat negatief uitgelaten over Nederland. In zijn boek Churchill en de Nederlanders (2005) geeft publicist Oebele de Jong daar een uitstekend overzicht van.

Nederland, schrijft Churchill, heeft veel te danken aan Groot-Brittannië, maar heeft die hulp nooit genoeg gewaardeerd. Met een drammerigheid die de vergelijking met een onverdoofde wortelkanaalbehandeling kan doorstaan, presenteert hij een vier eeuwen omspannende opsomming. Een selectie: Nederland kreeg Britse hulp in de strijd tegen de Spaanse overheersing door Philips II. In de strijd tegen Lodewijk XIV. In die tegen Napoleon. In die tegen de Duitse keizer Wilhelm II. En in de Tweede Wereldoorlog.

Maar daarmee zijn we er nog niet. Nederland is niet alleen ondankbaar, maar bovendien onbetrouwbaar. Allereerst is daar de Boerenoorlog (1899-1902) in Zuid-Afrika, waar Churchill naartoe ging als embedded journalist voor de Morning Post.

De jarenlange spanningen tussen Boeren en Britten waren uitgelopen op een oorlog, met als inzet: het verlenen van kiesrecht door de Boeren aan de Britse ‘Uitlanders’ en de vraag wie recht had op de goud- en diamantmijnen.

De Boeren waren afstammelingen van de Nederlanders. Zij waren deels verhuisd naar het binnenland en hadden daar eigen, niet door Groot-Brittannië erkende republieken gesticht, zoals Oranje Vrijstaat en Transvaal.

Hoewel Nederland tijdens de Boerenoorlog geen neutraliteit afkondigde – dat zou opgevat worden als een indirecte erkenning van de staten – dacht Engeland daar anders over. Nederland was pro-Boer en dus anti-Brits. Onbetrouwbaar.

Ook het Nederlandse standpunt van ‘gewapende neutraliteit’ bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, ging er bij Churchill niet in. Een partijdig Nederland, bij voorkeur als bondgenoot, desnoods als vijand, dát was wat hij op prijs zou stellen.

Zelfs dat laatste viel te prefereren boven die laffe neutraliteit, schreef hij: ‘Ze moeten vriend of vijand zijn.’ Een combinatie van strategische argumenten en de afkeer van de neutraliteit brachten hem tot het inzicht dat die neutraliteit dus wel geschonden mag worden.

Ameland als basis voor de Britse marine

Slechts weinig mensen weten dat Churchill al vóór het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog plannen had met de Nederlandse Waddeneilanden. ‘De Waddeneilanden, dat is iets anders dan het vasteland’, luidt zijn wat wonderlijke verdediging. Met name de grotere eilanden, maar in het bijzonder Ameland, moeten veroverd worden, vindt hij, om in geval van oorlog dienst te kunnen doen als uitvalsbasis voor de Britse marine. Daarmee zou, stelt Churchill, een eerste stap worden gezet naar het onschadelijk maken van de (steeds grotere) Duitse vloot.

Nederland breidt bij het vernemen van deze opvattingen zijn kustverdediging niet uit, maar besluit – vertrouwend op de neutraliteitsgedachte en vanwege bezuinigingsmaatregelen – juist tot inkrimping. Een marinedetachement van een krappe honderd man en twee lichte kanonnen op de kaap van Hollum: dat zou moeten volstaan.

Maar de plannen om de eilanden te bezetten, gaan uiteindelijk niet door. Vanwege het mislukken van de Brits-Franse expeditie op het Turkse schiereiland Gallipolli in 1915 (220.000 geallieerde doden, gewonden en vermisten) wordt Churchill, die inmiddels de bijnaam ‘slager van Gallipoli’ heeft verworven, door premier Asquith gedwongen zijn ontslag in te dienen als First Lord of the Admiralty.

Wanneer de Duitsers in september 1939 Polen binnenvallen, pleit Churchill (op dat moment minister van Marine) opnieuw voor het bezetten van Nederland. Dit om te voorkomen dat de Duitsers via Nederland naar België en Frankrijk doorstoten. Op 10 mei 1940, de dag dat de Duitsers Nederland binnenvallen, geeft hij zijn ministerspost op om een kabinet van nationale eenheid te vormen.

De onverholen minachting die Churchill koestert voor de Nederlandse neutraliteitsverklaring tijdens de Eerste Wereldoorlog, neemt gedurende de eerste weken van de Tweede Wereldoorlog nog toe: ‘Ze zijn volkomen egoïstisch en vochten pas toen ze werden aangevallen en toen slechts voor een paar uur.’ En wat te denken van de vlucht van de Nederlandse regering naar Londen...

‘We zijn met Europa, maar zitten er niet in’

In mei 1946, precies een jaar nadat onder andere Britse soldaten West-Nederland hebben bevrijd, bezoekt Churchill Nederland. In Amsterdam wordt hij toegejuicht door naar schatting 30.000 mensen. Hij ontvangt een Leids eredoctoraat, krijgt het Grootkruis in de Orde van de Nederlandse Leeuw omgehangen en spreekt in Den Haag de Staten-Generaal toe. Daar pleit hij voor een verenigd Europa.

Voor Groot-Brittannië, blijkt later, ziet hij slechts een ondersteunende rol weggelegd. ‘We zijn met Europa, maar zitten er niet in’, zegt hij in 1950. In 1973, acht jaar na Churchills dood, treedt Groot-Brittannië toe tot de Europese Economische Gemeenschap.

De belangstelling die Churchill in 1946 oproept in Amsterdam, is slechts een bescheiden voorafschaduwing van wat hem op zijn begrafenis ten deel zal vallen. Tienduizenden staan op 30 januari 1965 langs de route naar het kerkhof. De Big Ben zwijgt voor een dag. Voorafgaand aan de teraardebestelling ligt Churchill volgens protocol drie dagen lang opgebaard in de Westminster Hall, 350.000 mensen lopen langs de kist.

Daar houdt het wat hem betreft op, zo schreef hij in het document met de titel ‘Operation Hope Not’. Churchill wil niet dat zijn lichaam in Westminster Abbey bijgezet wordt, naar verluidt omdat daar te veel mensen liggen die hij niet sympathiek vond.