Nederland moet Palestina erkennen

Erkenning door Nederland versterkt de positie van Palestina bij het Internationale Strafhof, vinden Dries van Agt en Martin Siepermann.

Foto

De Palestijnse president Abbas heeft Israëls dreigementen en sancties getrotseerd en woord gehouden: hij heeft Palestina’s aansluiting bij het Internationaal Strafhof geïnitieerd. Abbas had aangekondigd dat te doen als een resolutie, die voorzag in het einde van de Israëlische bezetting in 2017, in de VN-Veiligheidsraad geen meerderheid zou halen. Die resolutie was in lijn met het internationaal recht en bevatte algemeen erkende voorwaarden voor de oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict.

Het mocht niet baten. Door Amerikaanse druk op andere leden van de Veiligheidsraad kwamen de Palestijnen op 30 december één stem tekort. En anders hadden de VS hun veto gebruikt. Abbas stond met lege handen. Weer was een vreedzame, legale poging gestrand om na 47 jaar aan Israëls gewelddadige, illegale bezetting een eind te maken. Abbas kon toen niet anders dan wat al sinds november 2012 kon, toen Palestina in VN-verband als staat werd erkend: hij tekende het Statuut van Rome. Dan valt Palestina onder de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof. Dat hof kan dan internationale misdrijven onderzoeken die daar zijn begaan en personen vervolgen.

Israël reageerde hysterisch en wil dat het Strafhof ontmanteld wordt. Europa moet zich daar niets van aantrekken en Palestina’s aansluiting steunen. Het officiële EU-beleid is erop gericht dat alle staten zich bij het Hof aansluiten. Op Afrikaanse landen oefent de EU grote druk uit om dat te doen. Palestina treedt uit eigen beweging toe en verankert zich dieper in de internationale rechtsorde. Dat valt toe te juichen.

Het Hof kan Israëls grootschalige en bloedige aanval in juli en augustus op Gaza onderzoeken. Dat geeft hoop aan de duizenden verminkten en de nabestaanden van de meer dan 2.000 doden, merendeels burgers dat ooit rechtsherstel zal plaatsvinden.

Op korte termijn is het risico op vervolging door het Strafhof de beste preventie tegen een volgende Israëlische aanval op Gaza. De rechtsmacht van het Hof richt zich bovendien ook op misdrijven van Hamas en andere Palestijnse actoren, verantwoordelijk voor de raketbeschietingen uit Gaza. Het mes snijdt aan twee kanten.

Twintig jaar was het ‘vredesproces’ dekmantel voor zware schendingen van de mensenrechten en het oorlogsrecht, die escalerend werkten. Veel Palestijnen worden door Israël vervolgd en gestraft. Maar geen enkele Israëli is in al die jaren voor gepleegde oorlogsmisdaden aansprakelijk gehouden. Het Strafhof kan deze funeste cultuur van straffeloosheid doorbreken.

Daarbij moet het Hof zich vooral richten op het nederzettingenbeleid, een doorlopende schending die onder het Statuut van Rome als oorlogsmisdaad kan worden aangemerkt. Het Strafhof ontslaat staten echter niet van hun eigen verantwoordelijkheid. Alleen staten zijn bij machte het nederzettingenbeleid in te dammen en de tweestatenoplossing te redden.

Een hoofdoorzaak voor twintig jaar mislukte onderhandelingen was de totale asymmetrie tussen Israël en de Palestijnen. Israël dicteerde en controleerde, de Palestijnse Autoriteit ging op een onderaannemer van de bezetting lijken. Aansluiting bij het Strafhof versterkt de internationale positie van de Palestijnen en verkleint de asymmetrie. Palestina’s erkenning als staat heeft hetzelfde effect. Negen EU-lidstaten erkennen Palestina al. Het valt te hopen dat meer lidstaten, waaronder Nederland, spoedig volgen.

Maar om de tweestatenoplossing te redden, is veel meer nodig. Hoe de EU te werk moet gaan heeft zij na de Russische bezetting en annexatie van delen van Oekraïne laten zien: met doordachte sancties, die opgeschaald worden. Die doen Moskou pijn.

Wat Rusland doet, doet Israël – maar dan veel langer en veel erger. Sancties zoals ingesteld tegen Rusland zouden meer effect hebben tegen Israël, dat volkomen afhankelijk is van de Europese markt. Europa kan de bezetting zo duur maken dat Israël belang krijgt in een soevereine en levensvatbare Palestijnse staat.

De politieke wil dergelijke middelen in te zetten ontbreekt vooralsnog in Brussel. Wel is in alle lidstaten doorgedrongen dat de tweestatenoplossing aan een zijden draadje hangt, terwijl die nog steeds een expliciete doelstelling van de Nederlandse regering is.

Het kabinet blijft zich fixeren op bilaterale vredesonderhandelingen onder Amerikaanse leiding – maar die aanpak heeft twintig jaar niet gewerkt. Het is pas opportuun het vredesproces te hervatten als het in VN-verband geïnternationaliseerd is, op basis van duidelijke voorwaarden en het internationaal recht. Daartoe moet Europa het initiatief nemen.

De tweede systeemfout is de fixatie op ‘goede bilaterale relaties met Israël’. Daarmee „zal Nederland tegenwicht bieden aan de ontwikkelingen die de levensvatbaarheid van de tweestatenoplossing bedreigen”, schreef minister Koenders in december aan de Eerste Kamer.

Dat kán niet werken. De Israëlische regering volhardt obsessief in beleid dat de tweestatenoplossing ruïneert en ontbeert het vermogen tot zelfreflectie. Die oplossing zal dan ook alleen verwezenlijkt kunnen worden via een diepe crisis in de betrekkingen met Israël. Deze crisis koste wat het kost voorkomen is de beste garantie dat de tweestatenoplossing mislukt.