Knuffelkat verandert soms in monster

Brecht Evens’ album ‘Panter’ is in Angoulême genomineerd voor de prijs van beste album. Het gaat over een meisje en haar imaginaire speelvriendje.

Het speelvriendje van Kristientje verandert steeds van gestalte. Hier is hij een nachtmerrieachtig monster.
Het speelvriendje van Kristientje verandert steeds van gestalte. Hier is hij een nachtmerrieachtig monster. Illustraties Brecht Evens

‘De focus van het festival zal door de aanslagen niet op strips met magische panters liggen”, verwacht Brecht Evens (1986), striptekenaar en illustrator. De Belg vermoedt dat hij zijn nominatie op Angoulême niet zal verzilveren. Met zijn eerste boek, Ergens waar je niet wil zijn (2009), sleepte hij er de Prix de l’Audace binnen (‘de waaghalsprijs’). Zijn volgende graphic novels De Liefhebbers (2011) en het recente Panter werden genomineerd als beste stripalbum van het jaar. Zondag hoort Evens of hij in de prijzen valt.

Evens, die in Parijs woont, is sowieso verrast dat het brede publiek zijn jongste omarmt. „Ik weet dat de Fransen openstaan voor mijn werk. Toch had ik voor Panter meer tegenwerking verwacht.” Zijn vorige boeken stonden vol anekdotes uit zijn eigen leven en dat van vrienden, dat leverde herkenbare situaties en grappige non-gesprekken op. Panter is donkerder. Het lijkt in eerste instantie een verhaal over een klein meisje, Kristientje, dat een speelvriendje Panter verzint. Maar die vertoont vreemde trekjes. Zo wil hij dat Kristientje de deur op slot doet, „ze is geen klein meisje meer”. Ook blijkt hij een voorliefde te hebben voor massages en nodigt hij vreemde types uit in haar kamer.

Er wordt veel gesuggereerd en het boek lijkt soms een subtiele studie naar groomingtechnieken. „Behalve van vrouwen die Panter voor hun kinderen kochten en toen merkten dat het geen kinderboek was, heb ik positieve commentaren gekregen.” Gek vindt hij het niet dat ouders zijn boek per ongeluk aanschaffen. Hij wilde immers bewust „een vreemde vertelling vermommem als kinderverhaal”. Ook de cover liet hij op die van een kinderboek lijken. „Het boek slingert steeds tussen kinderlijk plezier, en de angsten van volwassenen over wat er met een kind kan gebeuren.”

Evens erkent dat het verhaal even doet denken aan de vriendelijke Amerikaanse strip Casper en Hobbes. „Als er iets is wat Panter zou willen zijn, dan is het Hobbes. Panter gedraagt zich wel als een soort magische vriend, maar het lukt hem niet altijd om dat masker in stand te houden.”

In Evens’ strips hebben personages nooit tweemaal hetzelfde gezicht. Zijn tekeningen in ecoline en gouache zonder scherpe omlijningen leveren nooit typische stripfiguren op. Maar in Panter lijkt Kristientjes imaginaire vriend het ene moment een liefelijke knuffelkat, dan weer is hij een ondoorgrondelijke sfinx of een nachtmerrieachtig monster. „De echte, saaie wereld bestaat uit rood en blauw, zodra Panter verschijnt krijgt alles kleur.” Soms lijkt het een psychedelische trip.

Evens’ kleurrijke tekeningen lokken mensen naar zijn werk. Vrolijkheid gecombineerd met het feit dat hij een loopje neemt met de traditionele stripconventies – er ontbreken afgebakende plaatjes of tekstballonnen – maken zijn werk herkenbaar én aantrekkelijk. Zijn originele tekeningen gaan nu voor duizenden euro’s over de toonbank van zijn Parijse galerie. Toch heeft hij nooit overwogen strips vaarwel te zeggen. „Wat ik fijn vind aan beeldverhalen is dat het je dwingt bepaalde tekeningen te maken. Bij schilderijen heb ik het gevoel dat ik aan een stijloefening bezig ben.”